Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- de vordering van de officier van justitie [officier van justitie] ;
- wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. L.A. Korfker, advocaat te IJmuiden, naar voren hebben gebracht;
- de vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij] en wat namens haar door mr. A.M. Wolf, advocaat te Haarlem, naar voren is gebracht;
- wat namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) door [vertegenwoordiger van de raad]
- wat namens de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (hierna: de jeugdreclassering) door [vertegenwoordiger van de GI] naar voren is gebracht.
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
€ 3.063,59 ingediend tegen de verdachte, bestaande uit € 63,59 aan materiële schade en
€ 3.000,- aan immateriële schade die zij als gevolg van het onder parketnummer 15/086549-25 bewezen verklaarde feit zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
jeugddetentievoor de duur van
160 (honderdzestig) dagen.
83 (drieëntachtig) dagen nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van één jaar.
- zich zal melden bij de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers te Alkmaar, afdeling jeugdreclassering, en zich daarna gedurende de proeftijd en op de door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal blijven melden bij deze instelling, zo vaak en zo lang die instelling dat noodzakelijk acht;
- mee zal blijven werken aan coaching van [jeugdhulpaanbieder] of een soortgelijke instantie, zo lang de jeugdreclassering dit nodig acht;
- dagbesteding zal houden in de vorm van werk of onderwijs.
€ 3.063,59 (drieduizend drieënzestig euro en negenenvijftig eurocent), bestaande uit
€ 63,59 voor de materiële en € 3.000,- voor de immateriële schade, en veroordeelt de veroordeelde tot betaling van dit bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[de benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 3.063,59
(drieduizend drieënzestig euro en negenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 (nul) dagengijzeling.