Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4275

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
20 april 2026
Zaaknummer
12018994 \ VV EXPL 25-194
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming autobox en betaling huurachterstand wegens niet-nakoming huurovereenkomst

De huurder huurt sinds 1 mei 2024 een autobox van eiser tegen een maandelijkse huurprijs van €302,50. Vanaf augustus 2025 is de huur niet voldaan, waardoor een huurachterstand is ontstaan. Eiser vordert ontruiming van de autobox, betaling van de achterstallige huur, lopende huur vanaf januari 2026 en contractuele boetes.

De huurder voert geen inhoudelijk verweer. De kantonrechter weegt mee dat ontruiming een ingrijpende maatregel is en dat in kort geding geen diepgaand feitenonderzoek plaatsvindt. Ondanks omstandigheden zoals ziekenhuisopname en verblijf in het buitenland, leidt dit niet tot een ander oordeel.

De huurachterstand wordt vastgesteld op €2.117,50 tot en met februari 2026, met een maandelijkse huur van €302,50 vanaf maart 2026 tot ontruiming. De gevorderde contractuele boetes en proceskosten worden toegewezen. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de autobox binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand, lopende huur, contractuele boetes en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12018994 \ VV EXPL 25-194
Vonnis in kort geding van 25 februari 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. V.J. Verhulst,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 11 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt per 1 mei 2024 de autobox gelegen aan de [adres] te [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadaster nummer] (hierna: de autobox) van [eiser] voor een huurprijs van € 302,50 (inclusief btw) per maand.
2.2.
[gedaagde] heeft de huur over de maanden augustus 2025 niet voldaan, zodat tot en met december 2025 een huurachterstand is ontstaan van € 1.512,50.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert samengevat - ontruiming van de autobox, met veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.512,50 aan huurachterstand, € 302,50 per maand met ingang van 1 januari 2026 tot het moment van ontruiming en € 5.000,00 aan contractuele boetes, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Het juridisch kader
4.1.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
De vorderingen zijn toewijsbaar
4.2.
[gedaagde] heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vorderingen, zodat deze – behoudens het navolgende – toewijsbaar zijn. Daarbij wordt de ontruimingstermijn vastgesteld op veertien dagen, omdat de kantonrechter dit redelijk acht. Dat [gedaagde] (1) langere tijd in het ziekenhuis heeft verbleven en (2) tijdens zijn verblijven in het buitenland niet altijd bereikbaar was of in staat bleek de huur tijdig te voldoen, zijn omstandigheden die niet tot een ander oordeel leiden.
4.3.
[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de huur voor de maanden januari en februari 2026 niet door [gedaagde] zijn voldaan, zodat de huurachterstand in totaal € 2.153,80 zou bedragen. Daarbij is [eiser] ten onrechte uitgegaan van een huurtermijn van € 320,50 in plaats van € 302,50. De huurachterstand tot en met februari 2026 bedraagt € 2.117,50, zodat de vordering tot betaling van de huurachterstand tot dit bedrag toewijsbaar is. Ook de vordering tot betaling van de lopende huur vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin ontruiming plaatsvindt, is daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 302,50 per maand.
4.4.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
894,90
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de autobox aan [adres] te [plaats 1], kadastraal bekend gemeente [gemeente], [kadaster nummer] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiser] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiser],
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiser]:
a. a) € 2.117,50 aan achterstallige huur tot en met februari 2026,
b) € 302,50 per maand vanaf 1 maart 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
c) € 5.000,00 aan contractuele boetes,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 894,90, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente [1] over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op
25 februari 2026.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 6:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek.