ECLI:NL:RBNHO:2026:4083
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel bij aanwerving prostituee
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van mensenhandel door het aanwerven van een vrouw met het oogmerk haar in Nederland tot prostitutie te brengen. De aangeefster, afkomstig uit Colombia, had vrijwillig en op eigen initiatief via haar netwerk contact gezocht met de verdachte en reisde zelfstandig naar Nederland. De verdachte regelde haar huisvesting, promotie en vervoer naar klanten.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake was van een zekere mate van afhankelijkheid en ongelijkwaardigheid, dit niet voldoende was om te concluderen dat de aangeefster op het moment van aanwerving of kort daarna substantieel in haar keuzevrijheid was beperkt. De voorwaarden waaronder zij werkte waren vooraf bekend en geaccepteerd, en er waren geen aanwijzingen dat zij niet vrij was om te vertrekken.
Hoewel de relatie later verslechterde en mogelijk uitbuiting en mishandeling plaatsvonden, was dit niet relevant voor het ten laste gelegde feit van aanwerving. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering en werd een in beslag genomen telefoon aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel bij aanwerving.