Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4071

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
C/15/375001
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 2.10 AanbestedingsleidraadHvJ EG 12 februari 2004, ECLI:EU:C:2004:93
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbod gunning en herbeoordeling aanbesteding toegangspoorten wegens verborgen gunningscriteria

HVC schreef een Europese openbare aanbesteding uit voor onderhoud en levering van toegangspoorten en aanverwante producten, waarbij Acon als tweede eindigde. Acon stelde dat haar inschrijving onjuist was beoordeeld en vorderde een verbod op gunning aan ABC totdat een correcte beoordeling had plaatsgevonden.

De rechtbank oordeelde dat HVC verborgen gunningscriteria hanteerde, zoals de eis van systeemintegratie en concrete meetbare duurzaamheidsdoelstellingen, die niet transparant in de aanbestedingsleidraad waren opgenomen. Ook waren er motiveringsgebreken in de beoordeling van Acon's inschrijving, met name ten aanzien van systeemintegratie en kosten van het Outsmart-platform.

De rechtbank verbood HVC de opdracht aan ABC te gunnen en beval een herbeoordeling door een nieuwe, onafhankelijke commissie, met een nieuwe termijn voor bezwaren. De proceskosten werden aan HVC opgelegd. De dwangsom werd afgewezen omdat HVC toezegde de uitspraak na te leven.

Uitkomst: Gunning aan ABC verboden en herbeoordeling van inschrijvingen door onafhankelijke commissie bevolen wegens verborgen gunningscriteria en motiveringsgebreken.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/375001 / KG ZA 26-84
Vonnis in kort geding van 16 april 2026
in de zaak van
ACON B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Lemelerveld,
eisende partij,
hierna te noemen: Acon,
advocaat: mr. C. Borstlap,
tegen
N.V. HVC,
gevestigd en kantoorhoudende te Alkmaar,
gedaagde partij,
hierna te noemen: HVC,
advocaat: mr. O. Heuverling.
De zaak in het kort
HVC heeft een Europese openbare aanbesteding gehouden voor het onderhouden, leveren en plaatsen van toegangspoorten, hekwerken, slagbomen en tourniquetdeuren. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Acon heeft hierop ingeschreven en is als tweede geëindigd. Acon stelt dat HVC haar inschrijving niet juist heeft beoordeeld en vordert onder meer een verbod tot gunning, voordat een heeft plaatsgevonden. Acon krijgt op een aantal punten gelijk, zodat haar vorderingen grotendeels worden toegewezen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 7
- de conclusie van antwoord
- de akte wijziging eis
- de mondelinge behandeling van 2 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Acon
- de pleitnota van HVC.
1.2.
Voor de mondelinge behandeling op 2 april 2026 zijn verschenen namens Acon de heer [betrokkene 1], (directeur) de heer [betrokkene 2] (eigenaar Acon) bijgestaan door
mr. Borstlap voornoemd en namens HVC de heer [betrokkene 3] (jurist), de heer [betrokkene 4] (inkoper), bijgestaan door mr. Heuverling voornoemd.
1.3.
Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
HVC is een publiek energie- en afvalbedrijf van 52 gemeenten en 8 waterschappen.
Zij heeft op 4 augustus 2025 een Europese openbare aanbesteding uitgeschreven voor het onderhouden, leveren en plaatsen van toegangspoorten, hekwerken, slagbomen en tourniquetdeuren (publicatienummer 101560). Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. De bedoeling is een raamovereenkomst te sluiten met één opdrachtnemer voor de initiële duur van twee jaar, met de mogelijkheid voor HVC om de overeenkomst twee keer onder dezelfde voorwaarden te verlengen met steeds een periode van maximaal twaalf maanden.
2.2.
De aanbestedingsleidraad (hierna: de Leidraad) houdt het volgende in:
(…)
2.1
Onvolkomenheden en waarschuwingsplicht
Deze Aanbestedingsleidraad is met zorg samengesteld. Mocht de Inschrijver desondanks
tegenstrijdigheden, onvolkomenheden of (andere) onrechtmatigheden tegenkomen, dan dient Inschrijver deze zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen tien dagen vóór de datum van Inschrijving, aan HVC schriftelijk kenbaar te maken. Indien naderhand blijkt deze Aanbestedingsleidraad onvolkomenheden of tegenstrijdigheden bevat en deze niet door Inschrijver zijn opgemerkt, dan kan dit HVC niet worden tegengeworpen en zijn deze voor risico van de Inschrijver.
Indien wel melding wordt gemaakt maar deze melding/ dit bezwaar wordt niet (volledig) overgenomen door HVC, dan heeft Inschrijver de mogelijkheid om uiterlijk tot 3 dagen vóór de Sluitingsdatum een kort geding aanhangig te maken op straffe van verval van recht. Door in te schrijven gaat Inschrijver akkoord met de (eventuele onregelmatigheid van de) inhoud van de Aanbestedingsdocumenten en de Aanbesteding(procedure).
(…)
6 GUNNINGSCRITERIA
(…)
Met de kwalitatieve criteria zijn in totaal 600 punten te behalen. Met de prijscriteria zijn in totaal 400 punten te behalen. Daarmee wegen de kwalitatieve criteria gezamenlijk voor 60% mee in de beoordeling en de prijscriteria voor 40%.
De gunningscriteria zijn opgenomen in onderstaande tabel:
(…)
Per gunningscriterium wordt de toegekende beoordelingswaarding omgerekend naar het bijbehorende aantal punten via onderstaande formule:
Puntenscore = maximum puntenscore * behaalde percentage
6.1
Gunningscriteria
Gunningscriterium 1: Case levering hekwerk en poort
(…)
Omschrijving situatie
In Alkmaar heeft HVC een perceel aan (…) waar een deel kantoor wordt gevestigd, waar personenauto- en vrachtwagenparkeerplaatsen komen en een afzetplek voor containers wordt gerealiseerd. Om dit perceel moet een hekwerk met elektrische toegangspoort worden geplaatst.
HVC vraagt Inschrijver om een plan van aanpak aan te leveren voor de nieuwe levering en montage van dit hekwerk met elektrische toegangspoort.
In het plan van aanpak moeten in ieder geval de volgende aspecten aan de orde komen:
- Organisatie van de werkvoorbereiding (van aanvraag tot opdrachtverstrekking);
- Beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden per stap (van opdrachtverstrekking tot nazorg,
inclusief oplevering en keuring van het geplaatste hekwerk);
- Inrichting van de communicatie tussen HVC en eventuele andere betrokkenen;
- Doorlooptijden en opleverdata;
- Borging ARBO/veiligheidsmaatregelen;
- Organisatie van toekomstig onderhoud.
(…)
Beoordeling:
Ter beoordeling van de mate waarin de door u gestelde aanpak aansluit wil HVC daarom in ieder
geval de bovengenoemde onderwerpen terugzien in de uitwerking. De overige onderwerpen die de
Inschrijver van belang acht om HVC te laten zien dat de aanpak aansluit laat HVC over aan de eigen
invulling en creativiteit van de Inschrijver. Dit houdt in dat deze onderwerpen nadrukkelijk geen
afzonderlijke gunningscriteria zijn. HVC beoordeelt het plan van aanpak integraal. De onderwerpen die moeten behandeld worden, zijn geen (nadere) gunningscriteria waaraan afzonderlijke scores worden toegekend.
Gunningscriterium 2: Case storing van een toegangspoort
Vrijdagmiddag 16.00 uur wordt er telefonisch een storing gemeld aan de elektrische toegangspoort op zonnepark Zuyderzon in Almere. Het betreft een urgente storingsmelding, aangezien de poort niet meer sluit en open blijft staan. De elektrische poort is geplaatst door een andere leverancier en het is niet duidelijk waardoor de storing wordt veroorzaakt. Is het een mechanische of elektronische oorzaak? Het is niet wenselijk dat de toegangspoort de gehele nacht open blijft. Opdrachtnemer wordt gevraagd te gaan kijken en de storing te verhelpen.
HVC vraagt Inschrijver om de storingscase uit te werken en daarin de volgende aspecten aan de orde te laten komen:
- Werkwijze aannemen van storing;
- Omschrijving van de inrichting van de storingsdienst en op welke tijden deze bereikbaar is en via welk kanaal;
- Omschrijving van de werkwijze (van ontvangen van melding tot het afhandelen van de
storing);
- Communicatiematrix HVC en eventuele andere betrokkenen tijdens een storing (denk o.a.
terugkoppeling status tijdens storing, afmelding van storing en storingsrapport);
- Tijdelijke maatregelen indien storing niet direct verholpen kan worden.
(…)
Beoordeling:
Ter beoordeling van de mate waarin de door u gestelde aanpak aansluit wil HVC daarom in ieder
geval de bovengenoemde onderwerpen terugzien in de uitwerking. De overige onderwerpen die de
Inschrijver van belang acht om HVC te laten zien dat de aanpak aansluit laat HVC over aan de eigen
invulling en creativiteit van de Inschrijver. Dit houdt in dat deze onderwerpen nadrukkelijk geen
afzonderlijke gunningscriteria zijn. HVC beoordeelt het plan van aanpak integraal. De onderwerpen die moeten behandeld worden, zijn geen (nadere) gunningscriteria waaraan afzonderlijke scores worden toegekend.
Gunningscriterium 3: Duurzaamheid
Bij HVC staan de drie volgende kernwaarden centraal: duurzaam, publiek en daadkracht. (…)
Volgens HVC zijn er voor de Inschrijver ook mogelijkheden kijkend naar de kernwaarde duurzaam.
Inschrijver dient te beschrijven op welke wijze en welke duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen bij de uitvoering van deze opdracht. In de uitwerking komen ten minste de volgende onderdelen naar voren:
- Op welke wijze past inschrijver (innovatieve) oplossingen toe gericht op de opdracht die
bijdragen aan de kernwaarde duurzaam van HVC? Het gaat hierbij niet om de wijze waarop
de Inschrijver zelf met duurzaamheidsambities omgaat (zoals bijvoorbeeld beleidsrapporten,
zonnepanelen op een kantoor pand).
- Welke overige mogelijkheden biedt inschrijver die bijdragen aan de kernwaarde duurzaam van HVC? Denk o.a. dubbele ritten voorkomen, aantal kilometers naar HVC-locaties toe beperken, type brandstof van het vervoer en het voorraadniveau in de servicebussen.
(…)
Beoordeling:
Ter beoordeling van de mate waarin de door u gestelde aanpak aansluit wil HVC daarom in ieder
geval de bovengenoemde onderwerpen terugzien in de uitwerking. De overige onderwerpen die de
Inschrijver van belang acht om HVC te laten zien dat de aanpak aansluit laat HVC over aan de eigen
invulling en creativiteit van de Inschrijver. Dit houdt in dat deze onderwerpen nadrukkelijk geen
afzonderlijke gunningscriteria zijn. HVC beoordeelt het plan van aanpak integraal. De onderwerpen die moeten behandeld worden, zijn geen (nadere) gunningscriteria waaraan afzonderlijke scores worden toegekend.
Gunningscriterium: Prijs
(…) Met de totale inschrijfprijs wordt gerekend voor de beoordeling. De Inschrijver met de laagste
prijs krijgt het maximale aantal punten.
Voor de puntentoekenning van de Inschrijvers die een hogere prijs hebben aangeboden wordt de
volgende prijsformule gehanteerd:
Prijs laagste Inschrijver
Punten Inschrijver = ---------------------------------- x 400
Prijs Inschrijver
Per gunningscriterium wordt de toegekende beoordelingswaarding omgerekend naar het bijbehorende aantal punten via de volgende formule:
Puntenscore = maximum puntenscore * behaalde percentage
2.3.
Acon heeft ingeschreven. Bij brief van 9 februari 2026 heeft HVC Acon haar gunningsbeslissing meegedeeld. Zij vermeldt dat Acon als tweede is geëindigd met een totaalscore van 844 punten en dat zij voornemens is de opdracht te gunnen aan ABC Security Systems B.V.(hierna: ABC) die is geëindigd met een totaalscore van 952 punten. HVC heeft haar beslissing als volgt gemotiveerd:
Gunningscriterium 1: Case levering hekwerk en poort
(…) Uw inschrijving heeft op dit gunningscriterium een
voldoende (108 punten)gescoord. (…) Hoewel uw plan van aanpak positieve elementen bevat die getuigen van aandacht voor proceskwaliteit en continuïteit, wegen de geïdentificeerde negatieve punten zwaarder. Met name het niet standaard opnemen van een schouw en het ontbreken van een beschrijving van de systeemintegratie vormen voor HVC significante operationele en financiële risico's. Deze risico's zijn van dusdanige aard dat een oordeel 'goed' of 'uitstekend' niet kon worden toegekend en de score is vastgesteld op 'voldoende'.
Positief beoordeelde punten:
• Testen en opleveren (SAT).Dit toont aan dat u het belang van een formeel en verifieerbaar
acceptatieproces onderkent, wat voor HVC de garantie biedt dat het opgeleverde werk volledig voldoet aan de gestelde eisen en specificaties.
• Benoemen van een vervanger voor de contactpersoon. Dit getuigt van aandacht voor
continuïteit en risicobeheersing in de projectcommunicatie en waarborgt de bereikbaarheid, wat voor HVC essentieel is.
• Service platform Outsmart.Het aanbieden van een platform voor statusupdates draagt bij
aan de transparantie van het proces, een belangrijk aanbestedingsrechtelijk beginsel.
• Het opstellen van een MJOP. Dit getuigt van een proactieve en duurzame visie die verder
kijkt dan alleen de initiële installatie en HVC helpt bij de lange-termijn budgettering en
instandhouding.
Negatief beoordeelde punten:
• Niet standaard opnemen van een werk op locatie. Dit vormt voor HVC een significant risico.
Een schouw is cruciaal om onvoorziene omstandigheden (zoals bodemgesteldheid, aanwezige kabels en leidingen) tijdig te identificeren en zo faalkosten, vertragingen en meerwerk te voorkomen.
• Ontbreken van beschrijving systeemintegratie. Dit vormt voor HVC een significant risico.
De aanpak beschrijft enkel de fysieke en elektrische installatie, maar negeert de cruciale
koppeling met de toegangscontrolesystemen van HVC. Dit creëert onzekerheid over de
functionele bruikbaarheid, de beheersbaarheid van de poort en kan leiden tot onvoorziene
kosten en complexiteit om de oplossing werkend te krijgen binnen onze bestaande IT-
infrastructuur.
• Onduidelijkheid over toegankelijkheid en kosten van Outsmart. Hoewel het platform zelf
positief is, creëert het gebrek aan duidelijkheid over de (licentie)kosten en toegankelijkheid een potentieel financieel en operationeel risico gedurende de contractperiode.
Gunningscriterium 2: Case storing van een toegangspoort
(…) Uw inschrijving heeft op dit gunningscriterium een
goed (240 punten)gescoord. (…)
De aanpak getuigt van een professionele en klantgerichte serviceorganisatie. Vooral de heldere communicatiestructuur, de proactieve instelling om herhaling van storingen te voorkomen, en de expertise met installaties van derden worden zeer gewaardeerd. De 24/7-bereikbaarheid en de concrete beschrijving van tijdelijke maatregelen sluiten uitstekend aan bij de operationele eisen van HVC. Ondanks de hoge score is er een belangrijk punt van onduidelijkheid dat de score drukt. Het is niet expliciet gegarandeerd dat een locatie altijd in een veilige, afgesloten toestand wordt achtergelaten, wat voor HVC een cruciale eis is met het oog op terreinbeveiliging. (…) Hoewel de inschrijving sterk is, had meer nadruk op de garantie van een veilige afsluiting de score naar 'uitstekend' kunnen tillen.
Positief beoordeelde punten:
• Duidelijke communicatielijnen.Dit toont aan dat u het belang van een voorspelbaar en
transparant communicatieprotocol onderkent, wat voor HVC de zekerheid biedt dat
storingsmeldingen efficiënt worden opgevolgd en de status proactief wordt teruggekoppeld.
• Pro-actief advies en aanpak om herhalingsstoring te voorkomen.Dit getuigt van een
strategische en duurzame visie die verder kijkt dan alleen de reactieve reparatie en HVC helpt de structurele betrouwbaarheid van installaties te verhogen en onderhoud te optimaliseren.
• 24/7 bereikbaarheid.Dit toont aan dat u de operationele risico's voor HVC begrijpt en waarborgt de continuïteit van de bedrijfsvoering door ook buiten kantooruren directe opvolging van kritieke storingen te garanderen.
• Expertise met door derden geplaatste assets.Dit getuigt van een flexibele en
merkonafhankelijke expertise, wat voor HVC een cruciaal voordeel is omdat het de vrijheid biedt om onderhoud voor een divers areaal aan installaties bij één deskundige partij neer te leggen.
• Heldere uitleg van een tijdelijke oplossing.Dit toont een praktische en realistische aanpak die direct inspeelt op HVC's primaire behoefte (terreinbeveiliging) wanneer een definitieve reparatie niet onmiddellijk mogelijk is.
Negatief beoordeelde punten:
• Onduidelijkheid over de garantie van een 'dichte' situatie.Uw inschrijving schiet tekort op het gebied van risicobeheersing bij storingen. De voorgestelde procedure biedt geen sluitende garantie voor de fysieke beveiliging van een locatie wanneer een storing niet direct verholpen kan worden. Het ontbreken van deze garantie wordt door de beoordelingscommissie gezien als een kritieke tekortkoming die direct raakt aan de kernvereiste van een continue en betrouwbare terreinbeveiliging. Dit resulteert in een onaanvaardbaar risico dat niet in lijn is met de doelstellingen van de opdracht.
• Onduidelijkheid over het voordeel van de aparte storingsdienst-contactgegevens.Dit is van ondergeschikt belang, maar het ontbreken van een toelichting op de meerwaarde van
gescheiden contactkanalen doet afbreuk aan de algehele indruk van een volledig doordacht en voor de klant geoptimaliseerd serviceproces.
Gunningscriterium 3: Duurzaamheid
(…) Uw inschrijving heeft op dit gunningscriterium een
goed (96 punten)gescoord.
(…) . De inschrijving had een nog hogere score kunnen behalen door de ambities op het gebied van elektrisch rijden en hergebruik te onderbouwen met concrete, meetbare doelstellingen.
Positief beoordeelde punten:
• ISO 14001 en CO2-prestatieladder certificering.Dit zijn objectief geverifieerde bewijzen van uw structurele aandacht voor milieumanagement en CO₂-reductie. Voor HVC biedt dit de zekerheid dat uw processen en beleid extern zijn getoetst en voldoen aan erkende duurzaamheidsstandaarden. Het toont een volwassen en professionele benadering van duurzaamheid die verder gaat dan enkel intenties.
• Materiaalreductie door gebruik van 3-meter panelen.Deze slimme optimalisatie, waarbij langere panelen worden gebruikt die minder staanders vereisen, leidt direct tot een lager verbruik van staal. Dit is een concrete en effectieve maatregel die bijdraagt aan het
verminderen van de totale milieu-impact van het werk en het beperken van het gebruik van
primaire grondstoffen.
• Hergebruik van staal.Het principe van hergebruik wordt expliciet benoemd als een methode om de levensduur van materialen te verlengen. Dit sluit naadloos aan bij de circulaire ambities van HVC om het gebruik van primaire grondstoffen te minimaliseren en de waarde van bestaande materialen te maximaliseren.
• Modulair gebruik van hekwerken.Dit ondersteunt de principes van circulariteit en total cost of ownership. De mogelijkheid om enkel defecte onderdelen te vervangen in plaats van
complete secties, minimaliseert afval, vermindert de vraag naar nieuwe materialen en verlaagt de onderhoudskosten over de levensduur van de installatie.
• Elektrificatie van materieel (palenstamper).De inzet van een elektrische palenstamper is een innovatieve en concrete maatregel die de emissies (CO₂, NOx, fijnstof) en geluidsoverlast direct op de werklocatie reduceert. Het toont aan dat u actief investeert in het verduurzamen van de operationele uitvoering.
Negatief beoordeelde punten:
• Elektrisch rijden is niet geconcretiseerd.Hoewel u een innovatief concept noemt van
elektrificatie, deels gevoed door eigen opgewekte stroom, wordt dit niet vertaald naar een
concrete doelstelling voor deze opdracht. Uw plan mist specifieke, meetbare percentages voor de transitie naar een elektrisch wagenpark. Zonder deze kwantitatieve data kan HVC de daadwerkelijke impact en de voortgang op dit belangrijke duurzaamheidsthema niet objectief meten en beoordelen.
• Hergebruik en recycling niet concreet uitgewerkt in percentages.Hoewel het principe van hergebruik en recycling positief wordt beoordeeld, ontbreekt een concrete, cijfermatige
onderbouwing van de hoeveelheid materiaal die daadwerkelijk wordt hergebruikt of gerecycled (bijvoorbeeld streefpercentages). Dit maakt de claim minder krachtig en de daadwerkelijke bijdrage aan de circulaire doelstellingen moeilijk verifieerbaar in de praktijk.

3.Het geschil

3.1.
Acon vordert na eiswijziging dat de voorzieningenrechter:
1. primair) HVC veroordeelt de gunningsbeslissing ter zake de aanbestede opdracht voor het onderhouden, leveren en plaatsen van toegangspoorten, hekwerken, slagbomen en tourniquetdeuren met kenmerk T101560 in te trekken, of (subsidiair) HVC verbiedt de aanbestede opdracht te gunnen aan ABC Security Systems en/of de gunning gestand te doen voordat aan de hierna onder 2, 3 en 4 te noemen vorderingen c.q. veroordelingen is voldaan;
2. HVC gebiedt om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot een volledige en objectieve herbeoordeling van de inschrijvingen van Acon, zoals opgenomen in producties 3, 4 en 5 in het kader van de onder 1 genoemde aanbestedingsprocedure en de inschrijving van ABC Security Systems en/of van de (overige) inschrijvers, en deze inschrijvingen opnieuw te becijferen en voor zoveel nodig te voorzien van een deugdelijke, inzichtelijke en controleerbare motivering, een en ander met inachtneming van de aanbestedingsleidraad en hetgeen in dit vonnis is overwogen;
3. bepaalt dat deze herbeoordeling dient plaats te vinden door een nieuwe, onafhankelijk samengestelde beoordelingscommissie, althans door beoordelaars die niet eerder bij de beoordeling van de inschrijvingen van de onder 1 genoemde aanbestedingsprocedure betrokken zijn geweest;
4. HVC gebiedt om tot een gunningsbeslissing te komen waarbij een nieuwe termijn zal worden gegeven waarbinnen inschrijvende partijen bezwaren tegen de nieuwe gunningsbeslissing kenbaar kunnen maken;
5. bepaalt dat HVC een dwangsom verbeurt van € 10.000 per dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft aan de hiervoor omschreven vorderingen te voldoen, met een maximum van € 250.000;
6. HVC veroordeelt in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen een vergoeding van de na de uitspraak vallende kosten (de nakosten), met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd is met ingang van 14 dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling.
3.2.
Acon stelt dat HVC onrechtmatig handelt jegens haar als de gunning aan ABC gestand wordt gedaan, omdat aan de beoordeling van de inschrijvingen van Acon en ABC meerdere gebreken kleven die zodanig zijn dat niet aan de aanbestedingsrechtelijke beginselen van onpartijdigheid, objectiviteit en transparantie wordt voldaan.
Acon stelt dat zij negatief beoordeeld is op drie zeer concrete, niet vooraf als zodanig kenbaar gemaakte criteria, te weten:
  • een specifieke uitwerking van systeemintegratie
  • een specifieke, volledig uitgewerkte fail-safe beveiligings- en toegangsoplossing bij storing,
  • een vergaande kwantificering/meetbaarheid van duurzaamheidsvoordelen.
3.3.
Acon wijst erop dat deze criteria niet duidelijk en transparant, althans niet duidelijk genoeg, zijn opgenomen in de aanbestedingsdocumenten en dat zij, als normaal oplettende inschrijver, deze criteria niet uit de aanbestedingsstukken had kunnen en hoeven opmaken. Zij stelt verder dat sprake is geweest van “verborgen” gunningscriteria, waarvan ABC als zittende leverancier mogelijk wel wist dat die voor HVC van belang waren, maar de andere inschrijvers niet. In dat verband benadrukt Acon dat het opmerkelijk is dat ABC op 2 van de 4 onderwerpen 100% van de te behalen punten heeft behaald, iets wat zij in andere aanbestedingsprocedures nog niet heeft meegemaakt.
3.4.
HVC voert verweer. Zij betwist dat sprake is geweest van aperte onjuistheid en/of omissie in de beoordeling. HVC benadrukt dat haar als aanbestedende dienst een ruime vrijheid toekomt bij het beoordelen en waarderen van de inschrijvingen en dat enige mate van subjectiviteit daarbij onvermijdelijk is. HVC wijst erop dat zij als aanbestedende dienst de subgunningscriteria in algemene termen mag formuleren om partijen op die manier gelegenheid te geven hun eigen aanbieding zo in te richten zoals hen dat het beste voorkomt. Als dit anders zou zijn, zou dat, volgens HVC, innovatie, creativiteit of zelfstandig denken aan de kant van de inschrijvers in onwenselijke mate beperken. Zeker bij de uitgevraagde cases is het de bedoeling geweest de inschrijvers ruimte te bieden om zelf te bepalen hoe zij invulling geven aan een bepaald aspect van de opdracht, terwijl van HVC niet kan worden verwacht dat zij per gunningscriterium een limitatieve opsomming geeft van de noodzakelijke aspecten voor een maximale score. Tenslotte stelt HVC dat de voorzieningenrechter slechts ruimte heeft om marginaal te toetsen. HVC concludeert tot niet-ontvankelijk verklaring van Acon in haar vorderingen, dan wel afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Acon in de kosten van de procedure, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de door Acon ingestelde vorderingen.
Formeel verweer
4.2.
HVC heeft onder verwijzing naar artikel 2.10 van de Leidraad betoogd dat Acon voorafgaande aan de inschrijving eventuele vragen had moeten stellen over eventuele onduidelijkheden in de Leidraad. Nu Acon dat niet heeft gedaan heeft zij haar recht om daarover te klagen verwerkt, aldus HVC.
4.3.
Dit verweer gaat niet op. In het Grossmann-arrest [1] is geoordeeld dat van een deelnemer aan een aanbesteding een proactieve houding mag worden verwacht, zodat wordt voorkomen dat aanbestedingsprocedures onnodig worden vertraagd en wordt bewerkstelligd dat eventuele omissies in de procedure zodanig tijdig aan de orde worden gesteld dat zij nog (eenvoudig) kunnen worden hersteld. Dit is zowel in het belang van de aanbestedende dienst als van de (andere) deelnemers, omdat voorkomen wordt dat kosten worden gemaakt voor een procedure die niet aan eisen voldoet. Het tijdstip waarop over een bepaald aspect van een aanbestedingsprocedure moet worden geklaagd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In algemene zin dient van een gegadigde te worden verwacht dat hij zijn bezwaren kenbaar maakt zo spoedig mogelijk nadat hij kennis had of had behoren te hebben van de gestelde gebreken in de procedure. Hierop ziet ook de artikel 2.10 van de Leidraad waarop HVC een beroep doet. De klachten van Acon hebben echter geen betrekking op onduidelijkheden in de Leidraad maar op de wijze van beoordeling die (juist) niet uit de Leidraad volgt en op de daarbij gegeven motivering. Om daarover te kunnen klagen moest Acon eerst kennis kunnen nemen van de inhoud van die beoordeling en motivering. Dit kon niet eerder dan in de gunningsbeslissing van 9 februari 2026.
Ten aanzien van de gunningscriteria
Gunningscriterium 1, case levering hekwerk en poort
4.4.
Ten aanzien van de beoordeling van deze case door HVC heeft Acon de volgende bezwaren aangevoerd:
  • Acon doet weldegelijk een plaatsopname en dit heeft zij ook haar inschrijving vermeld.
  • Acon is ten onrechte negatief beoordeeld op het ontbreken van een systeemintegratie.
  • Ten onrechte is geoordeeld dat de inschrijving terzake het programma Outsmart onduidelijk is.
4.5.
Het eerste bezwaar van Acon gaat niet op. Acon heeft in haar inschrijving onder punt 2 ‘Opstellen offerte’ vermeld:
‘Als blijkt dat zaken voor ons toch nog niet voldoende duidelijk zijn,[onderstreping voorzieningenrechter]
nemen onze projectcoördinator en calculator poolshoogte op locatie, bij voorkeur samen met u.’.Hieruit volgt dat Acon niet standaard een plaatsopname doet. HVC heeft dit in haar beoordeling een significant risico genoemd, omdat in haar visie een schouw cruciaal is om onvoorziene omstandigheden (zoals bodemgesteldheid, aanwezige kabels en leidingen) tijdig te identificeren en zo faalkosten, vertragingen en meerwerk te voorkomen. Een dergelijke beoordeling valt onder de beoordelingsvrijheid van de aanbestedende dienst en het oordeel is ook toereikend gemotiveerd, zodat geen sprake is van een verborgen (sub)gunningscriterium of een motiveringsgebrek.
4.6.
Het tweede bezwaar van Acon, gericht tegen de negatieve beoordeling met betrekking tot het ontbreken van een systeemintegratie, treft wel doel. HVC heeft in haar beoordeling aangegeven dat Acon ‘
de cruciale koppeling met de toegangscontrolesystemen van HVC’ heeft genegeerd in haar inschrijving. HVC heeft in de Leidraad echter niet de eis gesteld dat de opdracht mede betrekking zou hebben op aansluiting van de te leveren toegangspoorten, hekwerken, slagbomen en tourniquetdeuren op het door HVC gebruikte toegangs-controlesysteem. In de aanbestedingsstukken wordt in het geheel niet gesproken over (gebruik van) enig toegangscontrolesysteem van HVC. Daarom mocht HVC de omstandigheid dat Acon hier niet expliciet op is ingegaan niet als negatief punt bestempelen. Anders dan HVC heeft betoogd biedt de vermelding in de Leidraad ‘
in ieder geval’haar niet de ruimte om aspecten die geen verband houden met de opdracht in de beoordeling te betrekken. Als HVC aan de aansluiting op haar toegangscontrolesysteem zoveel gewicht had willen toekennen, had zij dit in de Leidraad moeten vermelden. Aspecten die zij wil laten meewegen moeten samenhangen met de opdracht en de opdracht ziet uitsluitend op levering van een hekwerk, toegangspoort, slagboom en tourniquetdeur, niet tevens op systeemintegratie. Voor een normaal geïnformeerde inschrijver was dan ook niet voorzienbaar dat het ontbreken van een beschrijving van de systeemintegratie tot een negatieve beoordeling en puntenaftrek zou leiden. De omstandigheid dat Acon naar eigen zeggen wel rekening heeft gehouden met koppeling van de elektrische poort op het systeem van HVC, betekent niet dat voor haar duidelijk was dat HVC die koppeling op deze manier zou meewegen in de beoordeling. Op dit punt is dus sprake van een verborgen (sub)gunningscriterium. Dat is niet toegestaan.
4.7.
Het derde bezwaar van Acon richt zich op de beoordeling dat zij in haar inschrijving niet duidelijk gemaakt zou hebben wat de toegankelijkheid en de kostprijs zijn van het programma Outsmart. Acon heeft benadrukt dat de kosten uiteraard zijn begrepen in de prijs waarmee zij heeft ingeschreven voor de opdracht en dat HVC in de aanbestedingsstukken niet gevraagd heeft om deze kosten inzichtelijk te maken en dat zij over de toegankelijkheid heeft vermeld dat het platform 24/7 beschikbaar is.
4.8.
Ter zitting van 2 april 2026 heeft HVC erkend dat zij op het punt van de kosten de inschrijving van Acon niet juist heeft beoordeeld omdat zij er bij gebrek aan andersluidende informatie van uit mocht en moest gaan dat deze kosten in de inschrijfprijs zijn begrepen. Daarmee staat vast dat sprake is van een beoordelings- of motiveringsgebrek en dat dit bezwaar van Acon terecht is aangevoerd.
4.9.
Over de toegankelijkheid heeft HVC in haar motivering aangevoerd dat hoewel het platform zelf positief is, het gebrek aan duidelijkheid over de (licentie)kosten en toegankelijkheid een potentieel financieel en operationeel risico creëert gedurende de contractperiode. Ter zitting heeft zij nader toegelicht dat op grond van de inschrijving van Acon voor haar niet duidelijk is of er met licenties wordt gewerkt, hoeveel licenties er dan ter beschikking worden gesteld en welke kosten er zijn verbonden aan het ophogen van dat aantal en dat Acon niets heeft vermeld over de toegankelijkheid van de software en de wijze waarop de software moet worden gebruikt.
4.10.
Ter zitting heeft Acon benadrukt dat Outsmart een eenvoudig, veel gebruikt programma is dat iedereen zich zonder veel training eigen kan maken en waarvan online trainingen en demo's staan. Uit de inschrijving van Acon valt op dit punt echter niets anders op te maken dan dat het platform 24/7 beschikbaar is. De punten die HVC in haar beoordeling heeft genoemd passen binnen de beoordelingsvrijheid van HVC als aanbestedende dienst. Op dit onderdeel gaat het bezwaar van Acon dus niet op.
Gunningscriterium 2: Case storing van een toegangspoort
4.11.
Acon heeft aangevoerd dat zij ten onrechte negatief beoordeeld is op de volgende onderdelen:
  • Onduidelijkheid over de garantie van een ‘dichte’ situatie
  • Onduidelijkheid over het voordeel van de aparte storingsdienst-contactgegevens
4.12.
Acon heeft hierover gesteld dat zij in haar inschrijving op meerdere plaatsen heeft aangegeven wat er bij storingen wordt gedaan en dat met name de beoordeling van HVC dat “
de voorgestelde procedure geen sluitende garantie biedt voor de fysieke beveiliging van een locatie wanneer een storing niet direct kan worden verholpen”onjuist is, althans geen of onvoldoende rekening houdt met wat Acon daarover in haar inschrijving heeft opgenomen. Verder heeft zij gesteld dat als HVC een sluitende garantie beveiliging van wezenlijk belang vindt, zij dat in de stukken had moeten opnemen, terwijl Acon nu ten onrechte wordt afgerekend op een verborgen gunningscriterium.
4.13.
HVC heeft aangevoerd dat haar belang van beveiliging van een locatie in geval van
een storing van een hekwerk besloten ligt in de aard van de opdracht. In dat verband heeft zij er op gewezen dat de functie van een hekwerk is om een locatie af te schermen voor onbevoegde derden terwijl de locatie wel toegankelijk blijft voor HVC en dat uitwerking van dit gunningscriterium niet alleen gebruikelijk maar ook geoorloofd is. HVC heeft benadrukt dat Acon in haar inschrijving zelf al uitgaat van een aanrijding, maar nalaat in te gaan op de situatie dat de poort niet meer afgesloten kan worden, ook niet door middel van handbediening en/of een hangslot.
4.14.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de motivering van HVC op dit punt toereikend is. Acon is in haar inschrijving niet ingegaan op een dergelijke situatie. Bovendien biedt de door Acon genoemde oplossing om eventueel tijdelijk te werken met een hangslot voor HVC niet, althans onvoldoende, garantie dat personen die wel gerechtigd zijn om het terrein te betreden daartoe in staat zijn. Acon heeft niet toegelicht in haar inschrijving hoe zij met die situatie omgaat. Dit valt binnen de beoordelingsvrijheid van HVC en levert dus geen motiveringsgebrek op.
Van een verborgen (sub)gunningscriterium is geen sprake. Uit de opdracht volgt dat het terrein voor derden moet zijn afgesloten. Niet valt in te zien waarom dit ten tijde van een storing anders zou kunnen zijn.
4.15.
Over de gestelde onduidelijkheid over het voordeel van de aparte storingsdienst-contactgegevens heeft Acon aangevoerd dat HVC heeft opgemerkt dat dit onderdeel van ondergeschikt belang is voor de beoordeling van de inschrijving van Acon en dat een ander oordeel op dit punt de score van Acon niet (wezenlijk) had veranderd. Acon heeft erkend dat zij in haar inschrijving ook niet heeft toegelicht wat de vermeende meerwaarde is van een uniek storingsnummer of een uniek e-mailadres en dat ze het niet onbegrijpelijk vindt dat HVC hierover een opmerking heeft gemaakt in haar gunningsbeslissing.
4.16.
De voorzieningenrechter stelt vast dat dit punt door HVC weliswaar als negatief punt wordt genoemd maar niet als nadeel wordt genoemd en dat beide partijen dit als ondergeschikt bestempelen. Daarmee is het van ondergeschikt belang. De voorzieningenrechter houdt het ervoor dat dit de uitkomst niet wezenlijk heeft beïnvloed.
4.17.
De voorzieningenrechter hecht er aan om in dit verband nog op te merken dat uit de gunningsbeslissing niet blijkt waarom onduidelijkheid over meerwaarde
afbreukdoet aan de algehele indruk van een volledig doordacht en voor de klant geoptimaliseerd serviceproces. Zonder nadere onderbouwing, die niet door HVC is gegeven, valt daarom niet in te zien waarom HVC het enkele feit dat het niet als voordeel wordt gezien als negatief bestempelt.
Gunningscriterium 3: Duurzaamheid
4.18.
Acon heeft gesteld dat HVC een onjuiste maatstaf heeft toegepast door als negatieve punten te beoordelen dat haar inschrijving op het punt van het elektrisch rijden en van recycling en hergebruik niet in meetbare, concrete percentages is uitgewerkt. Zij heeft benadrukt dat HVC in de Leidraad niet heeft verzocht specifieke percentages te vermelden, maar alleen heeft gevraagd naar algemene beschrijvingen. Zij heeft gesteld dat het hierdoor voor haar niet duidelijk was dat er op specifieke percentages beoordeeld zou worden. Verder heeft Acon erop gewezen dat zij in haar inschrijving wel degelijk percentages heeft vermeld.
4.19.
HVC heeft aangevoerd dat Acon op onderdelen weliswaar percentages heeft genoemd, maar dat HVC daarmee niet in staat is gesteld om de effectiviteit en/of impact van de door Acon beschreven duurzaamheidsaspecten te beoordelen. HVC heeft erop gewezen dat Acon stelt dat zij als enige partij in Nederland over een volledig elektrische palenstamper beschikt en dat dit een emissiereductie van 100% oplevert, maar dat zij niet duidelijk heeft gemaakt hoe zij tot die emissiereductie komt. Verder heeft HVC verklaard dat het op de weg van Acon had gelegen om te verduidelijken hoe zij garandeert dat de palenstamper voor iedere opdracht van HVC beschikbaar is. Wel benadrukt HVC dat zij de elektrische palenstamper op zichzelf als een positief punt heeft genoemd.
4.20.
HVC heeft daarnaast betoogd dat Acon in haar inschrijving stelt dat zij beschikt over elektrische werkbussen die gedurende de looptijd inzetbaar zijn en dat er sprake zou zijn van elektrische voertuigen (ook andere dan werkbussen?) en elektrisch handgereedschap, vrij op te laden door middel van zonnepanelen en een bedrijfsaccu. HVC heeft verklaard dat het voor haar onmogelijk is om op basis van de informatie die Acon heeft verstrekt vast te stellen:
over hoeveel en wat voor elektrische voertuigen Acon beschikt;
in hoeverre, en voor welke doeleinden, deze voertuigen inzetbaar zijn ten behoeve van HVC;
hoe de inzetbaarheid wordt gegarandeerd/geborgd;
een geschatte kwantificering van de te behalen duurzaamheidsvoordelen;
algemene specificaties van de zonnepanelen en de accu. Onduidelijk is of deze geheel of slechts ten dele voorzien in de benodigde energiebehoefte.
4.21.
Verder heeft HVC gewezen op de volgende passage uit de inschrijving van Acon:
HVC heeft hierover aangevoerd dat waar naar eigen zeggen van Acon sprake was van een 100% reductie door de inzet van elektrische werkbussen, voertuigen en gereedschappen. In deze passage wordt gesuggereerd dat er nog "Mild Hybrids” worden gebruikt die op biobrandstof rijden en een reductie van 90% in CO2-emissies realiseren ten opzichte van reguliere brandstof. HVC heeft benadrukt dat de meerwaarde van de inzet van ‘mild hybrids’ die een mindere reductie opleveren dan de eerder genoemde 100% zonder die nadere toelichting niet valt in te zien. Dat Acon bereid is om na gunning meetbare doelstellingen, maatregelen en kansen vast te leggen kan geen onderdeel zijn van de beoordeling van haar inschrijving. Daarvoor had zij die onderdelen aan de voorkant moeten kwantificeren.
4.22.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. In het midden kan blijven of Acon door haar vermelding van verschillende percentages in dit deel van haar inschrijving zelf een onduidelijkheid heeft gecreëerd, die afbreuk doet aan de gestelde reducties. In de gunningsbeslissing staat dat Acon een hogere score had kunnen halen door de ambities op het gebied van elektrisch rijden en hergebruik te onderbouwen met concrete, meetbare doelstellingen. Echter, het betoog van Acon dat daarover in de Leidraad niet wordt gesproken is terecht aangevoerd. In de Leidraad wordt een beschrijving gevraagd naar de wijze waarop en welke duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen bij de uitvoering van de opdracht. Er is niet uitgevraagd om deze maatregelen te kwantificeren. Dit betekent dat Acon met haar inschrijving heeft voldaan aan de vraagstelling en dat sprake is van een ontoelaatbaar verborgen (sub)gunningscriterium.
Conclusie
4.23.
Uit het voorgaande volgt dat sprake is van motiveringsgebreken in de gunningsbeslissing en van verborgen (sub)gunningscriteria. Het betoog van HVC dat uit de Leidraad volgt dat de daarin genoemde onderdelen van het uitgevraagde plan van aanpak niet limitatief waren, slaagt niet. Deze manier van uitvragen geeft HVC niet de vrijheid om aspecten die voor haar wezenlijk zijn voor de gunning buiten de Leidraad te houden. Met Acon is de voorzieningenrechter van oordeel dat dit in strijd is met het transparantiebeginsel. Bovendien zou de zittende inschrijver zo op een ontoelaatbare voorsprong kunnen worden gezet, omdat deze, anders dan nieuwe inschrijvers, bekend kan zijn met voor de aanbestedende dienst wezenlijke aspecten van de opdracht, of omdat de aanbestedende dienst ermee bekend is hoe de zittende inschrijvers bij het uitvoeren van de opdracht invulling geeft aan deze niet uitgevraagde wezenlijke aspecten.
Wat betekent dit voor de vorderingen?
4.24.
Vanwege de motiveringsgebreken en de beoordeling aan de hand van verborgen (sub)gunningscriteria zal HVC worden verboden op dit moment de aanbestede opdracht te gunnen aan ABC.
Als HVC de aanbesteding wil voortzetten zal een herbeoordeling moeten plaatsvinden door een nieuwe, onafhankelijk samengestelde beoordelingscommissie, samengesteld uit beoordelaars die niet eerder bij de beoordeling van de inschrijvingen betrokken zijn geweest. Die herbeoordeling geldt voor de inschrijvingen van alle inschrijvers omdat sprake moet zijn van een level playing field. Nadat HVC tot een nieuwe gunningsbeslissing is gekomen zal een nieuwe termijn moeten gelden voor inschrijvende partijen om bezwaar te maken. Dit betekent dat de vorderingen van Acon sub 1, 2, 3 en 4 zullen worden toegewezen.
4.25.
HVC heeft ter zitting verklaard dat het opleggen van een dwangsom niet noodzakelijk is, omdat zij de rechterlijke uitspraak zal naleven, daargelaten dat zij wellicht gebruik wens te maken van haar recht om hoger beroep in te stellen. Acon heeft geen feiten en omstandigheden gesteld die maken dat aan de toezegging van HVC moet worden getwijfeld. De gevorderde dwangsom zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.26.
HVC krijgt grotendeels ongelijk en zal daarom worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze worden tot op heden aan de zijde van Acon begroot op:
dagvaarding € 155,51
griffierecht € 735,00
salaris advocaat € 1.177,00
nakosten
€ 189,00 (plus de verhoging onder de beslissing)
Totaal € 2.256,51
4.27.
De gevorderde wettelijke rente over deze kosten is toewijsbaar op de wijze als hierna onder de beslissing is vermeld.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verbiedt HVC om de aanbestede opdracht voor het onderhouden, leveren en plaatsen van toegangspoorten, hekwerken, slagbomen en tourniquetdeuren met kenmerk T101560 op dit moment te gunnen aan ABC Security,
5.2.
gebiedt HVC als zij deze aanbesteding wil voortzetten om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis over te gaan tot een volledige en objectieve herbeoordeling van de inschrijvingen van alle inschrijvers in het kader van de onder 5.1 bedoelde aanbestedingsprocedure en deze inschrijvingen opnieuw te becijferen en te voorzien van
een deugdelijke, inzichtelijke en controleerbare motivering; een en ander met inachtneming van de aanbestedingsleidraad en hetgeen in dit vonnis daarover is overwogen,
5.3.
bepaalt dat deze herbeoordeling dient plaats te vinden door een nieuwe, onafhankelijk samengestelde beoordelingscommissie, bestaande uit beoordelaars die
niet eerder bij de beoordeling van de inschrijvingen van de onder 5.1 genoemde aan-
bestedingsprocedure betrokken zijn geweest,
5.4.
gebiedt HVC als zij deze aanbesteding wil voortzetten om tot een gunningsbeslissing te komen waarbij een nieuwe termijn zal worden gegeven waarbinnen inschrijvende partijen bezwaren tegen de nieuwe gunningsbeslissing kenbaar kunnen maken,
5.5.
veroordeelt HVC in de proceskosten van Acon van € 2.256,51, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over deze kosten met ingang van de vijftiende dag de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.
1155

Voetnoten

1.HvJ EG 12 februari 2004, ECLI:EU:C:2004:93