Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4214

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
C/15/371210 FT RK 25/854
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 FaillissementswetArt. 288 FaillissementswetArt. 289 FaillissementswetArt. 290 FaillissementswetArt. 291 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating schuldenaar tot wettelijke schuldsaneringsregeling ondanks niet doorlopen minnelijk traject

Schuldenaar verzocht de rechtbank om toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Hoewel het minnelijk traject niet is doorlopen vanwege tijdgebrek en onvoldoende reactie van schuldenaar, verklaart de rechtbank het verzoek ontvankelijk wegens bijzondere omstandigheden.

De rechtbank overweegt dat schuldenaar een vaste fulltime baan heeft, tijdig de huur betaalt, onder beschermingsbewind staat en een minderjarige dochter voltijds bij hem woont. Een ontruiming zou grote gevolgen hebben omdat er geen alternatieve woonruimte is. De schuldhulpverlener gaf aan dat het schuldenoverzicht pas laat compleet was, waardoor onvoldoende tijd resteerde voor een minnelijk voorstel.

De rechtbank concludeert dat schuldenaar voldoet aan de inhoudelijke toelatingseisen en dat er geen aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de WSNP te bepalen. De WSNP loopt vanaf 21 april 2026 tot 21 oktober 2027. De rechtbank benoemt een rechter-commissaris en bewindvoerder en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen acht dagen.

Uitkomst: Schuldenaar wordt toegelaten tot de WSNP met ingang van 21 april 2026 voor een periode van 18 maanden.

Uitspraak

VONNIS TOELATING WSNP

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
zittingsplaats: Haarlem
afdeling: Handel, Kanton en Insolventie
zaaknummer: 15/371210 FT RK 25/854
naam rechter: mr. A.J. Wolfs
uitspraakdatum: 21 april 2026
in de zaak van: [schuldenaar] (hierna: schuldenaar)
geboren op: [geboortedatum] 1967 te [plaats 1]
wonende te: [plaats 2]

1.Samenvatting

Schuldenaar heeft de rechtbank verzocht om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). De rechtbank moet beoordelen of schuldenaar voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden. Daarnaast moet de rechtbank (ambtshalve) beoordelen of er aanleiding is om een eerdere ingangsdatum van de wsnp te bepalen.

2.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank laat schuldenaar met ingang van vandaag toe tot de wsnp. De termijn van de wsnp gaat lopen vanaf 21 april 2026 en eindigt dan 18 maanden later op 21 oktober 2027.

3.Gevolgen voor schuldenaar

  • Schuldenaar moet zich gedurende de komende maanden houden aan de verplichtingen van de wsnp. In het eerder toegestuurde stappenplan bij de oproepbrief staat wat die verplichtingen zijn.
  • Zo lang de wsnp duurt, mogen schuldeisers geen betaling eisen voor de al bestaande schulden.
  • Als schuldenaar zich aan alle verplichtingen houdt, komt hij in aanmerking voor de schone lei. Als schuldenaar zich niet aan de verplichtingen houdt, kan de wsnp (eerder) worden beëindigd zonder schone lei. Schuldeisers kunnen schuldenaar dan weer tot betaling dwingen.

4.Redenen voor deze beslissing

  • In verband met een dreigende uithuiszetting van schuldenaar is op 30 oktober 2025 een voorlopige voorziening toegewezen. Op 23 december 2025 heeft de rechtbank vervolgens de uitvoering van het ontruimingsvonnis geschorst tot 30 april 2026 om schuldenaar in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling met zijn schuldeisers te treffen. De rechtbank moet nu beoordelen of schuldenaar kan worden toegelaten tot de wsnp.
  • De rechtbank verklaart een verzoek van een schuldenaar om toegelaten te worden tot de wsnp niet-ontvankelijk, als er voorafgaand aan het toelatingsverzoek geen minnelijk traject heeft plaats gevonden. De schuldenaar moet bij zijn verzoek een verklaring bijvoegen dat hij tevergeefs heeft geprobeerd om met zijn schuldeisers tot een minnelijke regeling te komen. De rechtbank stelt vast dat het minnelijk traject niet heeft plaatsgevonden en dat schuldenaar geen aanbod tot een schuldregeling heeft gedaan aan zijn schuldeisers. Als aannemelijk is dat het voor schuldenaar onmogelijk is om een regeling te treffen met zijn schuldeisers omdat hij onvoldoende aflossingsmogelijkheden heeft of andere omstandigheden het onmogelijk maken om een aanbod te doen, dan hoeft schuldenaar niet eerst te hebben geprobeerd tot een regeling met zijn schuldeisers te komen. In dat geval kan de rechtbank schuldenaar toch ontvankelijk verklaren in zijn verzoek.
  • De schuldhulpverlener heeft de volgende redenen aangegeven waarom er geen minnelijk aanbod is gedaan aan de schuldeisers. Na het ondertekenen van de schuldregelingsovereenkomst op 6 november 2025, zijn alle schuldeisers aangeschreven met het verzoek om hun vorderingen kenbaar te maken. Pas op 20 februari 2026 was het schuldenoverzicht compleet en verzonden naar de beschermingsbewindvoerder. Pas op 7 april 2026 is dat door schuldenaar ondertekend, met als gevolg dat er onvoldoende tijd resteerde voor het doen van een voorstel voor een minnelijke regeling binnen de termijn van het moratorium. De rechtbank is van oordeel dat het niet adequaat reageren door schuldenaar in beginsel voor risico komt van schuldenaar.
  • De rechtbank zal schuldenaar desondanks ontvankelijk verklaren in zijn verzoek tot toelating tot de wsnp om de volgende reden. Schuldenaar heeft een vaste baan en werkt 38 tot 40 uur per week. Hij heeft de lopende huurtermijnen telkens tijdig en compleet voldaan en wordt daarbij geholpen door de beschermingsbewindvoerder. De huur past bij zijn inkomen. Schuldenaar heeft op basis van de vtlb-berekening over de periode januari tot en met juni 2026 een afloscapaciteit van ongeveer € 420,- en kan dus goed sparen voor zijn gezamenlijke schuldeisers. Bij schuldenaar woont zijn minderjarige dochter voltijds in. Ook zij heeft er belang bij dat haar vader niet ontruimd wordt, want een alternatief voor deze woonruimte heeft schuldenaar niet. Het gevolg van een niet-ontvankelijkheidverklaring zal zijn dat zij op straat komen te staan. De rechtbank ziet in die omstandigheden voldoende aanleiding om een uitzondering te maken op de hoofdregel (dat eerst een minnelijk traject moet worden doorlopen) en het verzoek tot toelating tot de WSNP te toetsen zonder dat schuldenaar eerst een (mislukte) poging hoeft te doen om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen. De rechtbank concludeert dat het verzoekschrift met de door Kredietbank Nederland afgegeven verklaring dat het onmogelijk was om (tijdig) te komen tot een buitengerechtelijke schuldregeling, gelet op deze bijzondere omstandigheid, voldoet aan de daaraan gestelde eisen en dat schuldenaar ontvankelijk is in zijn verzoek
  • De rechtbank stelt vast dat schuldenaar voldoet aan de inhoudelijke toelatingseisen.
  • Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024

5.Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd

  • Het verzoekschrift
  • De aantekeningen van de zitting die op 14 april 2026 plaatsvond. Op deze zitting zijn schuldenaar, [betrokkene 1] namens Kredietbank Nederland (schuldhulpverlener) en [betrokkene 2] van [bedrijf] (beschermingsbewindvoerder) verschenen.

6.Andere gevolgen van dit vonnis

  • De rechtbank benoemt tot rechter-commissaris: mr. M.P. de Valk.
  • De rechtbank benoemt tot bewindvoerder:
[bewindvoerder],
[adres]
[plaats 2]
 De bewindvoerder mag een voorschot op het salaris nemen volgens het Besluit salaris bewindvoerder. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en
- als er genoeg geld op de boedelrekening staat.
 De bewindvoerder ontvangt de komende dertien maanden de post van schuldenaar en mag deze inzien.

7.Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten

Dit vonnis kan, voor zover het de beslissing over de looptijd van de wsnp betreft, binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat.