Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
1.De procedure
2.Feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
B&B Molen [de molen]. Uit de door [gedaagde] als producties 9 en 10 overgelegde jaarrekeningen van de beide ondernemingen, leidt de rechtbank af dat de B&B in 2023 werd geëxploiteerd door erflater. De netto-omzet van de onderneming van erflater bedroeg in 2023 € 50.820,27. De kostprijs van de omzet bedroeg in dat jaar € 25.608,65. De netto-omzet van de onderneming van [gedaagde] in 2023 bedroeg € 16.722,72 terwijl de kostprijs van de omzet slechts € 51,- bedroeg. Met andere woorden; [gedaagde] factureerde haar werkzaamheden aan de onderneming van erflater. Uit de jaarrekeningen blijkt niet dat erflater zijn werkzaamheden aan [gedaagde] factureerde. Dat erflater na 2023 de onderneming aan [gedaagde] heeft overgedragen, blijkt niet uit wat zij heeft aangevoerd. Kortom, de onderneming valt in de nalatenschap. Dus de nalatenschap heeft recht op de boekingsinkomsten.
5.De beslissing
- het opdracht geven aan een nader door [gedaagde] aan te wijzen notaris tot het vestigen van het (levenslange) vruchtgebruik op de in de molen aanwezige woning, in die molen aanwezige B&B en de in de molen aanwezige inboedel van erflater te vestigen ten behoeve van [gedaagde] ;
- het akkoord geven op de (notariële) akte(s) tot vestiging van het vruchtgebruik op de in de molen aanwezige woning, in die molen aanwezige B&B en de in de molen aanwezige inboedel van erflater ten behoeve van [gedaagde] door ondertekening van de (notariële) akte(s);
- het opdracht geven aan de notaris tot de inschrijving van het vruchtgebruik op de in de molen aanwezige woning, in die molen aanwezige B&B en de in de molen aanwezige inboedel van erflater ten behoeve van [gedaagde] in de openbare registers,
- de kosten van de notaris voor of in verband met het vestigen van het vruchtgebruik;
- de eventuele kosten voor het inschrijven van het vruchtgebruik in de openbare registers,