ECLI:NL:RBNHO:2026:4232

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:0000254359:B001
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • E. Jonker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:438 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing machtigingsverzoek voor starten als zelfstandige zonder personeel onder bewind

In deze zaak heeft de bewindvoerder namens betrokkene verzocht om machtiging te verlenen voor het starten van een zelfstandige zonder personeel (ZZP) onderneming in de sloop-, grond- en straatwerksector. Betrokkene wil hiermee zijn inkomen verbeteren, aangezien zijn huidige salaris onvoldoende is om de vaste lasten te dekken en hij geen aanspraak kan maken op huurtoeslag.

De kantonrechter heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het starten van een ZZP-onderneming door betrokkene niet kan worden aangemerkt als een beschikkingshandeling in de zin van artikel 1:438 lid 2 BW Pro. Daarom is de bewindvoerder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek. Daarnaast is overwogen dat het financieel onverstandig lijkt dat betrokkene als ZZP’er gaat werken, mede gezien eerdere schulden en rechtszaken.

Voorts is het verzoek om machtiging voor het betalen van kosten voor een boekhouder afgewezen vanwege onvoldoende specificatie en het ontbreken van financiële ruimte. Betrokkene is niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling, waardoor zijn standpunt niet is weersproken.

De beschikking is openbaar uitgesproken door kantonrechter E. Jonker op 16 april 2026. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Amsterdam, uitsluitend via een advocaat en binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om machtiging voor het starten van een ZZP-onderneming wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek voor boekhoudkosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Toezicht
Locatie Haarlem
toezichtnummer
:
NL:TZ:0000254359:B001
CBM-nummer
:
BM66391
beschikkingsnummer
:
1
datum
:
16 april 2026

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
Heerhugowaard Bewindvoering B.V.,
postbus 1115, 1700 BC Heerhugowaard,
Kamer van Koophandel-nummer 77445775,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:

[betrokkene],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],[verblijfplaats],hierna te noemen: betrokkene.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 10 september 2025,
- de nadere informatie, ontvangen op 11 september 2025,
Het verzoek is op 12 januari 2026 mondeling behandeld. Betrokkene is, hoewel deugdelijk te zijn opgeroepen, zonder enig afbericht niet verschenen.

Beoordeling

Verzoeker vraagt, namens betrokkene, machtiging met betrekking tot het starten van een eigen bedrijf.
Verzoeker licht het verzoek als volgt toe:

[betrokkene] wilt graag zijn ZZP zaak (opnieuw) opstarten. Hij zal te werk willen gaan in de sloop grond en straat werk.
[betrokkene] heeft een budgetplan dat niet rondkomt. Momenteel huurt de heer een woning in [locatie] waardoor meneer geen aanspraak kan maken op de huurtoeslag in Nederland. Zijn salaris van 2000 euro is niet toereikend de vaste lasten te kunnen voldoen. Meneer ziet geen mogelijkheid om in loondienst meer te verdienen en wilt daarom de ZZP starten.
Echter heeft meneer eerder een ZZP zaak gehad en heeft hierin rechtszaken gehad (uiteindelijk niet vervolgd) en zijn er hoge schulden ontstaan. Wij staan er als bewindvoerders dan ook niet achter dat de heer opnieuw een ZZP start en hebben hem aangeraden in loondienst te blijven.
[betrokkene] heeft ons verzocht een verzoek bij u in te dienen voor een definitieve doorslag in of dit mag of niet”.
In artikel B.B14 van de aanbevelingen meerderjarigenbewind, curatele en mentorschap vastgesteld door het landelijk overleg vakinhoud toezicht op 3 april 2025 is opgenomen dat de bewindvoerder ZZP werkzaamheden van betrokkene vooraf aan de kantonrechter dient te melden. Daarbij moet de bewindvoerder informatie geven over de aard van de werkzaamheden, de wijze waarop de boekhouding wordt gevoerd en wie de belastingaangiften doet. Als de bewindvoerder extra werkzaamheden moet uitvoeren en hiervoor een extra vergoeding in rekening wil brengen, moet de bewindvoerder van tevoren een machtiging van de kantonrechter vragen. Als er veel extra werk nodig is voor de boekhouding, kan de boekhouding uitbesteed worden aan een administratiekantoor, boekhouder of accountant. De bewindvoerder vraagt daarvoor machtiging van de kantonrechter en maakt afspraken over de kosten.
De bewindvoerder heeft verzocht machtiging te verlenen voor het starten van een ZZP onderneming door betrokkene. De bewindvoerder zal in dit verzoek niet ontvankelijk worden verklaard. Het uitvoeren van ZZP werkzaamheden door betrokkene kan immers niet worden gezien als beschikkingshandeling in de zin van artikel 1:438 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Geheel ten overvloede overweegt de kantonrechter in dit verband dat op basis van hetgeen door de bewindvoerder gesteld is en door betrokkene niet is weersproken, het onverstandig lijkt als betrokkene als ZZP’er zou gaan werken.
Voor zover de bewindvoerder zou hebben bedoeld machtiging te vragen voor het betalen van kosten voor een boekhouder, zou dit verzoek zijn afgewezen, omdat dit verzoek onvoldoende gespecificeerd is en uit de verklaring van de bewindvoerder blijkt dat er onvoldoende financiële ruimte is voor het betalen van een boekhouder en betrokkene dit ook niet heeft weersproken nu hij niet ter zitting is verschenen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart de bewindvoerder niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Jonker, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovenvermelde datum.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.