Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- het tussenvonnis van 10 december 2025;
- de mondelinge behandeling van 14 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
€ 55.000,00 en € 59.950,00 betaald. De derde factuur van € 15.675,00 en de vierde na oplevering te betalen (slot)factuur van € 6.934,96 hebben [gedaagden] ondanks aanmaning en sommatie niet betaald.
Jij geeft in je mail aan dat de laatste puntjes pas gaat doen als we betaald hebben. Dit begint aardig op chantage te lijken. Zo laten we ons niet behandelen. We hebben daarom nu besloten dat we de laatste puntjes zelf gaan doen. (…) We zijn er klaar mee!(…)De aanneemovereenkomst is daarmee wel komen te vervallen. Wij vonden het redelijk om nog 1 factuur te betalen. De andere facturen gaan wij niet betalen. (..)Wij sluiten het hierbij af. Wij betreuren hoe het is verlopen. Wij zullen niet meer reageren op mails, apps e.d.”3. Het geschil
4.De beoordeling
Nakoming van de overeenkomst door [gedaagden] stellen Santi Bouw uitdrukkelijk niet meer op prijs en is om die reden niet aan de orde.
[gedaagden] kunnen zich ook niet met succes beroepen op verrekening in verband met door hun geleden schade. Op grond van artikel 6:136 BW Pro kan de rechter een vordering ondanks een beroep van de schuldenaar ( [gedaagden] ) op verrekening toewijzen, indien de gegrondheid van dit (verrekenings)verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering van de schuldeiser (Santi Bouw) overigens wel voor toewijzing vatbaar is. Die situatie doet zich in deze zaak voor. Omdat Santi Bouw de schade van [gedaagden] betwist is de gegrondheid van dit (verrekenings)verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen, zodat de kantonrechter daaraan op de voet van artikel 6:136 BW Pro voorbijgaat.
€ 22.609,96 zal de kantonrechter toewijzen. De gevorderde betaling van buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente zullen ook worden toegewezen. De vorderingen zijn op de wet gegrond en [gedaagden] hebben hiertegen geen zelfstandig verweer gevoerd. Santi Bouw heeft in het petitum van de dagvaarding niet duidelijk gemaakt over welk bedrag zij rente vordert. De kantonrechter zal de wettelijke rente over de hoofdsom van € 22.609,96 toewijzen.