Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage 1aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage 2bij dit vonnis zijn opgenomen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
2 [twee] jaar.
[aangever], geleden schade tot een bedrag van
€ 18.115,09, bestaande uit € 12.115,09 als vergoeding voor de materiële en € 6.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [aangever], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
€ 859,00, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.
€ 18.115,09, bepaalt dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal
115dagen en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
teruggaveaan de verdachte: