Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4155

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
16 april 2026
Zaaknummer
K/4102/12077554
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:107 BWArt. 3:109 BWArt. 3:119 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot afgifte auto na schenking en tenaamstelling

Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van een Audi die op naam van gedaagde staat, en tot medewerking aan overschrijving op naam van eiser. Gedaagde betwist dit en stelt dat zij eigenaar is geworden door schenking van eiser.

De rechtbank overweegt dat gedaagde als bezitter wordt vermoed eigenaar te zijn, mede omdat de auto op haar naam staat en zij alle kosten draagt. Gedaagde heeft aannemelijk gemaakt dat zij het eigendomsrecht heeft verkregen via een schenkingsverklaring en tenaamstelling, ondersteund door WhatsApp-berichten en bewijs van communicatie met dochters van eiser. Eiser is er niet in geslaagd dit bewijsvermoeden te ontkrachten.

De rechtbank wijst de vordering van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten. In reconventie wordt eiser veroordeeld om binnen zeven dagen de reservesleutels aan gedaagde te overhandigen, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten in reconventie worden begroot op nihil. Het vonnis is gewezen door kantonrechter M.P.E. Oomens op 30 maart 2026.

Uitkomst: De vordering tot afgifte van de auto wordt afgewezen omdat gedaagde eigenaar is door schenking en tenaamstelling; de vordering tot afgifte van reservesleutels wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12077554 \ VV EXPL 26-16
Vonnis in kort geding van 30 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. A. Hashem Jawaheri,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. H. Yuce.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 4 producties;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met 13 producties;
- de aanvullende producties 14 en 15 van [gedaagde];
- de akte eiswijziging en de aanvullende productie 5 van [eiser];
- de mondelinge behandeling van 16 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.Feiten

2.1.
[eiser] heeft op 23 november 2024 een Audi, type A1 Sportback 1.0 TFSI Sport Pro Line S, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) in eigendom verkregen.
2.2.
[eiser] heeft een zoon ([betrokkene 1]) en twee dochters ([betrokkene 2] en [betrokkene 3]).
2.3.
[betrokkene 1] en [gedaagde] hebben bijna twintig jaar lang een affectieve relatie gehad en hebben samen vier (minderjarige) kinderen.
2.4.
Op 20 december 2025 is [betrokkene 1] vanwege een psychose opgenomen in een kliniek.
2.5.
Op 21 december 2025 om 19:21 uur heeft [gedaagde] via WhatsApp aan een contactpersoon genaamd ‘[naam]’ geschreven:
“[naam] ♥ [betrokkene 2] zei dat jij er verstand van had. Ik moet die Audi overschrijven maar je moet tenaamstellingscode ofzo hebben”
2.6. ‘
[naam]’ heeft hierop gereageerd dat ze ernaar zou gaan kijken en dat de overschrijving via het RDW moet geschieden. De verdere reacties van ‘[naam]’ zijn verwijderd.
2.7.
Op 21 december 2025 om 20:10 uur heeft [gedaagde] via WhatsApp de tenaamstellingscode ontvangen.
2.8.
Op 21 december 2025 om 22:03 uur heeft [gedaagde] aan ‘[naam]’ geschreven:
“Dankjewell [naam] ♥ zodra ik die brief van je vader heb ik hem overschrijven dan stuur ik je die afmeldcode voor de verzekering in shaa Allah”
2.9.
In de daarop volgende WhatsApp-berichten heeft [gedaagde] uitgelegd dat zij een schenkingsverklaring van [eiser] nodig heeft in verband met haar bijstandsuitkering.
2.10.
Op 22 december 2025 om 19:34 uur heeft [gedaagde] via WhatsApp een foto van een handgeschreven getekende verklaring ontvangen waarop staat:
“Beste,
Ik [eiser] geef de Audi A1 aan [gedaagde]. Zij hoeft hier niks voor te betalen.
Handtekening”
2.11.
Op 22 december 2025 heeft [gedaagde] de auto overgeschreven op haar naam.
2.12.
[betrokkene 1] heeft daarover als volgt schriftelijk verklaard:
“Tijdens mijn verblijf in een kliniek is een voertuig dat eigendom is van mijn vader, zonder mijn toestemming en zonder toestemming van mijn vader door [gedaagde] op haar naam gezet.”
2.13.
Op 3 januari 2026 is de auto voor de deur van [gedaagde] gestolen. [gedaagde] heeft daarvan aangifte gedaan.
2.14.
Op 10 januari 2026 heeft de politie de auto in beslag genomen in de [adres] te [plaats 1].
2.15.
Op 31 januari 2026 is de auto opnieuw gestolen. De auto is tot op heden niet teruggevonden.

3.Het geschil

in conventie
3.1.
[eiser] vordert primair dat [gedaagde] veroordeeld wordt om (1) de auto (na teruggave van diefstal) aan [eiser] af te geven en (2) om mee te werken aan de overschrijving van de auto op naam van [eiser], op straffe van verbeurte van een dwangsom.
Subsidiair wil [eiser] dat het [gedaagde] verboden wordt om de auto op naam van een derde te laten overschrijven, totdat in een bodemprocedure over de eigendom van de auto is beslist, eveneens op straffe van verbeurte van een dwangsom. Dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij de rechtmatige eigenaar van de auto is, en [gedaagde] de auto zonder recht of titel onder zich houdt.
3.3.
[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe aan dat [eiser] de auto rechtsgeldig aan haar heeft geschonken.
in reconventie
3.4.
[gedaagde] vordert in reconventie dat [eiser] veroordeeld wordt om de reservesleutel van de auto binnen drie dagen na het te wijzen vonnis aan haar af te geven, op straffe van verbeurte van een dwangsom. [gedaagde] legt haar eigendomsrecht aan de vordering ten grondslag.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

in conventie
4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Dat betekent dat de vordering alleen kan worden toegewezen als [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. Verder is voor toewijzing van een vordering in kort geding vereist dat de feiten en omstandigheden die aan de vordering ten grondslag zijn gelegd, voldoende aannemelijk zijn. Ook moet in voldoende mate waarschijnlijk zijn dat de vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
4.2.
Tussen partijen is in geschil wie de eigenaar van de auto is. De kantonrechter stelt voorop dat uit de wet volgt dat degene die een goed houdt, wordt vermoed dit goed voor zichzelf te houden en als bezitter rechthebbende te zijn. [1] Dat betekent dat [gedaagde] wordt vermoed eigenaar van de auto te zijn. Dit wordt versterkt door het feit dat de auto op naam van [gedaagde] staat en zij alle kosten van en voor de auto voldoet, zoals de wegenbelasting en de verzekeringspremie.
4.3.
[gedaagde] stelt dat zij de eigendom van de auto heeft verkregen doordat [eiser] de auto aan haar heeft geschonken. Ter zitting heeft zij toegelicht dat zij en [betrokkene 1] de auto sinds februari 2025 gezamenlijk gebruikten. Op enig moment heeft [betrokkene 1] medicijnen voorgeschreven gekregen waardoor hij niet langer mocht autorijden. Vanaf dat moment was [gedaagde] de enige persoon die de auto gebruikte. [eiser] heeft meerdere keren (waaronder op 16 december 2025) tegen [gedaagde] gezegd dat zij de auto ‘voor haar en de kinderen’ mocht houden en aangeboden om de auto op haar naam te laten overschrijven. Aangezien [gedaagde] op dat moment een bijstandskering had, wilde zij eerst advies inwinnen over de mogelijke financiële gevolgen daarvan. Na overleg met haar advocaat heeft zij contact opgenomen met [betrokkene 2] (de oudste dochter van [eiser]) om de overschrijving in orde te maken. Vervolgens heeft [betrokkene 3] (de jongste dochter van [eiser]) haar vader geholpen bij de overschrijving van de auto en hiervoor via WhatsApp contact gehad met [gedaagde]. Hoewel [betrokkene 3] een groot deel van de door haar verstuurde berichten heeft verwijderd, blijkt uit de door [gedaagde] verstuurde berichten dat het gesprek ging over de wijziging van de tenaamstelling. [gedaagde] heeft van [betrokkene 3] onder meer een foto van de brief van de RDW met daarop de tenaamstellingscode en een foto van de door [eiser] ondertekende schenkingsverklaring (zie 2.10) ontvangen. Deze foto’s zijn (ondanks de verwijdering van de berichten) opgeslagen in de camerarol van de telefoon van [gedaagde]. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft [gedaagde] diverse schermafdrukken van de chatgeschiedenis en de camerarol van haar telefoon overgelegd.
4.4.
Het is aan [eiser] om het vermoeden dat [gedaagde] eigenaar van de auto is te weerleggen, op die manier dat [gedaagde] haar gepretendeerde eigendomsrecht nader zal hebben te bewijzen. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] daar niet in is geslaagd. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
4.5.
[eiser] is niet in persoon op de zitting verschenen, zodat de kantonrechter hem niet heeft kunnen bevragen over de feitelijke gang van zaken. De gemachtigde van [eiser] heeft weliswaar toegelicht dat sprake was van een knipperlichtrelatie tussen [gedaagde] en [betrokkene 1] en dat [gedaagde] de auto enkel mocht gebruiken op de momenten dat [betrokkene 1] bij [gedaagde] inwoonde, maar dat is, mede in het licht van het gemotiveerde betoog van [gedaagde], onvoldoende om het bewijsvermoeden te weerleggen. Ook de betwisting van de authenticiteit van de door [gedaagde] overgelegde schermafdrukken kan hem niet baten. De kantonrechter vindt het voorshands voldoende aannemelijk dat de contactpersoon ‘
[naam]’ de dochter van [eiser] ([betrokkene 3]) betreft, en dat [gedaagde] zowel de tenaamstellingscode als de schenkingsverklaring via dit WhatsApp-gesprek heeft verkregen.
4.6.
De conclusie is dat de kantonrechter er in het kader van deze kortgedingprocedure vanuit gaat dat [gedaagde] vanaf 22 december 2025 het eigendomsrecht van de auto heeft verkregen. De vorderingen in conventie worden daarom afgewezen.
4.7.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.009,00
4.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
4.9.
De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het vooralsnog voldoende aannemelijk is dat [gedaagde] de eigenaar is van de auto. Dat betekent dat [gedaagde] ook de eigenaar is van alle bijbehorende sleutels. Het is daarom voldoende aannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat [eiser] de reservesleutels aan [gedaagde] moet teruggeven. De vordering in reconventie wordt daarom toegewezen, met dien verstande dat de termijn waarbinnen de sleutels moeten worden afgegeven op zeven dagen na betekening zal worden gesteld en de dwangsom zal worden gematigd.
4.10.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. Gelet op de samenhang met de vordering in conventie worden de proceskosten van [gedaagde] in reconventie begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
in reconventie
5.4.
veroordeelt [eiser] om binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] de reservesleutels van de auto te verstrekken;
5.5.
veroordeelt [eiser] om aan [gedaagde] een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag dat hij niet aan de hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00 is bereikt;
5.6.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] vaststelt op nihil;
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 3:107, 3:109 en 3:119 BW.