Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Procesafspraken
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals opgenomen in de procesafspraken;
- het Openbaar Ministerie zal rekwireren tot een strafoplegging zoals opgenomen in de procesafspraken;
- de verdachte is aanwezig bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak;
- de verdachte hoeft geen nadere verklaring af te leggen;
- de verdachte en verdediging zien af van het indienen van onderzoekswensen en/of trekt al ingediende onderzoekswensen uiterlijk ter zitting bij de inhoudelijke behandeling en bij voorkeur al eerder schriftelijk in;
- door de verdediging worden geen bewijsverweren gevoerd;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging, conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- indien de rechtbank de procesafspraken zou afwijzen, verzoeken het Openbaar Ministerie en de verdachte/verdediging (onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 27 september 2022, r.o. 5.7.41) tot heropening van het onderzoek ter zitting in de volgende gevallen:
3.Beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv
4.Voorvragen
5.Beoordeling van het bewijs
6.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
7.Strafbaarheid van de verdachte
8.Motivering van de sanctie
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
730 (zevenhonderddertig) dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 630 dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.