Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4261

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
11719873 \ CV EXPL 25-3288
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens annulering vlucht door storm en NOTAM

AirHelp vorderde compensatie namens een passagier voor de annulering van vlucht BA423 van Amsterdam naar Londen op 28 november 2024. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk storm Conall en een door de luchtvaartautoriteiten uitgegeven NOTAM die het vliegverkeer beperkte.

De rechtbank stelde vast dat vlucht BA444, onderdeel van dezelfde rotatie, was geannuleerd vanwege de storm en de NOTAM, wat leidde tot het ontbreken van een toestel voor vlucht BA423. AirHelp betwistte de doorwerking van deze omstandigheden op vlucht BA423 en stelde dat de vervoerder een alternatieve rotatie had kunnen inzetten, maar de rechtbank vond het bewijs van de vervoerder overtuigend.

Verder oordeelde de rechtbank dat de vervoerder alle redelijke maatregelen had getroffen om de annulering te voorkomen, waaronder het omboeken van de passagier naar een alternatieve vlucht. AirHelp werd veroordeeld in de proceskosten. De vordering tot compensatie werd afgewezen.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens annulering vlucht wordt afgewezen vanwege buitengewone omstandigheden door storm en NOTAM.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11719873 \ CV EXPL 25-3288
Uitspraakdatum: 25 maart 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de buitenlandse vennootschap
British Airways Plc.
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, meer specifiek storm “Conall” en een als gevolg daarvan afgegeven NOTAM, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Dit verweer slaagt. De vordering is niet toewijsbaar.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 28 november 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar London Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), met vlucht BA423 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vlucht is geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp. AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- 15% van de hoofdsom aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, meer specifiek slechte weersomstandigheden en een als gevolg daarvan afgegeven NOTAM. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening).

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vaststaat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht onderdeel uitmaakte van de rotatie Londen-Amsterdam-Londen, met vluchten BA444 en BA423. Vlucht BA444 is geannuleerd als gevolg van slechte weersomstandigheden, meer specifiek storm “Conall” en de in dat kader afgegeven ‘
notice to airmen’ (hierna: NOTAM). In de NOTAM werd de vervoerder geïnstrueerd haar vliegschema te annuleren of waar mogelijk te beperken. De vervoerder moest haar vluchten tussen 27 november 2024 18:00 uur GTM en 28 november 2024 00:00 uur GRM met 25% beperken. Daarom is vlucht BA444 geannuleerd en stond er op 28 november 2024 geen toestel op de luchthaven van Schiphol om de vlucht in kwestie uit te voeren, zodat ook die vlucht is geannuleerd. Ter onderbouwing heeft de vervoerder de NOTAM overgelegd, waarin staat: “
OPR ARE REQ TO LIMIT OR CNL FLGTS BY 25 PCT BETWEEN 271800 AND 280000”. Uit de overgelegde vluchtgegevens van de vlucht volgt dat de vlucht is geannuleerd vanwege “
CAN WEAN”, wat volgens de vervoerder staat voor ‘annuleringscode weer’.
4.4.
AirHelp heeft niet betwist dat vlucht BA444 is geannuleerd als gevolg van buitengewone omstandigheden, zodat dit is komen vast te staan. De volgende vraag is of die buitengewone omstandigheden doorwerken op de vlucht in kwestie.
4.5.
AirHelp betwist dat dit het geval is en stelt daartoe dat de vervoerder niet heeft aangetoond dat hij niet een andere, beschikbare rotatie had kunnen inzetten. Het enkel ontbreken van een toestel op de luchthaven van Amsterdam is volgens AirHelp het gevolg van operationele keuzes. De vervoerder heeft het voorgaande gemotiveerd weersproken. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vlucht in kwestie is geannuleerd als gevolg van doorwerking van buitengewone omstandigheden.
4.6.
De volgende vraag die voorligt is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen. De vervoerder voert aan dat hij de passagier heeft omgeboekt op de eerstvolgende alternatieve vlucht met plaats. AirHelp betwist dit en stelt dat de vervoerder een reservevliegtuig op de luchthaven van Amsterdam had moeten hebben staan, dan wel dat de vervoerder een concrete poging om een alternatieve toestelverplaatsing te realiseren heeft nagelaten. De vervoerder heeft hiertegen ingebracht dat de luchthaven van Amsterdam voor de vervoerder een buitenstation is en dat van hem niet kan worden verwacht dat zij op al haar buitenstations reservetoestellen heeft staan. Daarbij komt dat uitvoering van de rotatie annulering van een andere rotatie zou hebben betekend. Daarmee heeft de vervoerder het betoog van AirHelp gemotiveerd weersproken. De kantonrechter concludeert dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de annulering te voorkomen. De vordering is niet toewijsbaar.
4.7.
AitHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 86,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 21,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter