Uitspraak
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2],
1.De procedure
2.De feiten
“(…) Na jarenlang hard werken in je eigen keukenzaak, kun je soms ineens toe zijn aan iets heel anders. Niet dat we ons daar nu zo van bewust waren, de diverse geluiden in de markt ten spijt, kunnen we ons gelukkig prijzen dat de verkoop bij ons op het moment best lekker loopt. Echter, enkele weken terug werden we benaderd door de broers [gedaagde] . (…) Het pand waar [bedrijf 1] in gevestigd is voldeed volledig aan hun wensen. Gelet op de toekomst, waarin het voor de kleinere zelfstandige zeker niet makkelijker zal worden, leek het ons verstandig om deze kans aan te pakken, en inderdaad ons pand te huur aan te bieden. (…) Dit betekent dat [bedrijf 1] vanaf 1 januari 2011 geen showroom meer zal hebben, en de verkoop van keukens zal vanaf die datum gestaakt worden. De lopende orders en service zullen nog wel door ons worden afgehandeld. De [gedaagde] Keukengroep zal per 1 januari 2011 starten met een ingrijpende interne verbouwing van het pand, waarna zo snel mogelijk met de verkoop van keukens gestart zal worden. (…)”
(…) 1.2 Het gehuurde zal door of vanwege huurder uitsluitend worden bestemd om te worden gebruikt als showroomruimte voor keukens en aanverwante artikelen.
(…) Wij blijven bij het eerder ingenomen standpunt dat het gehuurde gelegen aan de [adres] [nummer 1] / [nummer 2] in [plaats] onder het huurregime van winkelruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro valt. De door uw cliënten gedane opzegging van de huurovereenkomst is niet rechtsgeldig, nu niet aan de wettelijke vereisten voor de opzegging worden voldaan.
3.Het geschil
4.De beoordeling
titelvan de huurovereenkomst er op wijst dat huurder en verhuurder bij het sluiten van de huurovereenkomst het gehuurde wilden bestemmen als 230a-bedrijfsruimte voor een showroom en niet (mede) als verkoopruimte in de zin van artikel 7:290 BW Pro. Immers, de (door beide partijen) ondertekende huurovereenkomst vermeldt expliciet in de kop dat het gaat om kantoor-/ bedrijfsruimte en
nietom bedrijfsruimte ex. 7:290 BW – dus niet om bedrijfsruimte voor een kleinhandelsbedrijf/detailhandel voor verkoop of showroom met verkoop. Zoals gezegd is de kop van de huurovereenkomst echter niet doorslaggevend voor de vraag welk huurregime van toepassing is.
uitsluitendmag worden gebruikt als “
showroomruimte voor keukens en aanverwante artikelen” en dat het aan de huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming niet is toegestaan om een andere bestemming aan het gehuurde te geven. Een showroom valt onder 230a-bedrijfsruimten en is niet bedoeld als verkooplocatie. Een showroom kan echter onder omstandigheden bedoeld zijn voor méér dan bezichtigingen, maar dan moet daarvoor wel een duidelijke aanwijzing zijn.
(…) De [gedaagde] Keukengroep zal per 1 januari 2011 starten met een ingrijpende interne verbouwing van het pand, waarna zo snel mogelijk met de verkoop van keukens gestart zal worden.(…)”. Een brief met soortgelijke strekking hebben [eisers] ook naar hun relaties gestuurd. In deze brief staat immers:
“(…) dit vanwege de locatie van onze showroom wat voor [gedaagde] Keuken Groep een gewenstverkooppuntvormt in de regio Amsterdam- Noord Holland. (...) Alle verkoopactiviteiten van [bedrijf 1] lopen door tot en met 31 december 2010. De lopende orders en service worden door ons gehaald afgehandeld (…). Na een interne verbouwing zal de showroom in het voorjaar 2011 worden heropend onder de naam [gedaagde] Keukens. (…)(onderstreping kantonrechter). Dat slechts een showroom – zonder verkoopactiviteiten – voor ogen stond is aldus hiermee niet gebleken.