Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4201

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
17 april 2026
Zaaknummer
K/4101/11924269
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering energieleverancier wegens onvoldoende onderbouwing meterstand gasverbruik

In deze zaak staat een geschil centraal tussen een energieleverancier en een consument over de hoogte van de eindstand van de gasmeter en daarmee de hoogte van de in rekening gebrachte energiekosten. De consument heeft foto’s overgelegd van de meter met een lagere meterstand op de relevante einddatum dan de stand die de leverancier hanteert. De leverancier heeft deze afwijking niet voldoende kunnen weerleggen.

De consument is in maart 2023 klant geworden bij de energieleverancier en sloot in april 2024 een nieuw contract af. De leverancier stuurde meerdere facturen voor gas- en stroomverbruik, waarvan de consument de betaling weigerde vanwege de betwiste meterstanden. De leverancier baseerde haar facturatie op een hogere meterstand dan de consument aangeeft.

De kantonrechter stelt vast dat de leverancier niet heeft gereageerd op de door de consument overgelegde foto’s van de meterstand, die de lagere stand bevestigen. Ook is niet gebleken dat de meter niet goed functioneert of dat er manipulatie is geweest. De leverancier heeft onvoldoende onderbouwd waarom de hogere meterstand juist zou zijn. Daarnaast is onduidelijk waarom een termijnfactuur na de overstap naar een andere leverancier is gevorderd.

Op grond hiervan wijst de kantonrechter de vordering van de energieleverancier af en veroordeelt haar in de proceskosten, die aan de zijde van de consument op nihil worden gesteld.

Uitkomst: De vordering van de energieleverancier wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de gehanteerde meterstanden.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11924269 \ CV EXPL 25-3820 (SJ)
Vonnis van 15 april 2026
in de zaak van
Mega Energie B.V.
te Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Mega,
gemachtigde: M.P.A. Roelands,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak verschillen een energieleverancier en een consument van mening over de hoogte van de eindstand van de meter die het verbruik van gas registreert en daarmee over de hoogte van de in rekening gebrachte energiekosten. De consument heeft foto’s overgelegd van de meter met daarop een afwijkende meterstand op de van belang zijnde einddatum. De kantonrechter is van oordeel dat de energieleverancier niet heeft onderbouwd waarom desondanks moet worden uitgegaan van de door haar gehanteerde meterstanden. Er kan daarom ook niet worden uitgegaan van de juistheid van het in rekening gebrachte bedrag voor het gasverbruik. De vordering van de energieleverancier wordt om die reden afgewezen.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] , een consument, is op 23 maart 2023 voor het eerst overgestapt naar Mega voor de levering van stroom en gas.
2.2.
Op 12 april 2024 heeft [gedaagde] online een nieuw energiecontract met Mega afgesloten voor de levering van stroom en gas op zijn woonadres met een looptijd van 12 maanden ingaande 3 mei 2024. Bij de kostenspecificatie is, voor zover hier van belang, voor het verbruik van gas uitgegaan van 900 m³ per jaar. Het termijnbedrag voor stroom en gas is € 278,00 per maand.
2.3.
Mega heeft aan [gedaagde] drie facturen gestuurd van in totaal € 2.857,43, te weten op 17 april 2025 (factuurnummer [nummer 1] ) van € 1.862,39, 18 april 2025 (factuurnummer [nummer 2] ) van € 278,00 en 4 juni 2025 (factuurnummer [nummer 3] ) van € 717,04. [gedaagde] heeft deze facturen onbetaald gelaten.
2.4.
De factuur van 17 april 2025 betreft de jaarnota voor verbruik van stroom en gas in de periode van 23 maart 2024 tot 23 maart 2025. Hierbij is Mega uitgegaan van een beginstand voor gas op 23 maart 2024 van 73.003 m³ en een eindstanden voor het verbruik van gas op 23 maart 2025 van 76.522 m³. Dit komt neer op een gasverbruik van 3.519 m³.
2.5.
De factuur van 18 april 2025 betreft een termijnnota van € 278,00 gestuurd voor het verbruik van stroom en gas in de periode van 1 mei 2025 tot 1 juni 2025.
2.6.
De factuur van 4 juni 2025 betreft de eindnota voor verbruik van stroom en gas in de periode van 23 maart 2025 tot 3 mei 2025. Hierbij is Mega uitgegaan van een beginstand voor gas op 23 maart 2025 van 76.522 m³ en een eindstand voor gas op 3 mei 2025 van 77.359 m³. Dit komt neer op een gasverbruik van 817 m³.

3.Het geschil

3.1.
Mega vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.323,06, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.857,43 vanaf 23 september 2025 tot de dag van algehele betaling en tot betaling van de proceskosten.
3.2.
Mega heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat partijen een overeenkomst op afstand hebben gesloten voor de levering van gas en stroom voor de woning van [gedaagde] en dat [gedaagde] de facturen niet heeft voldaan. Mega heeft de vordering uit handen moeten geven, reden waarom zij ook aanspraak heeft gemaakt op de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.
3.3.
[gedaagde] voert aan dat Mega uitgaat van een verkeerde meterstand voor gas en dus een te hoog bedrag in rekening heeft gebracht. Hij is op 3 mei 2025 overgestapt naar een andere energieleverancier. Hij heeft toen de gewaarmerkte meterstanden doorgegeven aan zijn nieuwe leverancier en deze standen zijn akkoord bevonden. Volgens [gedaagde] stond de eindstand voor gas op 3 mei 2025 op 73.359 m³ en niet op 77.359 m³. [gedaagde] voert aan dat hij Mega heeft verzocht om de meterstand aan te passen, maar hierop is niet gereageerd. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft [gedaagde] foto’s overgelegd van de meterstand op en na 3 mei 2025.

4.De beoordeling

4.1.
Partijen verschillen van mening over de hoogte van de eindstand op 3 mei 2025 van de meter die het gasverbruik registreert en daarmee over de hoogte van het door Mega in rekening gebrachte bedrag aan energiekosten. Volgens Mega is de eindstand op 3 mei 2025 77.359 m³. [gedaagde] voert aan dat de eindstand op 3 mei 2025 73.359 m³ bedraagt. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft [gedaagde] bij de conclusie van antwoord foto’s overgelegd van de meterstand op en na 3 mei 2025. Op deze foto’s is een conventionele (niet-slimme) gasmeter te zien met een krant van de datum waarop de meterstand betrekking heeft. Ook is het fabricagenummer ( [nummer 4] ) van de meter zichtbaar op de foto’s. Dit nummer komt overeen met het meternummer dat staat in de facturen van Mega.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat Mega in de conclusie van repliek niet ingegaan op de door [gedaagde] overgelegde foto’s. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat Mega de echtheid van deze foto’s niet betwist. Op de foto van 3 mei 2025 staat de door [gedaagde] genoemde eindstand van 73.359 m³. Niet is gesteld of gebleken dat de meter van [gedaagde] niet goed functioneert of dat daarmee is geknoeid. Het had daarom op de weg van Mega gelegen om haar standpunt dat desondanks van de door haar gehanteerde meterstand(en) moet worden uitgegaan, nader te onderbouwen. Mega heeft dat niet gedaan. Mega stelt in de conclusie van repliek alleen dat het overgaan op een andere leverancier voor een verkeerde registratie heeft geleid en dat dit is gecorrigeerd op 19 juli 2024 via een ‘terugswitch’, waarbij de gasstand op 74.112 m³ is gezet. Maar dit is geen overtuigende verklaring waarom niet kan worden uitgegaan van de meterstand, die staat op de foto van [gedaagde] van 3 mei 2025. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Mega de door haar gehanteerde meterstand(en) niet (voldoende) heeft onderbouwd. Er kan dan ook niet kan worden uitgegaan van de juistheid van het door Mega in rekening gebrachte bedrag aan gaskosten over de periode van 3 mei 2024 tot en met 3 mei 2025.
4.3.
Verder stelt de kantonrechter vast dat Mega in de factuur van 18 april 2025 een termijnbedrag van € 278,00 in rekening heeft gebracht voor de periode van 1 mei 2025 tot en met 1 juni 2025. Als niet weersproken staat vast dat [gedaagde] per 3 mei 2025 naar een andere energieleverancier is overgestapt en dat de eindafrekening van 4 juni 2025 de periode tot 3 mei 2025 betreft. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt dan ook niet in te zien, waarom Mega betaling van dit bedrag vordert.
4.4.
Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van Mega moet worden afgewezen.
4.5.
Mega is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat niet gebleken dat [gedaagde] proceskosten heeft gemaakt, die voor vergoeding in aanmerking komen, worden de proceskosten op nihil gesteld.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Mega in de proceskosten, die aan de zijde van [gedaagde] op nihil worden gesteld;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.