Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:3939

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
13 april 2026
Zaaknummer
C/15/375540
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor manische ontremming met beperking tot drie maanden

De rechtbank Noord-Holland heeft op 30 maart 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, die lijdt aan een manische ontremming. De machtiging is verleend op verzoek van de officier van justitie om ernstig nadeel voor betrokkene en zijn omgeving af te wenden en de geestelijke gezondheid te herstellen.

Tijdens de zitting, waarbij betrokkene, zijn advocaat, diverse medische professionals en zijn partner aanwezig waren, is vastgesteld dat betrokkene nog niet voldoende ziekte-inzicht heeft om de behandeling vrijwillig voort te zetten. De psychiater benadrukte dat de zorgmachtiging noodzakelijk is voor een goede overgang van klinische opname naar ambulante zorg en het voortzetten van medicatie.

De rechtbank oordeelde dat er geen minder ingrijpende alternatieven zijn en dat de verplichte zorg proportioneel en effectief is. De duur van de machtiging is beperkt tot drie maanden, zodat betrokkene kan laten zien dat hij de behandeling vrijwillig zal voortzetten. Het verweer van de advocaat dat de behandeling op vrijwillige basis kan plaatsvinden, werd verworpen.

Uitkomst: Zorgmachtiging verleend voor drie maanden om overgang naar ambulante behandeling te begeleiden en verplichte zorg te waarborgen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
zaak-/rekestnr.: C/15/375540 / FA RK 26-1229
beschikking van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in het Centrum van de Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Holland Noord, locatie [locatie] , [adres] ,
hierna: betrokkene,
advocaat mr. L.M. Wagemaker, kantoorhoudende te Westwoud.

1.Procedure

1.1.
Bij het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 maart 2026, heeft de officier van justitie verzocht om afgifte van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene.
1.2.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het informatierapport Wvggz van de politie van 16 februari 2026;
  • het zorgplan van 27 februari 2026;
  • de medische verklaring van 3 maart 2026;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 6 maart 2026;
  • een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz.
1.3.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 maart 2026, in het gebouw van voornoemde accommodatie.
1.4.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [arts] , arts;
  • [psychiater] , psychiater (telefonisch);
  • [arts in opleiding] , arts in opleiding;
  • [verpleegkundige] , verpleegkundige;
  • de partner van betrokkene.
1.5.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten: een manische ontremming.
2.2.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er door voornoemde stoornis ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
  • ernstige financiële schade;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
2.3.
Betrokkene heeft zorg nodig om:
- ernstig nadeel af te wenden;
- de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat betrokkene diens autonomie zoveel mogelijk herwint.
2.4.1.
De advocaat van betrokkene heeft primair verzocht het verzoek van de officier van justitie af te wijzen, omdat er een minder ingrijpende mogelijkheid is en dat is voortzetting van de behandeling op vrijwillige basis. De medicatie wordt in overleg gegeven en hoewel betrokkene kritisch is, staat hij open voor de medicamenteuze behandeling.
2.4.2.
De ter zitting aanwezige psychiater geeft aan dat betrokkene ziekte-inzicht begint te krijgen. Hoewel hij zich eerst verzette tegen de opname, heeft hij daar nu meer begrip voor en neemt hij de voorgeschreven medicatie. Echter, de zorgmachtiging is noodzakelijk om de overgang van de klinische naar ambulante setting goed te laten verlopen en om de medicatie voort te zetten. In de toekomst bestaat de mogelijkheid voor zorg op vrijwillige basis, maar daar is het op dit moment nog te vroeg voor, aldus de psychiater.
2.4.3.
De rechtbank oordeelt, gelet op de stukken, de verkregen informatie en het besprokene ter zitting, dat het op dit moment nog te vroeg is om de behandeling op vrijwillige basis voort te zetten. Betrokkene heeft niet eerder een manische ontremming gehad en hij heeft een andere mening over de zwaarte en de achtergrond van de ontremming dan de psychiater. Waar betrokkene zijn houding typeert als ‘eigen wijsheid’, ziet de psychiater dit als ‘eigenwijsheid’. Hoewel de rechtbank er vertrouwen in heeft dat de behandeling op afzienbare termijn op vrijwillige basis kan worden voortgezet, acht de rechtbank het belangrijk dat voorlopig bij gebreke van overeenstemming tussen betrokkene en de arts over de behandeling en medicatie, het oordeel van de arts de doorslag geeft. Ook acht de rechtbank het noodzakelijk dat als betrokkene op korte termijn weer naar huis gaat, de ambulante hulpverlening in eerste instantie in een dwingend kader plaatsvindt ter voorkoming van een terugval. Dit betekent dat naar het oordeel van de rechtbank de verlening van de zorgmachtiging nodig is en dat het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van bewegingsvrijheid, telkens maximaal drie maanden;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie, telkens maximaal drie maanden.
2.5.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief.
2.7.1.
De advocaat van betrokkene heeft subsidiair verzocht de duur van de zorgmachtiging te beperken tot een periode van drie maanden. Deze periode is genoeg om de overstap van de klinische naar de ambulante setting goed te laten verlopen.
2.7.2.
De rechtbank ziet in het betoog van de advocaat en de reactie daarop van de psychiater aanleiding om de duur van de zorgmachtiging te beperken tot een periode van drie maanden en het meer verzochte af te wijzen. De rechtbank acht deze termijn toereikend om de overgang naar een ambulante behandeling in goede banen te leiden en betrokkene in staat te stellen om te laten zien dat hij de behandeling op vrijwillige basis zal voortzetten.
2.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van
driemaanden, en geldt aldus tot en met
30 juni 2026.

3.Beslissing

De rechtbank:
- verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 vermeld voor de volledige duur van de zorgmachtiging, tenzij onder 2.4 een kortere duur is vermeld;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
30 juni 2026;
- wijst het meer verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, rechter, in tegenwoordigheid van
J.Y. Admiraal als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.