Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3853

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
9 april 2026
Publicatiedatum
10 april 2026
Zaaknummer
C/15/376696 / JU RK 26-566
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:257 BWArt. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige ondertoezichtstelling en spoedmachtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens geweld en suïcidepogingen

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht op 9 april 2026 om een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een 13-jarig Pools meisje dat in Nederland woont met haar moeder en stiefvader. Er waren meerdere meldingen van verbaal en fysiek geweld door de moeder en stiefvader, gericht op de minderjarige, die ook meerdere keren was weggelopen en maanden niet naar school was geweest.

De minderjarige had suïcidepogingen gedaan en was verwezen naar de GGZ, maar had daar geen hulp ontvangen. Pogingen tot ambulante spoedhulp mislukten door personeelsgebrek. De moeder was wisselend in haar houding en dreigde terug te keren naar het buitenland, waarbij onduidelijk was wat er met de minderjarige zou gebeuren.

De kinderrechter oordeelde dat er een ernstig vermoeden bestond dat de ontwikkeling van de minderjarige acuut en ernstig werd bedreigd en dat een voorlopige ondertoezichtstelling noodzakelijk was om deze bedreiging weg te nemen. Tevens was uithuisplaatsing in een netwerkgezin en daarna een gezinsgerichte voorziening noodzakelijk voor haar veiligheid en welzijn.

De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep. De behandeling van het verzoek werd voor het overige aangehouden, met een nader te bepalen zitting waarbij alle betrokkenen worden gehoord.

Uitkomst: De kinderrechter stelt de minderjarige voorlopig onder toezicht en verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing wegens acuut gevaar voor haar ontwikkeling en veiligheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/376696 / JU RK 26-566
Datum uitspraak: 9 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het mondelinge verzoek van de Raad op 9 april 2026;
  • de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder. De vader verblijft in Zweden en heeft een contactverbod met de moeder en [de minderjarige] .
3.
Het verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkgezin (te weten opa en oma van een vriendin van [de minderjarige] ) en aansluitend in een gezinsgerichte voorziening te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is een 13-jarig Pools meisje dat in 2023 met haar moeder en de andere kinderen in Nederland bij haar stiefvader is komen wonen. Er zijn de afgelopen tijd meerdere meldingen bij Veilig Thuis gedaan over de situatie thuis, waarin er verbaal en fysiek geweld door moeder en stiefvader plaatsvindt richting met name [de minderjarige] . [de minderjarige] is al meerdere keren weggelopen en gaat dan naar [plaats] , maar het is onduidelijk waar zij dan is. Zij is al maanden niet naar school geweest. De moeder dreigt om naar [land] terug te keren en [de minderjarige] alleen achter te laten. Vorige week logeerde [de minderjarige] bij de opa en oma van een vriendinnetje en zei dat zij niet meer terug naar huis wilde. De moeder gaf toen aan dat ze [de minderjarige] ook niet meer thuis hoefde. [de minderjarige] is in de nacht van vrijdag toch weggelopen van het huis van die opa en oma en bleek weer in [plaats] te zijn. Afgelopen maandag belde zij met haar vriendinnetje en vertelde dat ze op Schiphol was. De opa en oma van haar vriendinnetje zijn haar daar gaan ophalen en kregen bij het zien van [de minderjarige] een niet pluis gevoel en hebben de politie ingeschakeld. [de minderjarige] heeft uitgebreid met het Wijkteam gesproken en verteld dat er veel ruzie thuis is, vooral met haar stiefvader. Hij heeft haar bij haar keel gegrepen, komt bij haar als zij aan het douchen is om naar haar te kijken en ze vertelde dat de deur van haar slaapkamer eruit gebroken is. Zij heeft al meerdere suïcidepogingen gedaan en is naar de GGZ verwezen, maar is daar nooit aangekomen. Er is deze week geprobeerd om ambulante spoedhulp in te zetten, maar door personeelsgebrek lukt dit niet. De Raad is ook naar de moeder geweest om mogelijkheden te bespreken en afspraken te maken, maar ook dit is niet gelukt. De moeder was erg aan het schreeuwen en vertelde dat zij op 16 april a.s. teruggaat naar [land] . Niet duidelijk was of dit voorgoed is of tijdelijk. De moeder is wisselend in wat zij vindt dat er met [de minderjarige] moet gebeuren. De ene keer mag [de minderjarige] wegblijven en de andere keer wil de moeder dat [de minderjarige] naar huis komt. Ook is vandaag weer met [de minderjarige] gesproken, Zij is bang voor haar stiefvader en verdrietig, Zij wil niet terug naar huis. Ze voelt zich daar niet veilig. De opa en oma van haar vriendinnetje gaven vandaag aan dat [de minderjarige] vannacht nog bij hen kan blijven, maar dat zij, naast de zorg voor hun kleindochter, niet ook de zorg voor [de minderjarige] aankunnen. De Raad vindt het niet veilig dat [de minderjarige] terugkeert naar haar moeder en stiefvader, gelet ook op de suïcidepogingen van [de minderjarige] . Daarom is een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging uithuisplaatsing dringend noodzakelijk om de veiligheid van [de minderjarige] te waarborgen.
4.2.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
4.3.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [2]
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.6.
De Raad, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
stelt [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 9 april 2026 tot 9 juli 2026;
5.2.
verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een netwerkgezin (te weten opa en oma van een vriendin van [de minderjarige] ) en aansluitend in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 9 april 2026 tot 7 mei 2026;
5.3.
verklaart de beslissing onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.5.
bepaalt dat de griffier de Raad, de GI en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;
5.6.
vraagt de griffier [de minderjarige] tijdig op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026 door mr G.D. de Jong, kinderrechter, en op 10 april 2026 door mr. C. Maat op schrift gesteld en ondertekend, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:257 BW Pro.
2.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).