3.4.Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 primair en 4 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat
Feit 2
hij op 8 augustus 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een woning (gelegen aan het adres [adres 2]) één of meerdere goederen van zijn gading die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak;
- zich naar de woning heeft begeven;
- een ruit/raam (van de voordeur) heeft ingeslagen;
- een hand door het gat (in het raam/de ruit) heeft gestoken;
- een duw tegen het raam/de ruit heeft gegeven;
- zich weer van de woning heeft verwijderd;
- zich (opnieuw) naar de woning heeft begeven;
- ( opnieuw) aan het raam/de ruit heeft getrokken
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 4
hij op 6 augustus 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een woning (gelegen aan adres [adres 4]), één of meerdere goederen van zijn gading die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak;
- zich naar de genoemde woning heeft begeven,
- het slot van de deur van de keuken heeft geforceerd,
- en het cilinder van het slot eruit heeft gehaald,
- en (vervolgens) de deur van de keuken heeft geopend,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.