De VvE heeft een kort geding aangespannen tegen de gedaagde wegens weigering mee te werken aan onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen. De procedure omvatte een mondelinge behandeling en een verstekvonnis tegen de gedaagde die niet is verschenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering van de VvE gegrond en spoedeisend was, mede omdat de besluiten over de standleidingen reeds op de VvE-vergadering van 30 september 2025 waren genomen. De gedaagde werd veroordeeld om binnen een week na betekening volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden, waaronder het verlenen van toegang tot de woning.
Bij niet-naleving werd een dwangsom van € 1.000 per dag opgelegd, met een maximum van € 5.000. Indien de maximale dwangsom werd verbeurd, kon de VvE de woning tijdelijk laten ontruimen voor de duur van de werkzaamheden. Tevens werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 1.837,02 plus bijkomende kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.