Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4149

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
C/15/376723
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:268 BWArt. 6:198 BWArt. 6:200 BWArt. 6:119 BWArt. 3:284 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid derdenverzet en veroordeling tot vergoeding kosten zaakwaarneming bij executieverkoop

Healthy Racing vordert in kort geding dat [gedaagden] wordt verboden over te gaan tot executieverkoop van goederen die zich in een bedrijfsruimte bevinden, omdat zij stelt eigenaar te zijn van deze goederen en niet betrokken was in eerdere procedures. De voorzieningenrechter oordeelt dat Healthy Racing niet-ontvankelijk is omdat zij niet zowel de executant als de geëxecuteerde heeft gedagvaard, zoals vereist is voor derdenverzet.

In reconventie wordt vastgesteld dat [gedaagden] als zaakwaarnemer heeft gehandeld door de goederen na ontruiming af te voeren en op te slaan om verlies of beschadiging te voorkomen. Healthy Racing wordt veroordeeld tot vergoeding van de redelijke kosten van afvoer en opslag, aangezien haar belang naar behoren is behartigd. Het bestaan van een huurovereenkomst door Healthy Racing wordt door de rechter ongeloofwaardig geacht.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Healthy Racing af, veroordeelt haar in de proceskosten en legt haar op de kosten van bewaring en opslag te vergoeden, inclusief wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de geplande executieveiling mag doorgaan.

Uitkomst: Healthy Racing wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar derdenverzet en veroordeeld tot vergoeding van kosten zaakwaarneming.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/376723 / KG ZA 26-188
Vonnis in kort geding van 16 april 2026
in de zaak van
HEALTHY RACING B.V.,
te Heemstede,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: Healthy Racing,
advocaat: mr. Y.H.M. van Mierlo,
tegen

1.[gedaagde 1],

te [plaats],
2.
[gedaagde 2],
vennoot van gedaagde partij sub 1,
3.
[gedaagde 3],
vennoot van gedaagde partij sub 1,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in voorwaardelijke reconventie,
hierna samen te noemen: [gedaagden],
advocaat mr. M.N. Mense.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 9
- de producties 1 t/m 7 van gedaagden
- de brief van mr. Mense waarbij een vordering in reconventie in het vooruitzicht is gesteld
- de mondelinge behandeling van 16 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van Healthy Racing
- de pleitnota van [gedaagden].
1.2.
Voor de mondelinge behandeling op 16 pril 2026 zijn verschenen namens Healthy Racing de heer [betrokkene 1] (bestuurder), de heer [betrokkene 2] (jurist), bijgestaan door mr. Van Mierlo voornoemd en namens [gedaagden] de heer [gedaagde 2], vergezeld van de heer [deurwaarder] (deurwaarder), bijgestaan door mr. Mense voornoemd.
1.3.
Tenslotte is vonnis bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben, handelend als vennoten van [gedaagden], op 6 november 2025 de [adres] te [plaats] (hierna: de bedrijfsruimte) in eigendom verkregen via een onderhandse verkoop door de hypotheekhouder op de voet van art. 3:268 BW Pro. De voor grosse uitgegeven leveringsakte geeft Healthy Racing het recht de ontruiming van de bedrijfsruimte te bewerkstelligen (artikel 9).
2.2.
In de bedrijfsruimte waren na aankoop roerende zaken aanwezig. De genoemde leveringsakte is op 20 november 2025 aan [betrokkene 1] betekend met aanzegging van de gerechtelijke ontruiming tegen 28 november 2025.
2.3.
Op 28 november 2025 is de bedrijfsruimte ontruimd, waarvan proces-verbaal is opgemaakt. In het proces-verbaal is opgenomen dat de aanwezige roerende zaken zijn opgeslagen uit hoofde van zaakwaarneming. Op 4 december 2025 is het proces-verbaal van ontruiming aan [betrokkene 1] betekend en is gesommeerd de kosten van het transport en de opslag te betalen, met aanzegging dat een kort geding procedure wordt gestart in het geval de kosten niet worden voldaan.
2.4.
Op 8 januari 2026 is de gerechtsdeurwaarder bericht dat [betrokkene 1] zijn goederen in ontvangst wenst te nemen. Op 29 januari 2026 heeft de gerechtsdeurwaarder geantwoord dat de kosten van de zaakwaarnering onbetaald zijn gebleven en een kort geding procedure zal worden gestart.
2.5.
Bij deurwaardersexploot van 2 april 2026 heeft [gedaagden] de grosse van het vonnis in kort geding van 11 maart 2026 betekend aan [betrokkene 1] en The Health Factory NL Distributie B.V en bevel gedaan tot betaling van een bedrag van € 13.328,23 + PM, binnen twee dagen en aangekondigd dat anders de vier voertuigen, opgenomen in het genoemde vonnis op 17 april 2026 zullen worden verkocht aan de hoogste bieder.
2.6.
In een e-mail van 3 april 2026 heeft Healthy Racing via haar advocaat aan de deurwaarder en de advocaat van [gedaagden] het volgende geschreven:
Cliente is sinds 2 februari 2022 huurder van een bedrijfsruimte aan de [adres] in [plaats]. Cliente is er (inmiddels) achtergekomen dat de onroerende zaak is verkocht en thans in eigendom is van [gedaagden] v.o.f. Tot op heden heeft cliente niets van haar (nieuwe) verhuurder vernomen. Wel is cliente bij toeval er achtergekomen dat alle door haar in het gehuurde opgeslagen eigendommen, zijn verwijderd. Cliente is daar nimmer van op de hoogte gesteld.
(…)
Cliente is best bereid om te praten over beëindiging van de huurovereenkomst, maar wat er thans gaande is kan zij niet accepteren. Cliente heeft vernomen, dat er zelfs een kort geding heeft plaatsgevonden waarbij toestemming is gevraagd om 4 voertuigen van cliënte te mogen verkopen omdat deze voertuigen zijn verwijderd uit het gehuurde door [gedaagden]. De
vraag is daarbij wel - nu [gedaagden] blijkbaar het gehuurde heeft ontruimd - op welke titel zij dit heeft gedaan en waar de overige eigendommen van cliënte zijn gebleven. Zoals aangegeven lagen in de gehuurde ruimte namelijk nog veel meer eigendommen dan de auto's. (…)
Blijkens het vonnis d.d. 11 maart 2026 is het kort geding aanhangig gemaakt tegen [betrokkene 1] en The Health Factory NL Distribute B.V. Het ontgaat cliënte waarom deze partijen zijn betrokken, nu het gaat om de eigendommen van cliënte.
Ter onderbouwing van haar standpunten, treft u hierbij de eigendomsbewijzen van de voertuigen aan, althans bewijs dat deze op naam van cliënte zijn aangeschaft. Het zijn namelijk voertuigen die niet naam geregistreerd staan bij de RDW omdat deze voertuigen niet de weg op mogen. De factuur voor de Yamaha kan ik u op dit moment nog niet
sturen, maar deze zoekt cliënte nog in haar administratie op. Overigens kunt u uit deze facturen ook opmaken dat de door u genoemde waarden van de voertuigen natuurlijk niet in lijn liggen met de daadwerkelijke waarde van dergelijke voertuigen. Zelfs niet in het geval van executie. (…) Nu kan het uiteraard zo zijn dat uw cliente niet op de hoogte was van het bestaan van cliënte - alsmede haar rechten - maar dat is zij nu wel, en cliënte wil dan ook graag duidelijke afspraken maken over de ontstane situatie:
1. Er zullen afspraken gemaakt moeten worden omtrent de huur van de bedrijfsruimte;
2. Cliente wenst haar eigendommen terug te krijgen, waaronder niet alleen de voertuigen, maar ook alle overige zaken die in het gehuurde lagen;
Omdat cliënte nimmer op de hoogte is gesteld door [gedaagden] dan wel de deurwaarder, noch op de hoogte was van enige procedure, behoeft het uiteraard geen nadere toelichting dat het executeren van het vonnis d.d. 11 maart 2026 misbruik van recht zou opleveren. Cliente ontvangt graag per ommegaande de bevestiging dat er geen executiemaatregelen worden getroffen zo lang er geen afspraken zijn gemaakt omtrent bovengenoemde punten.
(…)
2.7.
In reactie op deze e-mail heeft de advocaat van [gedaagden] op 9 april 2026 als volgt geantwoord:
[gedaagden] c.s. zien (…)geen aanleiding de veiling op te schorten. Aangezien [betrokkene 1] de (middellijke) bestuurder is van Healthy Racing B.V. kon Healthy Racing B.V. goed bekend verondersteld worden met de ontruiming en daarop volgende bewaring (…) De bewaring is ook in de verhouding met Healthy Racing B.V. als zaakwaarneming aan te merken en geeft [gedaagden] c.s. dezelfde vordering(srechten) op die partij.
Met de enkele overlegging van, wat [gedaagden] c.s. maar aannemen, inkoopfacturen zouden zijn, is de gestelde eigendom onvoldoende onderbouwd.
Indien Healthy Racing B.V. deze kwestie praktisch op wil lossen, zou zij zich in verbinding kunnen stellen met de gerechtsdeurwaarder om de vordering van [gedaagden] c.s. te voldoen. (…)
Voor de volledigheid reageren [gedaagden] c.s. ook op de gestelde huurovereenkomst. Deze overeenkomst, althans het daadwerkelijke bestaan en de uitvoering daarvan, is, althans zijn, niet onderbouwd. Een vergelijkbaar betoog is daarnaast al eerder (en mogelijk meerdere malen) gevoerd door [betrokkene 1] en/of de aan hem verbonden entiteiten in het geschil met de hypotheekhouder. (…) [gedaagden] c.s. zien geen grond of aanleiding afspraken te maken 'omtrent de huur van de bedrijfsruimte'.

3.Het geschil

in conventie en in (voorwaardelijke) reconventie
3.1.
Healthy Racing vordert in conventie - samengevat - dat de voorzieningenrechter:
primair
1. [gedaagden] verbiedt om over te gaan tot verkoop, veiling, levering of enige andere vorm van vervreemding van de zaken die zich in de bedrijfsruimte bevinden of daaruit afkomstig zijn, althans voor zover deze zaken eigendom zijn van Healthy Racing, waaronder in ieder geval begrepen de in het exploot van 2 april 2026 genoemde voertuigen;
2. [gedaagden] beveelt om de reeds aangezegde executoriale verkoop/veiling van 17 april 2026 met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden;
3. [gedaagden] beveelt om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis aan Healthy Racing af te geven alle aan haar toebehorende roerende zaken die afkomstig zijn uit het bedrijfspand
waaronder mede doch niet uitsluitend de voertuigen, onderdelen, gereedschappen,
race-uitrusting en overige warehouse-goederen;
subsidiair
4. [gedaagden] beveelt om, binnen 24 uur na betekening van dit vonnis, een volledige en gespecificeerde inventarislijst aan Healthy Racing te verstrekken van alle zaken die uit het bedrijfspand zijn verwijderd en/of opgeslagen, met vermelding van de huidige opslaglocatie,
staat van de zaken, eventuele chassisnummers/serienummers en de voorgenomen wijze van verkoop;
5. ] [gedaagden] verbiedt om enige zaak te verkopen of te vervreemden voordat in onderling overleg dan wel in rechte onherroepelijk is vastgesteld aan wie de betreffende zaak toebehoort;
meer subsidiair
6. bepaalt dat [gedaagden] slechts tot executie mogen overgaan nadat Healthy Racing in de gelegenheid is gesteld haar eigendomsrechten per zaak te onderbouwen en de voorzieningenrechter daarover nader heeft kunnen oordelen;
voorts, zowel primair, subsidiair als meer subsidiair
een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van dit geding, inclusief de nakosten en te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Healthy Racing legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagden] onrechtmatig handelt jegens haar. Zij stelt dat [gedaagden] voornemens is om eigendommen van Healthy Racing die zich op basis van een huurovereenkomst in het bedrijfspand bevonden te verkopen, zonder dat zij hierover met Healthy Racing heeft gevoerd of Healthy Racing in de gelegenheid heeft gesteld haar eigendommen uit het bedrijfspand op te halen. Healthy Racing stelt dat zij geen partij is geweest in de eerdere procedure en benadrukt dat zij een eigen, afzonderlijke vennootschap is met een eigen inschrijving bij de Kamer van Koophandel en dat de omstandigheid dat de beide vennootschappen behoren tot dezelfde groep, THF Holding, nog niet tot maakt dat zij dezelfde partij zijn. Zij benadrukt dat het vonnis van 11 maart 2026 niet tegen haar is gewezen en wijst erop dat zij [gedaagden] hierop en op haar eigendomsrechten heeft gewezen, maar dat [gedaagden] ten onrechte geweigerd heeft de aangekondigde executieveiling af te gelasten. Ook het exploot van 2 april 2026 is niet aan haar betekend, maar de executie heeft wel betrekking op haar eigendommen. [gedaagden] borduurt voort op eerder fouten waarbij vennootschappen door elkaar worden gehaald, aldus Healthy Racing. Verder voert zij aan dat de omstandigheid dat [betrokkene 1] haar middellijk bestuurder is nog niet maakt dat privévermogen en groepsvermogen samenvallen. [betrokkene 1] was in eerdere procedures uit een andere hoedanigheid betrokken.
3.3.
Healthy Racing stelt dat de aanzegging van de executie van het vonnis van 11 maart 2026 onjuist is gedaan en dat om die reden de verkoop niet kan doorgaan. Zij erkent dat de huurovereenkomst niet is getekend, maar dat daaruit wel blijkt dat het gaat om de bedrijfsruimte en ook welke huurprijs overeengekomen is. Zij verklaart dat er geen schriftelijkheidsvereiste is voor een huurovereenkomst, maar dat het gaat om de feitelijke rechtsverhouding of er een ruimte ter beschikking is gesteld en of daar een tegenprestatie tegenover stond. Healthy Racing stelt verder dat zij het bedrijfspand sinds februari 2022 in gebruik heeft gehad voor haar race-activiteiten. Zij verklaart dat [gedaagden] mogelijk zal zeggen dat een dergelijk betoog eerder al naar voren is gebracht, maar Healthy Racing is nog nooit partij geweest in een van de procedures, zodat haar standpunt in rechte nog niet is beoordeeld.
Healthy Racing benadrukt dat zij wil weten waar al haar eigendommen zijn gebleven en op welke wijze de goederen onder eigendom van [gedaagden] zijn gebracht. Daarbij wijst zij op de door haar overgelegde stukken waaruit volgens haar blijkt dat deze voertuigen niet aan Koenigswarter in privé toebehoren maar aan Healthy Racing.
Zij benadrukt dat Healthy Racing niet rechtstreeks is geïnformeerd en niet in de gelegenheid is gesteld om haar eigendommen veilig te stellen en dat de belangafweging moet uitvallen in haar voordeel. Als de verkoop wordt stilgezet leidt dit voor [gedaagden] hoogstens vertraging op.
3.4.
[gedaagden] voert verweer. In de eerste plaats concludeert [gedaagden] tot niet-ontvankelijkheid van Healthy Racing. Zij voert daarbij aan dat de vordering van Healthy Racing is aan te merken als een derdenverzet in de zin van artikel 348 lid 6 Rv Pro, welke regeling bepaalt dat verzet tegen de executie door een derde gebeurt door dagvaarding van zowel de executant als de geëxecuteerde en dat vastgesteld kan worden dat de geëxecuteerden, [betrokkene 1] en The Health Factory NL Distributie B.V., niet zijn gedagvaard door Healthy Racing B.V.
3.5.
Daarnaast voert [gedaagden] aan dat Healthy Racing het bestaan van een eigen recht onvoldoende heeft aangetoond. De door Healthy Racing in dat verband overgelegde stukken zijn onvoldoende om op basis daarvan de eigendom van Healthy Racing van de Ford Fiesta, Yamaha R6 en BMW2 aan te nemen. Healthy Racing heeft uitsluitend inkoopfacturen overgelegd, geen stukken waaruit een titel of leveringshandeling blijkt en zij heeft hierover ook niets gesteld. Bovendien geldt ten aanzien van de BMW2 dat het, onderbouwd met een foto, genoemde chassisnummer een ander chassisnummer betreft dan van het voertuig dat op 17 april 2026 geveild zal gaan worden. Een en ander volgens [gedaagden].
Voorts voert zij aan dat van de in randnummer 22 van de dagvaarding opgesomde goederen iedere onderbouwing van het gestelde eigendomsrecht ontbreekt, zodat die eigendom niet voldoende aannemelijk geworden is.
3.6.
[gedaagden] benadrukt dat [betrokkene 1] en de aan hem gelieerde partijen steeds wisselende standpunten innemen over wie eigenaar zou zijn van de zaken die zich in het bedrijfspand bevonden. In de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 11 maart 2026 hebben [betrokkene 1] en The Health Factory NL Distributie B.V. gesteld dat zij dan wel [betrokkene 1] Family Trust eigenaar zijn van de zaken waaronder de voertuigen en dat de werkelijke rechthebbende [betrokkene 1] Family Trust is, terwijl het onderpand bij de hypotheek (bedrijfspand en roerende zaken) formeel op naam van The Health Factory stond.
[gedaagden] verklaart verder het haar niet duidelijk is hoe het gestelde huurrecht aan executie van de betreffende zaken in de weg zou moeten staan. De stellingen van Healthy Racing zijn op dit onderdeel ook onvoldoende onderbouwd.
3.7.
[gedaagden] betwist de huurrelatie. Zij wijst erop dat [betrokkene 1] bij de vestiging van het hypotheekrecht in 2023 verklaard heeft dat de te bezwaren zaak uitsluitend bij hem in gebruik was en niet was verhuurd aan derden. Dit betekent volgens [gedaagden] dat [betrokkene 1] of bij het verlenen van het hypotheekrecht in strijd met de waarheid heeft verklaard of dat hij dat nu, al dan niet in hoedanigheid van (middellijk) bestuurder van Healthy Racing, doet.
3.8.
[gedaagden] concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van de vorderingen van Healthy Racing, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Healthy Racing in de kosten van deze procedure.
3.9.
[gedaagden] vordert in reconventie, onder voorwaarde dat de voorzieningenrechter oordeelt dat Healthy Racing ten aanzien van de zaken zoals beschreven in de dagvaarding onder 18 en 22 eigenaar, althans rechthebbende is, veroordeling van Healthy Racing tot betaling van 1) € 8.617,36, te vermeerderen met de rente vanaf heden, en 2) de door [gedaagden] c.s. nog te maken kosten voor verdere bewaring en veiling van de zaken, met veroordeling van Healthy Racing in de kosten van het geding.
3.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
Het gaat om een vordering tot het staken van een executieverkoop die op 17 april 2026 zal plaatsvinden. Deze vordering is naar zijn aard spoedeisend.
in conventie
4.2.
Healthy Racing vordert dat [gedaagden] wordt verboden over te gaan tot verkoop, veiling, levering of enige andere vorm van vervreemding van de betrokken zaken. [gedaagden] heeft als prealabel verweer aangevoerd dat derdenverzet ook in kort geding slechts ontvankelijk is als de zich verzettende partij zowel de executant als de geëxecuteerde dagvaardt en dat Healthy Racing de geëxecuteerde(n) niet heeft gedagvaard.
4.3.
Dit verweer slaagt. Art 438 lid 6 Rv Pro schrijft dwingend voor dat zowel de executant als de geëxecuteerde gedagvaard moeten worden. Dat is niet gebeurd en dit brengt mee dat Healthy Racing niet in haar vordering kan worden ontvangen.
Healthy Racing zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze kosten worden tot op heden aan de zijde van [gedaagden] begroot op:
griffierecht € 735,00
salaris advocaat
€ 1.177,00
Totaal € 1.912,00
4.4.
De nakosten en de wettelijke rente over de kosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.
in reconventie
4.5.
Healthy Racing heeft betoogd dat het exploot waarbij de executie is aangezegd niet aan haar is betekend. Dat hoeft ook niet, want zij is niet de geëxecuteerde. Dat de executie zich richt tegen haar eigendommen, brengt mee dat zij het rechtsmiddel van derdenverzet kan activeren, het doet niet af aan de rechtsgeldigheid van de betekende aanzegging.
4.6.
Healthy Racing heeft benadrukt dat zij tot dusver geen partij is geweest in een van de procedures, zodat haar standpunt nog niet in rechte is beoordeeld. Dat zal thans bij de behandeling van de vordering in reconventie wel gebeuren.
4.7.
De vordering in reconventie is ingesteld onder de voorwaarde dat voorshands voldoende aannemelijk wordt geacht dat Healthy Racing eigenaar dan wel anderszins rechthebbende is op de zaken waarop het geschil betrekking heeft. De voorzieningenrechter zal bij de beoordeling in dit kort geding veronderstellenderwijs van die eigendoms- dan wel rechthebbende positie van Healthy Racing uitgaan. Daarmee is aan die voorwaarde voldaan.
4.8.
De voorzieningenrechter acht onvoldoende weersproken dat de betrokken zaken zich na de ontruiming nog in het geveilde pand bevonden, dat [gedaagden] die zaken vervolgens heeft doen afvoeren en opslaan en dat dit is gebeurd om te voorkomen dat de zaken onbeheerd zouden achterblijven en om verdere complicaties rond het gebruik en de oplevering van het pand te vermijden.
4.9.
Onder deze omstandigheden moet voorshands worden geoordeeld dat [gedaagden], door de zaken te doen afvoeren en in bewaring te geven, willens en wetens op redelijke grond het belang van Healthy Racing heeft behartigd zonder daartoe op een rechtsverhouding met Healthy Racing te kunnen steunen. Daarmee is voorshands voldaan aan de omschrijving van zaakwaarneming als bedoeld in artikel 6:198 BW Pro. Artikel 6:200 BW Pro verbindt daaraan de gehoudenheid van de belanghebbende om de schade van de zaakwaarnemer te vergoeden, voor zover het belang van de rechthebbende naar behoren is behartigd.
4.10.
Healthy Racing heeft niets aangevoerd op grond waarvan voorshands zou moeten worden aangenomen dat haar belang níet naar behoren is behartigd. Mede gelet op de aard van de betrokken zaken - waaronder voertuigen met een aanzienlijke waarde - heeft [gedaagden] voldoende aannemelijk gemaakt dat afvoer en opslag van de zaken in de gegeven omstandigheden noodzakelijk waren. Ook is aannemelijk dat daarmee mede het belang van Healthy Racing was gediend, omdat op die manier is voorkomen dat de zaken verloren zouden gaan, beschadigd zouden raken of zonder enige ordening aan hun lot zouden worden overgelaten. Dat de bewaarnemer daarbij mede zijn eigen belang diende, namelijk het vrijmaken van het bedrijfspand en het beperken van verdere lasten, sluit het aannemen van zaakwaarneming niet uit, zolang (objectief oordelend) tevens in voldoende mate het belang van de rechthebbende is gediend. De kosten van afvoer en opslag komen daarom voorshands voor vergoeding in aanmerking, voor zover zij redelijk zijn.
4.11.
Het beroep op een in 2022 gesloten en nog doorlopende huurovereenkomst is geen reden om anders te oordelen. De voorzieningenrechter acht het bestaan van die huurovereenkomst om de volgende redenen ongeloofwaardig:
  • de middellijk bestuurder van Healthy Racing, [betrokkene 1], heeft in zijn hoedanigheid van schuldenaar en bestuurder van de hypotheekverstrekkende entiteit verklaard dat hem geen huurovereenkomsten bekend zijn, terwijl het overgelegde huurcontract de indruk moet wekken dat hij de betreffende huurovereenkomst ‘handelend onder de naam Healthy Racing’ heeft gesloten,
  • onvoldoende weersproken is dat Healthy Racing zich tot dit kort geding nimmer als huurder heeft gepresenteerd,
  • [betrokkene 1] heeft in het vorige kort geding doen stellen dat hij en The Health Factory NL Distributie BV (kennelijk een van zijn BV’s) eigenaar van de betrokken zaken zijn,
  • huurbetalingen zijn niet gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt en voor de in eerdere mededelingen volgens [gedaagden] gedane wisselende verklaringen over de hoogte van de huur (€ 2.500 of € 500) is ter zitting geen verklaring gegeven.
4.12.
[gedaagden] heeft zich ter rechtvaardiging van de voorgenomen verkoop mede beroepen op art. 3:284 BW Pro, waarin is bepaald dat een vordering tot voldoening van kosten die tot behoud van een goed zijn gemaakt is bevoorrecht op het goed dat aldus is behouden en dat de schuldeiser de vordering op het goed kan verhalen zonder dat hem ten tijde van het maken van die kosten al bestaande rechten van derden kunnen worden tegengeworpen.
Dat beroep slaagt eveneens. De kosten die hier zijn gemaakt voor afvoer en bewaring moeten in de omstandigheden van dit geval worden aangemerkt als kosten tot behoud van de betrokken zaken. Zonder die maatregelen zouden de zaken immers aan risico van verlies, beschadiging of ongecontroleerde verdwijning zijn blootgesteld.
4.13.
De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat Healthy Racing (in de persoon van haar middellijk en enig bestuurder) voorafgaand aan de ontruiming is gesommeerd om de betrokken zaken uit het bedrijfspand te verwijderen en ook vanaf het moment van ontruiming op de hoogte was van het feit dat de zaken waren opgeslagen. Healthy Racing heeft aldus ruim de gelegenheid gehad om zich tegen voldoening van de opslagkosten in het bezit van die zaken te stellen, maar heeft dit niet gedaan en heeft daarop ook op de zitting niet aangestuurd. Voldoende aannemelijk is dat de opslagkosten, die volgens de mededeling van de deurwaarder inmiddels € 22.000 bedragen, doorlopen zolang de zaken opgeslagen blijven. Dat brengt mee dat het spoedeisend belang van [gedaagden] bij een beëindiging van die situatie en verhaal van de inmiddels gemaakte kosten gegeven is. De vordering tot betaling van de reeds verschenen opslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente, zal daarom worden toegewezen. Het belang van uitstel van de verkoop om de posities grondiger te beoordelen weegt daartegen niet op, omdat niet goed denkbaar is dat [gedaagden] wordt gedwongen de zaken vrij te geven zonder compensatie voor de kosten en de maatvoering bij het verhaal daarvan in belangrijke mate door Healthy Racing kan worden beïnvloed, te weten door afspraken te maken over kostenvergoeding en het ophalen van de zaken (hetgeen een verstandig handelende vennootschap ter beperking van deze kosten al veel eerder zou hebben gedaan).
4.14.
Ook de vordering voor zover deze ziet op de verdere redelijke kosten van bewaring is toewijsbaar, nu die kosten een rechtstreeks en voorzienbaar gevolg vormen van de reeds aangevangen opslag en het in de rede ligt dat die kosten blijven oplopen zolang de rechthebbende de kosten niet vergoedt en haar zaken niet afhaalt.
4.15.
De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de deurwaarder de inmiddels al aangevangen online veiling van de voertuigen zal stopzetten zodra betaling van de opslagkosten heeft plaatsgevonden en maatvoering zal betrachten zodra Healthy Racing tot het inzicht komt dat zij alleen tegen betaling uit deze situatie kan geraken en overeenkomstig dat inzicht gaat handelen.
4.16.
De toe te wijzen vordering zal om nieuwe discussies tussen partijen te voorkomen in na te melden zin worden verduidelijkt.
4.17.
Healthy Racing is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen.
De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
salaris advocaat € 588,50 (0,5 punt x € 1.177,00)
4.18.
De nakosten en de wettelijke rente over de kosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
in conventie
5.1.
verklaart Healthy Racing niet ontvankelijk in haar vorderingen,
5.2.
veroordeelt Healthy Racing in de proceskosten van € 1.912,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in reconventie
5.3.
veroordeelt Healthy Racing tot betaling aan [gedaagden] van een bedrag van € 8.617,36, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van algehele betaling,
5.4.
veroordeelt Healthy Racing voorts tot betaling aan [gedaagden] van de overige door [gedaagden] gemaakte redelijke bewaringskosten en nog te maken kosten voor verdere bewaring en, voor zover aan de orde, de redelijke kosten die met een verkoop ter uitoefening van het in art. 3:284 BW Pro bedoelde verhaalsrecht samenhangen, op te maken met inachtneming van de normale executieregels, waarbij uitgangspunt en richtsnoer dient te zijn dat de aansprakelijkheid voor de kosten van opslag doorloopt zolang die kosten zijn ontstaan door voortgezette retentie wegens (1) niet toereikende betaling van de reeds eerder ontstane opslagkosten en/of (2) niet toereikende betaling van de kosten van uitwinning en/of (3 ) voortduring van de opslag door het ontbreken van zorg aan de zijde van Healthy Racing voor afvoer van vrijgegeven zaken,
5.5.
veroordeelt Healthy Racing in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 296,00 aan salaris advocaat, onder de voorwaarde dat Healthy Racing niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 98,00 plus de kosten betekening,
5.6.
veroordeelt Healthy Racing in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2026.
1155