ECLI:NL:RBNHO:2026:4581
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor verstrekking reisdocument baby uit draagmoederschapsconstructie
Verzoekers, een getrouwd Nederlands stel, hebben via een draagmoederschapsconstructie in Ghana een kind gekregen. De baby is geboren in Ghana en staat momenteel staatloos omdat op grond van het Ghanees recht geen familierechtelijke betrekking met de draagmoeder is ontstaan. Verzoekers vroegen bij de Nederlandse ambassade in Accra een reisdocument aan voor het kind, maar dit werd geweigerd door de minister van Buitenlandse Zaken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij het verkrijgen van een reisdocument, omdat zij met het kind niet naar Nederland kunnen terugkeren en zij in Ghana geen sociaal netwerk hebben. De rechter erkent dat de minister op grond van de Paspoortwet alleen aan Nederlanders of personen met een Nederlands verblijfsrecht een reisdocument mag verstrekken, maar ziet voldoende aanwijzingen dat het kind na de benodigde procedures de Nederlandse nationaliteit zal verkrijgen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en wordt de minister opgedragen binnen een week een laissez-passer of ander nooddocument te verstrekken. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan verzoekers vergoed. De uitspraak is zonder zitting gedaan en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en minister moet binnen een week een nooddocument verstrekken.