De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 15 april 2026 het verzoek tot verlenging van het bewind over betrokkene toegewezen. Het bewind was eerder tijdelijk ingesteld tot 21 april 2026 vanwege verkwisting of problematische schulden. De bewindvoerder heeft verzocht het bewind te verlengen omdat er nog een lopend faillissement is en er een risico bestaat op nieuwe schulden.
Betrokkene ondervindt een taalbarrière die het moeilijk maakt zijn financiële zaken zelfstandig te regelen, zoals het doorgeven van meterstanden. Daarnaast is de verstandhouding tussen betrokkene, de bewindvoerder en de curator verstoord geraakt, wat de situatie bemoeilijkt. De kantonrechter acht het noodzakelijk dat het bewind wordt voortgezet om betrokkene te beschermen tegen financiële risico's.
De kantonrechter overweegt dat het in het belang van betrokkene is dat de bewindvoerder in overleg met de curator de afdracht blijft verzorgen, zeker gezien het lopende faillissement. Daarom wordt het bewind verlengd tot 21 april 2028. Tevens wordt bepaald dat de bewindvoerder de forfaitaire tarieven voor werkzaamheden en kosten mag verhalen op het vermogen van betrokkene.