Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
poging tot zware mishandeling.
mishandeling.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
[slachtoffer 2] voor de duur van drie jaar. Voor iedere overtreding van deze maatregel moet volgens de officier van justitie zeven dagen vervangende hechtenis worden toegepast. De officier van justitie heeft ten slotte gevorderd deze maatregel dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 20.000,00 als vergoeding voor geleden immateriële schade.
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
480 (vierhonderdtachtig) dagen. Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 113 (honderddertien) dagen
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
dadelijk uitvoerbaarzijn.
[slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van
€ 5.461,96(zegge: vijfduizend vierhonderdeenenzestig euro en zesennegentig cent), bestaande uit € 461,96 materiële schade en € 5.000,00 immateriële schade.
100 (honderd) uren, opgelegd bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2023. De taakstraf wordt vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis als deze niet goed wordt uitgevoerd.