ECLI:NL:RBNHO:2026:410
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijwaringszaak tussen ex-echtgenoten over huurachterstand en voortzetting huurovereenkomst
In deze vrijwaringszaak tussen ex-echtgenoten, [eiser] en [gedaagde], is de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 15 januari 2026 tot een uitspraak gekomen. De zaak betreft een regresvordering van [eiser] in het kader van een huurovereenkomst die zij met [gedaagde] hebben afgesloten. De ex-echtgenoten zijn op 28 november 2024 een convenant aangegaan waarin de gevolgen van hun echtscheiding zijn geregeld, waaronder de voortzetting van de huurovereenkomst door [eiser]. De kantonrechter heeft vastgesteld dat [gedaagde] tot 1 juli 2025 69,45% van de huurlasten moet betalen, ondanks zijn verweer dat hij de woning eerder heeft verlaten. De rechter heeft geoordeeld dat de huurovereenkomst met ingang van 1 december 2025 door [eiser] mag worden voortgezet met uitsluiting van [gedaagde]. Tevens is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van € 423,28 voor zijn aandeel in de huur van juni 2025. De proceskosten zijn gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.