Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3890

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/15/369124 / JU RK 25-1230
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWArtikel 2 Besluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling kinderen wegens blijvende ontwikkelingsbedreiging en complexe ouderlijke strijd

De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) de maatregel wil voortzetten vanwege blijvende zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van de kinderen.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar er is sprake van een langdurige en hevige strijd tussen hen, met wederzijdse beschuldigingen van intieme terreur en kindermishandeling. De GI heeft in het afgelopen jaar weinig uitvoering gegeven aan de ondertoezichtstelling, mede door wisselingen in de jeugdbeschermer en complexe samenwerking met de vader.

De kinderrechter constateert dat de ontwikkelingsbedreiging niet is opgeheven en dat de situatie zorgelijk is, mede doordat noodzakelijke hulpverlening nog niet is opgestart vanwege wachtlijsten. De GI is handelingsverlegen en zal de ondertoezichtstelling overdragen aan het Leger des Heils. De kinderrechter wijst het resterende deel van het verzoek tot verlenging toe en stelt duidelijke doelen voor de komende zes maanden.

De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling onder voorwaarde van aanpassing van de doelen, waaronder het stoppen van intieme terreur, terwijl de vader het verzoek afwijst en een kindbehartiger wenst. De kinderrechter wijst de moeder haar verzoek tot spoeduithuisplaatsing af en laat de keuze voor een kindbehartiger aan de ouders en GI over.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de verlenging geldt tot 30 september 2026.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de kinderen wordt verlengd tot 30 september 2026 en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/369124 / JU RK 25-1230
Datum uitspraak: 25 maart 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting de Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. D.G. Peters, kantoorhoudende te Amsterdam,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat: mr. A. Krim kantoorhoudende te Haarlem,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 9 oktober 2025 en de daarbij behorende stukken;
  • de akte met producties van de advocaat van de moeder van 18 maart 2026;
  • het bericht met producties van de advocaat van de vader van 18, 19 en 24 maart 2026;
  • de schriftelijke update van de GI van 18 maart 2026.
1.2.
Op 25 maart 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader, bijgestaan door mr. H.R. Carrière, waarnemend voor mr. A. Krim;
- de moeder, bijgestaan door mr. D.G. Peters en mr. S. Thijssen;
- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] , aanwezig via videoverbinding.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige 1] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige 1] heeft verteld.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over de kinderen. De kinderen verblijven deels bij de moeder en deels bij de vader.
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 september 2024 [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld. De kinderen zijn vervolgens bij beschikking van 30 september 2024 onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van
9 oktober 2025, tot 30 maart 2026. De behandeling van het verzoek is voor de overige zes maanden aangehouden tot deze zitting.

3.Het verzoek

3.1.
De GI handhaaft haar verzoek en verzoekt de ondertoezichtstelling van de kinderen te verlengen voor de resterende duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende naar voren gebracht. Het afgelopen half jaar is aan de doelen gewerkt, zoals gesteld door de kinderrechter in de beschikking 9 oktober 2025. Sinds januari 2026 is opvoedondersteuning vanuit Kenter gestart bij de moeder. Door de hulpverlening worden geen aanwijzingen voor ernstige kindermishandeling door de moeder gezien. Het is niet gelukt om zicht te krijgen op de opvoedsituatie bij de vader. Het gezin staat op de wachtlijst voor hulpverlening vanuit het Kinder- & Jeugdtraumacentrum (KJTC) en het traject Parallel Solo Ouderschap (PSO). De vader heeft een persoonlijkheidsonderzoek laten afnemen. Daaruit kunnen geen conclusies worden getrokken, vanwege de complexiteit van de aanvraag en de omstandigheden van het onderzoek. Bij de moeder is nog geen persoonlijkheidsonderzoek afgenomen vanwege een wachtlijst. De afgelopen maanden hebben twee top-teenonderzoeken plaatsgevonden bij [de minderjarige 1] na zorgmeldingen van de vader over kindermishandeling door de moeder. Met de recherche is afgesproken dat na ontvangt van een nieuwe melding, telkens een top-teenonderzoek zal worden geïnitieerd om vast te stellen of het aanwezige letsel toegebracht of accidenteel is. Tot op heden tonen de onderzoeken aan dat het letsel bij [de minderjarige 1] niet eenduidig als toegebracht of accidenteel kan worden aangemerkt en dat dus niet kan worden bewezen of het letsel is toegebracht door de moeder.
3.3.
De GI is van mening dat de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen niet is opgeheven en dat een verlenging van de maatregel noodzakelijk is. De moeizame samenwerking met de vader maakt dat geen stappen voorwaarts gezet kunnen worden. Sinds december 2025 is de bureaudienst van de GI bij het gezin betrokken, omdat de vaste jeugdbeschermer is uitgevallen. De GI is zich ervan bewust dat zij handelingsverlegen is gebleken om de samenwerking te herstellen en actief regie te voeren. Dit maakt overdracht naar een andere GI noodzakelijk. De procedure hiertoe zal op korte termijn worden gestart nu de bereidverklaring van het Leger des Heils is ontvangen.

4.De standpunten

4.1.
Door en namens de moeder is ingestemd met de ondertoezichtstelling, met de voorwaarde dat de doelstellingen moeten veranderen. Er is sprake van intieme terreur door de vader en ter onderbouwing daarvan zijn producties overlegd. De communicatie tussen de ouders is niet verbeterd en de hulpverlening loopt vast door tegenwerking van de vader. Ook blijft de vader inbreken in de zorgtijd van de moeder, door [de minderjarige 1] te bellen en de kinderen op te halen van school, waarmee hij het moederschap van de moeder ondermijnt. De moeder verzoekt om in de (verdere) doelen op te nemen dat de intieme terreur moet stoppen, maatregelen worden genomen waardoor de kinderen (en de moeder) gevrijwaard worden van de terreur, voor zover nodig door middel van een eventuele spoed uithuisplaatsing van beide kinderen bij de moeder met een contactverbod althans in elk geval nader onderzoek te doen naar de intieme terreur door een daartoe capabele instantie.
4.2.
De vader is het niet eens met het verzoek van de GI. Het afgelopen jaar is door de GI nauwelijks iets gedaan, ook niet met de meldingen van de vader over kindermishandeling door de moeder. De vader heeft meerdere klachten ingediend tegen de GI, die allemaal behalve één gegrond zijn verklaard. Er is geen sprake van intieme terreur door de vader. Hij breekt niet in op de zorgtijd van de moeder, maar haalt de kinderen wel op als het bij de moeder niet meer gaat, zoals ook is afgesproken met de moeder en de hulpverlening. De vader heeft meegewerkt aan een persoonlijkheidsonderzoek en daaruit bleek dat geen hulp voor de vader was geïndiceerd. De vader verzoekt om een individuele kindbehartiger voor de kinderen aan te wijzen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van de kinderen wordt nog steeds ernstig bedreigd. De zorgen die bestonden aan de start van de ondertoezichtstelling zijn onverminderd aanwezig en zijn zelfs toegenomen. Tussen de ouders is al jarenlang sprake van een hevige strijd. Het lukt hen niet om op een normale manier met elkaar te communiceren en gezamenlijk beslissingen te nemen in het belang van de kinderen. De ouders uiten over en weer ernstige beschuldigen naar elkaar. De moeder beschuldigt de vader van intieme terreur en de vader beschuldigt de moeder van kindermishandeling. De kinderrechter constateert dat in het kader van dit verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling heel veel stukken zijn ingediend, wat de strijd tussen de ouders illustreert.
5.3.
In de beschikking van 9 oktober 2025 is de ondertoezichtstelling voor kortere duur verlengd om een vinger aan de pols te houden. De kinderrechter heeft toen overwogen dat in het eerste jaar van de ondertoezichtstelling te weinig uitvoering is gegeven aan de maatregel. De kinderrechter betreurt het dat wederom blijkt dat de afgelopen maanden weinig is gedaan door de GI en dat op dit moment zelfs geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is voor het gezin. Van de doelen die in voornoemde beschikking geformuleerd zijn, zijn alleen opvoedondersteuning voor de moeder en contact met de politie gerealiseerd. Weliswaar is een persoonlijkheidsonderzoek afgenomen bij de vader, maar de uitkomst daarvan kan kennelijk niet gebruikt worden, terwijl de vader naar voren heeft gebracht dat daaruit bleek dat geen hulp voor vader nodig was. Deze onduidelijkheid heeft de GI desgevraagd niet kunnen ophelderen. Bij de moeder zijn geen aanwijzingen gezien voor ernstige kindermishandeling. Of dit betekent dat de GI daarmee voldoende zicht heeft gekregen op de opvoedsituatie bij de moeder, is de kinderrechter evenmin duidelijk geworden. Aan een ander belangrijk doel, namelijk zicht krijgen op de opvoedsituatie bij de vader thuis, lijkt niet te zijn gewerkt. De nodige hulpverlening voor de kinderen bij KJTC en ouders in de vorm van PSO is nog niet opgestart, vanwege de wachtlijstproblematiek. Daar kan de GI niets aan doen, maar het had wel op de weg van de GI gelegen om in de tussentijd een vaste jeugdbeschermer in de gelegenheid te stellen in dit gezin aan de slag te gaan. De kinderrechter begrijpt dat de dynamiek van de ouders onderling en de samenwerking tussen de vader en de GI complex is, maar het is aan de GI om – als professionele partij – een manier te zoeken om toch te kunnen handelen. De huidige situatie, waarbij de kinderen compleet klem zitten tussen de ouders, waarbij in feite bijna niets aan hulpverlening of begeleiding wordt ingezet, terwijl een ondertoezichtstelling is uitgesproken, is zorgelijk en niet in het belang van de kinderen.
5.4.
De GI heeft inmiddels aangegeven handelingsverlegen te zijn en is vanwege de vertrouwensbreuk met de vader voornemens de ondertoezichtstelling over te dragen aan de gecertificeerde instelling het Leger des Heils. Ten tijde van de zitting was dit verzoek nog niet binnen. De kinderrechter ziet mede hierin dan ook aanleiding het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling toe te wijzen.
5.5.
De kinderrechter overweegt dat het de komende zes maanden, na de overdracht, aan het Leger des Heils als nieuwe GI is om voortvarend in dit gezin te handelen De doelen waaraan in het kader van de ondertoezichtstelling (nog steeds) gewerkt dient te worden, zijn:
- voldoende samenwerking met de ouders, wat ook inzet van beide ouders vraagt;
- duidelijk zicht krijgen op de opvoedsituatie en veiligheid bij beide ouders thuis, met bijzondere aandacht voor de zorgen van de vader over kindermishandeling en de zorgen van de moeder over intieme terreur;
- persoonlijkheidsonderzoek van beide ouders, waarvan de resultaten inzichtelijk zijn en door de GI kunnen worden betrokken bij het uitvoeren van de ondertoezichtstelling;
- totdat de nodige hulpverlening voor de kinderen en ouders is gestart, zal de GI ter overbrugging ander passende hulpverlening inzetten;
- contact met de politie en Veilig Thuis over de lopende onderzoeken.
5.6.
De namens de moeder verzochte aanpassing van de doelstellingen met een spoeduithuisplaatsing, kan geen doel zijn van een ondertoezichtstelling. Het is aan de GI om, op het moment dat dat noodzakelijk in het belang van de kinderen wordt geacht, een daartoe strekkend verzoek in te dienen. De kinderrechter ziet geen aanleiding de overige doelen zoals die namens de moeder zijn verzocht op te nemen. Het is verder aan de ouders of de GI om, zoals door de vader is verzocht, een kindbehartiger voor de kinderen aan te wijzen.
5.7.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.8.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 30 september 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026, in aanwezigheid van mr. E.E. ten Kate als griffier, en vastgesteld en ondertekend op 10 april 2026
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.