Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3756

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
C/15/374770 / JU RK 26-257 en C/15/374663 / JU RK 26-231 en C/15/374776 / JU RK 26-261
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArt. 1:265c lid 2 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen bij grootouders

De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van drie minderjarige kinderen die bij hun grootouders verblijven. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en verblijft in de weekenden bij de kinderen. De gecertificeerde instelling (GI) verzoekt verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar om de veiligheid en belangen van de kinderen te waarborgen.

De kinderen hebben een geschiedenis van instabiliteit en onveiligheid, met meerdere uithuisplaatsingen. Sinds november 2024 wonen zij bij de grootouders, wat tot rust heeft geleid, maar zorgen over hun veiligheid en ontwikkeling blijven bestaan, mede door recente onrust veroorzaakt door de vrijlating van de ex-partner van de moeder. De GI werkt goed samen met het gezin en biedt noodzakelijke hulpverlening, waaronder therapie voor een van de kinderen.

De moeder stemt schriftelijk in met de verlengingsverzoeken. De kinderrechter oordeelt dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en dat de maatregelen noodzakelijk blijven. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing worden daarom verlengd tot 21 maart 2027. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van de drie minderjarige kinderen bij de grootouders tot 21 maart 2027.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummers:
C/15/374770 / JU RK 26-257
C/15/374663 / JU RK 26-231
C/15/374776 / JU RK 26-261
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaken van
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt in alle drie de zaken als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. M. Erkens, kantoorhoudende te Den Haag,
[de grootouder 1] en [de grootouder 2],
hierna te noemen: de grootouders (moederszijde),
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt inzake C/15/374776 / JU RK 26-261 ook als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen: de vader van [de minderjarige 3] .
1.
Het verloop van de procedure
1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van 16 januari 2026 met bijlagen, ontvangen op 6 februari 2026;
  • het bericht van de advocaat van de moeder van 25 februari 2026, ontvangen op dezelfde datum;
  • de Toetsing voorgenomen besluit verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na twee jaar van de Raad voor de Kinderbescherming van 16 maart 2026, ontvangen van de GI op 27 maart 2026.
1.2. De verzoeken zijn gelijktijdig behandeld op de zitting met gesloten deuren op 18 maart 2026. Daarbij was aanwezig:
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De moeder en de advocaat zijn met bericht van afwezigheid niet verschenen. De grootouders en de vader van [de minderjarige 3] zijn ook niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat iedereen juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
2.2.
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] verblijven bij de grootouders.
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter van 21 september 2018 zijn de kinderen (opnieuw) onder toezicht gesteld. Deze ondertoezichtstelling is daarna telkens verlengd, voor het laatst bij beschikking van 14 februari 2025, tot 21 maart 2026.
2.4.
Bij beschikking van de kinderrechter van 14 februari 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) verleend tot 21 maart 2025, en tevens gelijk verlengd tot 21 maart 2026. Bij beschikking van de kinderrechter van 28 februari 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 3] in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) verleend tot 21 maart 2025, en tevens gelijk verlengd tot 21 maart 2026.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft het verzoek als volgt onderbouwd. [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen sinds november 2024 bij de grootouders. De moeder verblijft in het weekend vaak bij de kinderen en is erg betrokken bij de zorg en opvoeding van de kinderen. Het gezin werkt goed samen met de hulpverlening en de GI. De familieleden hebben een onderlinge taakverdeling die lijkt te werken, maar er zijn ook nog steeds periodes van onrust. Een verlenging van beide maatregelen voor de duur van een jaar is nodig om de veiligheid en de belangen van de kinderen te kunnen borgen. Binnen het vrijwillig kader is de kans groot dat het gezin verkeerd wordt ingeschat en daardoor wordt onttrokken aan de juiste zorg. De machtiging tot uithuisplaatsing moet worden verlengd zodat het verblijf van de kinderen bij de grootouders voortgezet kan worden.

4.Het standpunt van de moeder

4.1.
De advocaat heeft namens de moeder schriftelijk ingestemd met de verzoeken.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Zoals ook in de beschikkingen van 14 februari 2025 en 28 februari 2025 is beschreven, hebben de kinderen veel instabiliteit en onveiligheid meegemaakt in hun leven. Sinds de zomervakantie 2024 woonden de kinderen, na verschillende uithuisplaatsingen, samen weer bij de moeder. Vanwege een heftig veiligheidsincident tussen de moeder en haar inmiddels ex-partner, zijn de kinderen middels een machtiging tot uithuisplaatsing bij de grootouders geplaatst. Er is sprake van een constructie waarbij de moeder in de weekenden bij de kinderen verblijft, en de grootouders elders. Ook de ooms moederszijde zijn erg betrokken en hebben een goede invloed op de kinderen.
5.3.
Sinds de kinderen bij de grootouders wonen is de situatie rustiger. De grootouders zijn samen met de moeder in staat om de zorg voor de kinderen om zich te nemen en hen de structuur en nabijheid te bieden die zij nodig hebben. Wel blijven de zorgen rondom hun veiligheid en ontwikkeling bestaan. Recent is de ex-partner van de moeder vrijgekomen, wat opnieuw voor veel onrust heeft gezorgd in het gezin. Bij [de minderjarige 1] wordt gezien dat hij zich op momenten van onrust opstelt als volwassene en zich veel zorgen maakt om de moeder. Ook verloopt zijn schoolgang moeizaam. Bij [de minderjarige 2] bestaan er zorgen over zijn beïnvloedbaarheid, en over de rol van zijn vader. [de minderjarige 2] heeft op dit moment geen contact met de vader maar zou dit wel willen. [de minderjarige 3] heeft wisselend contact met zijn vader. Hij vindt dat zelf moeilijk maar de moeder kan hem daarin goed ondersteunen.
5.4.
De hulpverlening vanuit Wij Zijn Sterk komt meerdere keren per week thuis bij het gezin en hebben een vertrouwensband met hen opgebouwd. Ook geven zij therapie aan [de minderjarige 2] om hem te helpen bij het verwerken van de ingrijpende gebeurtenissen in zijn leven. [de minderjarige 1] staat op dit moment niet open voor therapie. De kinderrechter gunt [de minderjarige 1] , net als de GI, echter ook hulp bij het verwerken van zijn trauma’s en hoopt dat hij dit samen met de hulpverlening van Wij Zijn Sterk zal oppakken. Tot slot heeft de GI aangegeven hulpverlening te willen inzetten gericht op het contact tussen [de minderjarige 2] en zijn vader.
5.5.
Het komende jaar moet de nodige hulpverlening in- en voortgezet worden en moet de plaatsing van de kinderen bij de grootouders gewaarborgd worden. De GI heeft een goede samenwerking met de moeder, de grootouders en de kinderen en het gezin heeft aangegeven steun te ervaren aan de aanwezigheid van de GI. De betrokkenheid van de GI is nodig om, samen met de moeder en de grootouders, regie te voeren op de nodige hulpverlening en zicht te houden op de ontwikkeling, het welzijn en de veiligheid van de kinderen.
5.6.
De ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt beide maatregelen voor de verzochte duur van een jaar.
5.7.
De beslissing tot de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [3]
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
C/15/374770 / JU RK 26-257
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] tot 21 maart 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) tot 21 maart 2027;
C/15/374663 / JU RK 26-231
6.3.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 2] tot 21 maart 2027;
6.4.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) tot 21 maart 2027;
C/15/374776 / JU RK 26-261
6.5.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 3] tot 21 maart 2027;
6.6.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 3] in een (netwerk)pleeggezin, te weten de grootouders (mz) tot 21 maart 2027;
6.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 2 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, BW.
3.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.