Eiser en ProntoPower sloten een overeenkomst van opdracht waarbij eiser als Operationeel Directeur werkzaamheden verrichtte. De overeenkomst kon tussentijds met een opzegtermijn van 90 dagen worden beëindigd, of direct bij wanprestatie mits onderbouwd met een dossier. ProntoPower beëindigde de overeenkomst per direct wegens vermeende wanprestatie en stuurde een dossier ter onderbouwing.
Eiser betwistte de wanprestatie en stelde dat de opzegging geen rechtsgevolg had, waarna hij de overeenkomst gedeeltelijk ontbond en schadevergoeding vorderde voor het positief contractsbelang. ProntoPower verweerde zich met het standpunt dat de opzegging rechtsgeldig was en dat de schadevergoeding speculatief was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de opzegging niet evident onrechtmatig was en dat het dossier voldoende onderbouwing bood om de opzegging niet zonder meer ongeldig te verklaren. Ook was de hoogte van de schadevergoeding onvoldoende aannemelijk en niet geschikt voor kort geding. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.