6.3.Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.
Aard en ernst feiten
De verdachte heeft op 20 augustus 2023 zijn halfzusje en een vakantievriendinnetje van zijn halfzusje aan hun vagina betast. De meisjes waren aan het spelen in de stacaravan en genoten van hun vakantie toen de verdachte dit plots deed. De verdachte heeft met zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de meisjes. Daarnaast heeft de verdachte zijn positie als oudere broer misbruikt. De meisjes konden zich niet tegen de verdachte verzetten, hij was immers zes/zeven jaar ouder en veel groter. De verdachte heeft geen aandacht gehad voor de consequenties van zijn handelen op de twee nog erg jonge meisjes. Zijn eigen gevoelens heeft hij voorop gesteld. De rechtbank rekent de verdachte dit zwaar aan.
De verdachte heeft na 20 augustus 2023 behandeling gehad voor zijn problematiek bij De Waag. Ondanks deze behandeling kon de verdachte zich niet beheersen en is hij opnieuw ernstig de fout ingegaan door opnieuw onzedelijk aan zijn halfzusje te zitten. Op
20 december 2024 ging hij een stap verder dan 20 augustus 2023. Terwijl zijn halfzusje nietsvermoedend een filmpje aan het kijken was op het bed van haar ouders, heeft de verdachte haar aangerand. Deze handelingen waren volgens het slachtoffer een geheimpje tussen haar en haar broer. De verdachte heeft het feit gepleegd in de woning van het gezin. Dit is bij uitstek een plek waar het slachtoffer zich veilig had moeten kunnen voelen en onbezorgd moet kunnen opgroeien. Door het handelen van de verdachte is het gevoel van veiligheid en onbezorgdheid bij zijn halfzusje volledig weggenomen. Ook dit keer heeft de verdachte zijn positie als oudere broer ernstig misbruikt. Het slachtoffer had vertrouwen in haar broer, maar dit vertrouwen heeft hij ernstig geschonden en mogelijk onherstelbaar beschadigd. Ook bij het plegen van dit feit heeft de verdachte niet gedacht aan de gevolgen van zijn handelen voor zijn halfzusje. Het feit is gepleegd in de familiesfeer, waardoor sprake is van een grote impact op de familie van het slachtoffer en de verdachte.
Persoonlijke omstandigheden
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank het op naam
van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 20 december 2025 in aanmerking genomen waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van het psychiatrisch rapport van 10 november 2025 en het psychologisch rapport van 10 november 2025. De rapporteurs zijn het grotendeels met elkaar eens en kort samengevat houden hun bevindingen het volgende in.
De verdachte heeft een autismespectrumstoornis (ASS) en is zwakbegaafd. Daarnaast is sprake van ouder-kindrelatieproblematiek, een negatieve invloed van ouderlijke relatieproblemen en een verstoorde relatie met zijn halfbroertje en halfzusje. Dit beschreven beeld was tijdens de bewezenverklaarde feiten aanwezig. Daarom wordt geadviseerd de bewezenverklaarde feiten verminderd aan de verdachte toe te rekenen. Het recidiverisico wordt matig tot hoog ingeschat, indien de verdachte niet wordt behandeld voor zijn problematiek. Zowel de psychiater als de psycholoog adviseren daarom een gedragsbeïnvloedende maatregel. De psychiater adviseert deze maatregel voor de duur van een jaar en de psycholoog adviseert de maatregel op te leggen voor zolang de behandeling nodig is. Zij geven beiden aan dat de verdachte langdurige behandeling nodig heeft binnen ( [behandelinstelling] ) vanwege zijn cognitieve beperkingen (ASS en zwakbegaafdheid). Er worden ontwikkelmogelijkheden gezien bij de verdachte wanneer de behandeling en begeleiding op maat en op zijn niveau worden aangeboden. De behandeling zal naar verwachting met vallen en opstaan gaan, omdat de verdachte aangeleerde alternatieve gedragingen in verschillende situaties moet inzetten, waarbij het niet ondenkbaar is dat hij zal terugvallen in eigen aangeleerde patronen. Het kan dan helpend zijn dat de verdachte de consequenties van zijn gedrag ervaart door een time-out binnen de JJI.
De rechtbank kan zich verenigen met de conclusies van voornoemde rapporten om het bewezen verklaarde in verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het rapport van de Raad van 27 januari 2026. De Raad heeft geadviseerd een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen in de vorm van individuele en systemische behandeling vanuit [behandelinstelling] te [plaats] , danwel [plaats] . De Raad adviseert in dat kader ook dat de verdachte een adequate dagbesteding moet hebben, zich moet houden aan de afspraken met de jeugdreclassering en dat deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. De Raad ziet – net als de gedragsdeskundigen – de gedragsbeïnvloedende maatregel als het juiste kader om sturing te geven aan de groei en ontwikkeling van de verdachte. Daarnaast adviseert de Raad een deels voorwaardelijke jeugddetentie, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan het aantal dagen die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De Raad adviseert daarbij als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:
- zal verblijven bij [behandelinstelling] te [plaats] , danwel [plaats] ;
- zich zal inzetten voor de behandeling en begeleiding bij [behandelinstelling] en zich zal houden aan de daar gestelde huisregels;
- zal meewerken aan individuele en systemische behandeling vanuit [behandelinstelling] of een soortgelijke organisatie zolang als door de behandelinstelling nodig wordt bevonden voor het verkleinen van de kans op recidive;
- zich zal inzetten voor het behouden van een zinvolle dagbesteding zoals school;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers zolang de jeugdreclassering dat nodig acht.
De Raad adviseert dat voornoemde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte weer een misdrijf zal begaan waarbij de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen in gevaar is.
De Raad schat het algemene recidive risico van de verdachte in op midden. De verdachte beschikt op dit moment niet over de juiste vaardigheden om weloverwogen en sociaal geaccepteerde keuzes te maken. Dit is een duidelijk hoge risicofactor. Om de zorgen over de verdachte weg te nemen is het nodig dat hij intensieve, langdurige, ambulante behandeling en begeleiding krijgt vanaf de huidige behandelplek [behandelinstelling] .
Ter terechtzitting heeft de Raad hieraan toegevoegd dat de verdachte zich goed aan de schorsingsvoorwaarden houdt en te zien is dat hij een groei heeft doorgemaakt sinds hij bij [behandelinstelling] verblijft. De verdachte heeft de motivatie om iets van zijn leven te maken. Het heeft lang geduurd voordat een geschikte plek voor de verdachte werd gevonden, wat niet aan de verdachte persoonlijk is te wijten. Het is positief dat de verdachte zichzelf steeds meer begint open te stellen. Tegelijkertijd geeft hij ook nog steeds aan dat zijn handelingen zouden zijn uitgelokt en spreekt hij over wraak op zijn stiefmoeder en vader. De Raad vindt dit zorgelijk. Ook is de verdachte nog niet volledig open over de feiten waarvan hij wordt verdacht. [behandelinstelling] is de aangewezen partij om daarover met de verdachte in gesprek te gaan. De behandeling en begeleiding staan nog aan het begin. De behandeling moet volgens de Raad voorop staan, in plaats van school en stage. De verdachte heeft nog een lange weg te gaan. Het is daarom goed dat de verdachte langer bij [behandelinstelling] kan blijven. Dit kan goed geborgd worden in de gedragsbeïnvloedende maatregel.
Namens de jeugdreclassering is ter terechtzitting het volgende aangegeven. Volgens [behandelinstelling] laat de verdachte een stijgende lijn zien in de gesprekken die hij voert binnen de behandeling. De stijgende lijn is vooral te zien op het praktisch gebied van school, stage en het naleven van de schorsingsvoorwaarden. De jeugdreclassering vindt het zorgelijk dat de verdachte nog steeds de uitspraak doet dat zijn vader en stiefmoeder zijn handelen hebben uitgelokt en hij de feiten heeft gepleegd als wraakactie. Deze uitspraken moeten worden meegenomen in de gesprekken bij [behandelinstelling] . De behandelaren zullen meer de diepte in moeten gaan met de verdachte, maar daarvoor is steeds minder tijd vanwege school en de stage van de verdachte.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank verder nog het volgende overwogen. De verdachte heeft niet voor alle feiten volledige openheid van zaken gegeven en hij legt jammer genoeg de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag deels bij anderen. Dit terwijl hij juist zelf na de feiten in 2023 ambulante behandeling kreeg en wel voelde maar niet heeft aangegeven dat zijn echte problemen daarbij niet aangepakt werden. Daarmee kijkt hij weg van zijn eigen verantwoordelijkheid en lijkt hij het laakbare van zijn handelen niet te (willen) zien. Dit wordt dan ook negatief meegewogen bij het bepalen van de straf.
Gedragsbeïnvloedende maatregel
De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de begane misdrijven aanleiding geven tot de oplegging van de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige en dat de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een gedragsbeïnvloedende maatregel en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Gezien zijn problematiek is de noodzaak van behandeling en begeleiding voor de verdachte duidelijk. In het kader van zijn schorsingsvoorwaarden staat de verdachte onder behandeling en begeleiding vanuit [behandelinstelling] en verblijft hij daar ook. Het is van belang dat dit wordt voortgezet en stevig wordt geborgd. De verdachte heeft ter terechtzitting ook aangegeven dat hij gemotiveerd is voor de gedragsbeïnvloedende maatregel en daaraan wil meewerken. Binnen het kader van de gedragsbeïnvloedende maatregel kan de juiste sturing worden gegeven voor een positieve ontwikkeling van de verdachte. De rechtbank zal daarom bepalen dat de verdachte gedurende de maatregel intern bij [behandelinstelling] te [plaats] , dan wel [plaats] , moet verblijven. Daarnaast moet de verdachte meewerken aan individuele en systemische behandeling vanuit het [behandelinstelling] , zodat hij kan werken aan zijn problematiek en daarmee de kans op recidive kan worden verkleind.
De rechtbank acht het van belang dat in deze behandeling ook aandacht is voor de wraakgevoelens van de verdachte en dat in de behandelgesprekken de diepte wordt gezocht, zodat duidelijk wordt waar bepaalde gedragingen en gedachten van de verdachte vandaan komen. Daarnaast moet de verdachte passende dagbesteding hebben in de vorm van school, stage en/of werk. Hierbij merkt de rechtbank op dat de behandeling en begeleiding van de verdachte altijd voorrang dient te hebben op zijn dagbesteding. Ten slotte moet de verdachte zich gedurende de maatregel houden aan de afspraken met de jeugdreclassering.
De rechtbank zal aan de gedragsbeïnvloedende maatregel een vervangende jeugddetentie verbinden, indien de verdachte niet naar behoren meewerkt aan de tenuitvoerlegging van de maatregel. De rechtbank acht daartoe een termijn van maximaal zes maanden voldoende als stok achter de deur, zodat de verdachte zich blijft inzetten voor de noodzakelijke behandeling en begeleiding vanuit [behandelinstelling] .
(Voorwaardelijke) jeugddetentie
Alles afwegende is de rechtbank daarnaast van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf moet worden opgelegd. De rechtbank is echter van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de verminderde toerekenbaarheid, reden geven om enigszins af te wijken van de straf zoals gevorderd door de officier van justitie. De rechtbank zal daarom een jeugddetentie opleggen voor de duur van 297 dagen, met aftrek van de 177 dagen die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan, te weten 120 dagen, vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, opdat verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. Daarnaast zal de rechtbank de gevorderde bijzondere voorwaarden aan de op te leggen straf verbinden. Deze voorwaarden zijn van belang, zodat de behandeling en de begeleiding van de verdachte, ook na afloop van de gedragsbeïnvloedende maatregel, nog voldoende zijn geborgd.
Dadelijke uitvoerbaarheid gedragsbeïnvloedende maatregel en bijzondere voorwaarden
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten aanranding van een minderjarige jonger dan twaalf jaar, ontuchtige handelingen plegen met iemand beneden de zestien jaar en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Gelet op het matige tot hoge recidiverisico en het feit dat de noodzakelijke behandeling en begeleiding van de verdachte nog in de beginfase zit, is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een strafbaar feit zal begaan. Daarbij betrekt de rechtbank dat de verdachte een deel van de feiten heeft gepleegd terwijl hij al onder ambulante behandeling was (geweest) voor de eerder voorgevallen feiten. Daarnaast is de dadelijke uitvoerbaarheid in het belang van de verdachte, zodat de behandeling en de begeleiding direct kan worden voortgezet. De rechtbank zal daarom bevelen dat het programma waar de gedragsbeïnvloedende maatregel uit bestaat en de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.