Uitspraak
€ 457,62 per maand redelijk is. Dit houdt in dat [eiser] (in reconventie) wordt veroordeeld tot betaling van € 6.315,56 aan [gedaagde] . De (in conventie) gevorderde betaling van € 975,00 voor het niet in acht nemen van een opzegtermijn en betaling van de eindafrekening van de servicekosten van € 443,40, evenals de daarop betrekking hebbende gevorderde verklaringen voor recht, zijn niet toewijsbaar.
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 juli 2025
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 13 augustus 2025
- de aanvullende producties van [eiser]
- de uitdraai van de kadastrale kaart van perceel 2432 welke namens [eiser] tijdens de mondelinge behandeling is overgelegd.
2.De feiten
“
De overeenkomst gaat in op 1 september 2023 en is voor de duur van 12 maanden. Indien de huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van twee jaar of korter eindigt deze van rechtswege zonder dat opzegging vereist is, mits de verhuurder niet eerder dan drie maanden maar uiterlijk een maand voordat de bepaalde tijd is verstreken de huurder over de dag waarop de huur verstrijkt schriftelijk informeert. De huurder kan een huurovereenkomst die is aangegaan voor de duur van twee jaar of korter voor het verstrijken van de bepaalde tijd opzeggen door een ondertekend schrijven aan verhuurder of diens makelaar te doen laten toekomen bij voorkeur door het in deze huurovereenkomst opgenomen opzegformulier. Huurder dient een opzegtermijn in acht te nemen die gelijk is aan de betalingstermijn.(…)”.
3.Het geschil
Voor zover de Huurcommissie wel bevoegd zou zijn, stelt [eiser] dat de Huurcommissie een onjuiste puntentelling heeft gehanteerd voor onder meer het energielabel van de woning, de aanwezigheid van een aparte wasruimte, een buitenruimte en een fietsenberging, de WOZ-waarde van de woning, de oppervlakte van het aanrechtblad en de totale oppervlakte van het appartement. Verder is de huurovereenkomst door [gedaagde] opgezegd, waarbij hij een opzegtermijn gelijk aan één betalingstermijn (oftewel één huurtermijn) in acht had moeten nemen. Door dit niet te doen is [eiser] ten onrechte € 975,00 misgelopen.
Ook vordert [eiser] betaling van de eindafrekening van de servicekosten van € 443,40, de legeskosten van de Huurcommissie van € 500,00, de buitengerechtelijke incassokosten van € 146,25, de proceskosten, de nakosten en de rente.
4.De beoordeling
Het energielabel van de woning
De wasruimte
De buitenruimte
De fietsenberging
Het stopcontact in de doucheruimte
Het aanrechtblad
De oppervlakte van de woning
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend”, zodat de kantonrechter hieraan voorbij gaat. Een verdere toelichting van [eiser] is eveneens uitgebleven, zodat deze stand van zaken niet is komen vast te staan dat de woning groter is dan (afgerond) 31 m2.
De WOZ-waarde van de woning
€ 457,62 is wél redelijk. De kantonrechter stelt daarom de aanvangshuurprijs vast op dat bedrag.
Indien de huurovereenkomst is aangegaan voor de duur van twee jaar of korter eindigt deze van rechtswege zonder dat opzegging vereist is(…)”. Dat [gedaagde] conform artikel 3.1 van de huurovereenkomst ook de mogelijkheid had om de huurovereenkomst “
voor het verstrijken van de bepaalde tijd” op te zeggen, waarbij hij een opzegtermijn gelijk aan een betalingstermijn in acht zou moeten nemen, leidt niet tot een ander oordeel. De gevorderde betaling van € 975,00 is daarom niet toewijsbaar.
€ 457,62 bedraagt, is de tegenvordering tot een bedrag van € 6.315,56 toewijsbaar. De rente is toewijsbaar zoals gevorderd.
5.De beslissing
€ 457,62 per maand,