Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3930

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
11810880 CV EXPL 25-4828
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 238 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis proceskostenveroordeling in civiele zaak tegen Pré Wonen

Op 23 februari 2026 verzocht eiser via zijn gemachtigde de kantonrechter om verbetering van het vonnis van 11 februari 2026, specifiek om de proceskostenveroordeling te schrappen of op nihil te stellen. Dit verzoek was gebaseerd op het feit dat Pré Wonen niet door een gemachtigde werd vertegenwoordigd en zelf geen proceskostenveroordeling had gevraagd.

De kantonrechter stelde Pré Wonen in de gelegenheid te reageren, maar Pré Wonen maakte hier geen gebruik van. Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering oordeelde de kantonrechter dat sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen was.

Omdat Pré Wonen zich niet door een gemachtigde liet bijstaan, maar door eigen medewerkers, werd de proceskostenvergoeding beperkt tot noodzakelijke reis- en verletkosten. Deze werden begroot op € 50,00, met nakosten van € 135,00, totaal € 185,00. Het vonnis werd dienovereenkomstig aangepast en de eerdere proceskostenveroordeling van € 678,00 werd verminderd tot € 185,00.

De verbetering werd op 15 april 2026 op de minuut van het oorspronkelijke vonnis vermeld en de partij die de grosse had ontvangen werd verzocht deze na ontvangst van het herstelvonnis aan de griffie terug te sturen.

Uitkomst: De proceskostenveroordeling tegen eiser wordt verminderd tot € 185,00 wegens het ontbreken van een gemachtigde namens Pré Wonen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11810880 \ CV EXPL 25-4828
Verbetervonnis van 15 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. K. Dirlik,
tegen
PRÉ WONEN,
te Haarlem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Pré Wonen,
procederend in persoon.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Op 23 februari 2026 heeft mr. K. Dirlik namens [eiser] de kantonrechter verzocht om verbetering van het op 11 februari 2026 in deze zaak gewezen vonnis. [eiser] heeft verzocht om de proceskostenveroordeling te schrappen dan wel op nihil te begroten omdat Pré Wonen niet met een gemachtigde heeft geprocedeerd en niet om een proceskostenveroordeling heeft verzocht.
1.2.
De kantonrechter heeft Pré Wonen in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren.
Pré Wonen heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 31 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verbetert de rechter te allen tijde, op verzoek van een partij of ambtshalve, in zijn vonnis een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Dit is het geval als het gaat om duidelijke verschrijvingen of fouten waarvan direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing.
2.2.
De kantonrechter oordeelt dat in het vonnis van 11 februari 2026 sprake is van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Omdat Pré Wonen zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde maar laten vertegenwoordigen door haar eigen medewerkers, wordt bij een proceskostenveroordeling enkel een bedrag toegewezen als vergoeding van de noodzakelijk reis- en verletkosten voor het bijwonen van de mondelinge behandeling [1] . Omdat Pré Wonen daarover geen stellingen heeft ingenomen en eventuele kosten niet heeft onderbouwd, zullen deze kosten door de kantonrechter worden begroot op € 50,00.
2.3.
De kantonrechter zal het verzoek tot verbetering van het vonnis dan ook toewijzen in die zin dat de proceskosten van Pré Wonen worden begroot op:
- reis- en verletkosten
50,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
185,00

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
bepaalt dat randnummer 4.15 van het op 11 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Pré Wonen worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten x € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00”
wordt gewijzigd in:

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat Pré Wonen zich niet heeft laten bijstaan door een gemachtigde, worden de proceskosten van Pré Wonen begroot op:
- reis- en verletkosten
50,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
185,00”
3.2.
bepaalt dat randnummer 5.2. van het op 11 februari 2026 tussen partijen gewezen vonnis, waar staat:

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 678,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
wordt gewijzigd in:

veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 185,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,”
3.3.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 15 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 11 februari 2026,
3.4.
verzoekt de partij die de grosse heeft ontvangen, voor zover zij dit niet al heeft gedaan, de ontvangen grosse van het vonnis van 11 februari 2026 na ontvangst van dit verbetervonnis aan de griffie van de rechtbank terug te sturen.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 238 Rechtsvordering Pro