AirHelp vorderde compensatie van British Airways voor de annulering van vlucht BA429 van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004. British Airways stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden en een capaciteitsreductie door de luchtverkeersleiding op Londen Heathrow.
De rechtbank stelde vast dat de vervoerder voldoende bewijs had geleverd, waaronder vluchtgegevens met de code 'WEAN', METAR-rapporten en operationele logs, waaruit bleek dat de capaciteitsreductie leidde tot minder toegestane landingen dan normaal. De rechtbank oordeelde dat het niet aan haar was om de juistheid van de luchtverkeersleidingbeslissing te toetsen, maar dat British Airways aannemelijk had gemaakt dat annulering onvermijdelijk was.
Verder concludeerde de rechtbank dat British Airways alle redelijke maatregelen had genomen door de passagier om te boeken op de eerstvolgende alternatieve vlucht. AirHelp had onvoldoende onderbouwd dat eerdere omboekingen mogelijk waren. Daarom werd de vordering afgewezen en AirHelp veroordeeld tot betaling van de proceskosten.