Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3873

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
11719868 \ CV EXPL 25-3287
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens vluchtannulering door buitengewone omstandigheden

AirHelp vorderde compensatie voor een geannuleerde vlucht van British Airways op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vlucht van 28 november 2024 van Amsterdam naar Londen werd geannuleerd. AirHelp stelde dat de vervoerder compensatie moest betalen volgens artikel 7 van Pro de Verordening.

De vervoerder voerde verweer dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en capaciteitsbeperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding. De vervoerder onderbouwde dit met vluchtgegevens, een METAR-rapport en operationele logs waaruit bleek dat de luchthavencapaciteit aanzienlijk was gereduceerd.

De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had aangetoond dat de annulering noodzakelijk was vanwege deze omstandigheden en dat alle redelijke maatregelen waren genomen, waaronder het omboeken van passagiers op alternatieve vluchten binnen 24 uur. De vordering van AirHelp werd daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtannulering wordt afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden en voldoende getroffen redelijke maatregelen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11719868 \ CV EXPL 25-3287
Uitspraakdatum: 11 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc
gevestigd te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law Firm)
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en restricties van de luchtverkeersleiding op het aantal vliegbeweging op de luchthaven. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 28 november 2024 vervoeren van Amsterdam Schiphol Airport naar Londen Heathrow Airport (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA429 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening).

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vaststaat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden. In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen, weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen en wanneer een besluit van de luchtverkeersleiding voor een specifiek toestel op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht is geannuleerd als gevolg van slechte weersomstandigheden en door de luchtverkeersleiding ingestelde beperkingen. Uit de door de vervoerder overgelegde vluchtgegevens volgt dat de vlucht is geannuleerd vanwege “WEAN”, wat volgens de vervoerder staat voor ‘weer’. Voorts heeft de vervoerder aangevoerd dat de luchtverkeersleiding vanwege de slechte weersomstandigheden een
capaciteitsreductie had uitgevaardigd, waarmee werd bewerkstelligd dat minder vluchten mochten landen op de luchthaven van Londen. Ter onderbouwing heeft de vervoerder onder meer het METAR-rapport van 28 november 2024 en de “Extracts from Combined Operations Logs” overgelegd. Daaruit volgt dat ten tijde van de geplande aankomst van de vlucht te Londen een ‘flow rate’ van 33 dan wel 29 vluchten per uur gold. Normaliter landen er op de luchthaven van Londen tussen de 45 en 48 vluchten per uur, aldus de vervoerder. De luchthaven van Londen is de thuisbasis van de vervoerder, waardoor besluiten van de luchtverkeersleiding tot een capaciteitsreductie de vervoerder geen andere keus laten dan overgaan tot het annuleren van vluchten.
4.4.
De kantonrechter overweegt als volgt. In het geval van een capaciteitsreductie is het niet aan de kantonrechter om aan de hand van de overgelegde weergegevens te beoordelen of de luchtverkeersleiding de juiste beslissing heeft genomen door de capaciteit van de luchthaven naar beneden bij te stellen. Een capaciteitsreductie kan een buitengewone omstandigheid vormen indien de luchtvaartmaatschappij aantoont dat zij, gelet op de duur en mate van de restricties geen andere keuze had dan tot annulering van de vlucht over te gaan. Dat bij de beslissing tot het annuleren van specifieke vluchten een operationeel aspect dan wel keuze speelt, zoals AirHelp stelt, betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet automatisch dat het annuleren van vluchten als gevolg van een capaciteitsreductie inherent is aan de normale uitoefening van de activiteiten van een luchtvaartmaatschappij.
De vervoerder heeft met de door hem overgelegde stukken en toelichting voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat en in welke mate de luchtverkeersleiding vanwege de voorspelde weersomstandigheden de capaciteit van de luchthaven heeft aangepast. De capaciteitsreductie heeft invloed gehad op de aantal uit te voeren vluchten op het tijdstip dat de vlucht in kwestie uitgevoerd moest worden. De vervoerder had geen andere keuze dan het annuleren van vluchten vanwege de capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding. Het betoog van de vervoerder slaagt.
4.5.
De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vervoerder voert aan dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen door de passagier op de eerstvolgende alternatieve vlucht om te boeken, waarmee zij binnen 24 uur op haar eindbestemming is aangekomen. Vluchten die eerder vertrokken waren volgeboekt of had alleen plek voor één passagier en niet voor beiden passagiers. Hij heeft dit onderbouwd met stukken. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft aangetoond dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt. De vordering van AirHelp wordt afgewezen.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder wordt gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 288,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 72,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter