ECLI:NL:RBNHO:2026:410
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke regresvordering en voortzetting huurovereenkomst na echtscheiding
Eiseres en gedaagde, ex-echtgenoten, zijn hoofdelijk veroordeeld tot betaling van huurachterstand aan Intermaris. In deze vrijwaringszaak vordert eiseres dat gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van zijn aandeel in de huur en dat zij de huurovereenkomst mag voortzetten zonder gedaagde.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst met ingang van 1 december 2025 door eiseres mag worden voortgezet met uitsluiting van gedaagde, die daartegen geen bezwaar heeft. De regresvordering van eiseres wordt voorwaardelijk en gedeeltelijk toegewezen: gedaagde moet 69,45% van de huur betalen tot 1 juli 2025, waaronder een bedrag van € 423,28 voor juni 2025.
De rechter stelt vast dat het begrip 'gescheiden huishoudens' niet alleen afhangt van feitelijke woonplaats, maar ook van gezamenlijke huishoudelijke activiteiten. Gedaagde heeft aannemelijk gemaakt dat hij vanaf 9 april 2025 elders woonlasten heeft, waardoor hij vanaf die datum minder hoeft bij te dragen. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: Eiseres mag de huurovereenkomst voortzetten met uitsluiting van gedaagde en gedaagde wordt voorwaardelijk veroordeeld tot betaling van zijn aandeel in de huur tot 1 juli 2025.