Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4507

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
24 april 2026
Zaaknummer
C/15/377271 / JU RK 26-633
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstig risicovol gedrag

De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers verzoekt een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die eerder onder toezicht stond en in een gesloten instelling verbleef vanwege ernstig middelengebruik en risicovol gedrag.

De minderjarige verblijft momenteel niet op de open groep waar zij volgens de machtiging zou moeten zijn, is spoorloos en vertoont terugval in drugsgebruik en agressief gedrag. De situatie wordt als zorgwekkend en onveilig beoordeeld, mede door de aanwezigheid van actieve drugsgebruikers op de vermoedelijke verblijfplaatsen.

De kinderrechter acht onmiddellijke gesloten jeugdhulp noodzakelijk en geschikt, omdat minder ingrijpende maatregelen ontbreken en er een ernstig vermoeden is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling belemmeren. De spoedmachtiging wordt verleend voor vier weken met de voorwaarde dat binnen 24 uur na opname een gedragswetenschapper een fysiek gesprek voert met de minderjarige.

De beslissing wordt aangehouden voor verdere beoordeling en de betrokkenen worden opgeroepen voor een zitting. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp met onmiddellijke uithuisplaatsing voor vier weken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/377271 / JU RK 26-633
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 24 april 2026;
  • de telefonische instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper op

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft bij [gesloten accommodatie voor jeugdhulp] .
2.3.
Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 9 september 2025 is [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van drie maanden, tot
9 december 2025. Vervolgens is de ondertoezichtstelling bij beschikking van
2 december 2025 verlengd tot 2 december 2026.
2.4.
Ook heeft de kinderrechter bij beschikking van 9 september 2025 een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 7 oktober 2025, welke machtiging vervolgens bij beschikking van 18 september 2025 is verlengd tot 9 december 2025. De kinderrechter in deze rechtbank heeft vervolgens bij beschikking van 8 december 2025 een machtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 2 december 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van drie maanden.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter is van oordeel dat onmiddellijke gesloten jeugdhulp noodzakelijk en geschikt is voor [de minderjarige] en dat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn. De kinderrechter overweegt daartoe dat [de minderjarige] in 2025 drie maanden geplaatst is geweest in de gesloten jeugdhulp vanwege onder meer ernstig middelengebruik en een incident waarbij zij uit een rijdende auto is gesprongen. Vervolgens kon zij per 8 december 2025 doorstromen naar een open groep van [jeugdhulpaanbieder] .
4.2.
Op dit moment zijn er weer grote zorgen om [de minderjarige] . Zij zou op grond van de bij beschikking van 8 december 2025 verleende machtiging tot uithuisplaatsing moeten verblijven bij open groep [jeugdhulpaanbieder] , maar zij liep regelmatig weg en is nu al dagen spoorloos. [de minderjarige] is teruggevallen in drugsgebruik, risicovol gedrag en onvoldoende zelfzorg. De plekken waar [de minderjarige] op dit moment vermoedelijk verblijft, worden door de hulpverlening als onveilig beoordeeld. De daar aanwezige personen en [de minderjarige] zijn actieve drugsgebruikers. [de minderjarige] heeft geen geld om haar drugsgebruik te bekostigen en heeft haar moeder gevraagd om geld voor condooms, wat ernstige zorgen oproept over afhankelijkheidsrelaties. Haar situatie is op dit moment zorgwekkend en vermoedelijk onveilig.
4.3.
De vader van [de minderjarige] is in januari 2026 overleden. [de minderjarige] kan niet bij haar moeder terecht, onder meer omdat [de minderjarige] zich herhaaldelijk zeer agressief heeft gedragen tegenover haar moeder.
4.4.
De kinderrechter neemt op dit moment genoegen met de telefonische instemming van gedragswetenschapper [gedragswetenschapper] , die is verleend op basis van kennisneming van het dossier. Een fysiek onderzoek is niet mogelijk, omdat [de minderjarige] weggelopen is. Wel verbindt de kinderrechter aan deze spoedmachtiging gesloten jeugdhulp de voorwaarde dat er binnen 24 uur nadat [de minderjarige] is opgenomen in de instelling voor gesloten jeugdhulp een instemmingsverklaring door een gekwalificeerde gedragswetenschapper moet zijn verleend op basis van een fysiek gesprek met de jeugdige.
4.5.
Op basis van de hiervoor vermelde informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.6.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.7.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 24 april 2026 tot 22 mei 2026, onder de voorwaarde dat er binnen 24 uur nadat [de minderjarige] is opgenomen in de instelling voor gesloten jeugdhulp een instemmingsverklaring door een gekwalificeerde gedragswetenschapper moet zijn verleend op basis van een fysiek gesprek met de jeugdige;
5.2.
houdt de beslissing op het verzoek voor het overige aan;
5.3.
roept de GI, de moeder en [de minderjarige] op voor de zitting van mr. C. Maat op
[datum]bij [locatie] ;
5.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).