ECLI:NL:RBNHO:2026:4665

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
NL:TZ:2600056:IVM ZK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming echtgenoot en dochter tot mentor ondanks bezwaar andere dochter

De rechtbank Noord-Holland heeft op 23 april 2026 een beschikking gegeven inzake het verzoek tot instelling van een mentorschap voor betrokkene, die vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen.

Verzoekers, de echtgenoot en dochter van betrokkene, vragen om het mentorschap om de intensieve zorg thuis voort te zetten, conform de wens van betrokkene om niet naar een verzorgingstehuis te gaan. De andere dochter voert verweer en stelt dat verzoekers niet geschikt zijn als mentoren en pleit voor een professionele mentor, mede vanwege eerdere vervuiling van de woning en onvoldoende informatieverstrekking.

De rechtbank oordeelt dat de bezwaren van de andere dochter vooral gericht zijn op haar wens om informatie te ontvangen en dat niet is gebleken dat verzoekers ongeschikt zijn. Verzoekers hebben hun leven ingrijpend aangepast om voor betrokkene te zorgen. De rechtbank wijst erop dat mentoren wettelijk verantwoording afleggen aan de rechtbank en niet aan familieleden.

Daarom wordt het mentorschap ingesteld en verzoekers benoemd tot mentoren, met ingang van de dag na verzending van de beschikking. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open via het Gerechtshof Amsterdam, uitsluitend door tussenkomst van een advocaat.

Uitkomst: Mentorschap ingesteld en echtgenoot en dochter benoemd tot mentoren ondanks bezwaar andere dochter.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer
:
NL:TZ:2600056:IVM ZK
datum
:
23 april 2026

beschikking op een verzoek tot instelling mentorschap

op verzoek van:
[verzoeker 1],
wonende [adres], [postcode 1] [plaats 1],
hierna ook te noemen: [verzoeker 1],
en
[verzoeker 2],
wonende [adres], [postcode 1] [plaats 1],
hierna ook te noemen: [verzoeker 2],
hierna gezamenlijk ook te noemen: verzoekers,
met als gemachtigde: mr. M. Adansar,
met betrekking tot:

[betrokkene 1],

geboren te [plaats 2], Suriname, op [geboortedatum 1] 1961,
wonende te [adres], [postcode 1] [plaats 1],
hierna ook te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek met bijlagen, ontvangen op 4 januari 2026;
  • het verweer, ontvangen op 26 januari 2026;
  • het verzoek van [verzoeker 1], ontvangen op 16 februari 2026;
  • de aanvullende stukken van de gemachtigde, ontvangen op 4 maart 2026;
  • de aanvullende stukken van [betrokkene 2], ontvangen op 9 maart 2026;
- de bereidverklaring van de voorgestelde mentoren om tot mentoren te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 11 maart 2026. Daarbij waren aanwezig betrokkene, verzoekers, de gemachtigde van verzoekers mr. M. Adansar, en verder ook [betrokkene 2], geboren te [plaats 2], Suriname, op [geboortedatum 2] 1988 (hierna ook te noemen: [betrokkene 2]), en een tante van de familie, [betrokkene 3].

beoordeling

Verzoekers vragen om het instellen van een mentorschap ten behoeve van betrokkene. [verzoeker 1] is verpleegkundige. Hij zorgt samen met zijn dochter [verzoeker 2] voor zijn vrouw en hij wil dat graag blijven doen, zodat zijn vrouw niet naar een verzorgingstehuis hoeft en thuis kan blijven, zoals haar wens is. Verzoekers wonen met betrokkene in een huis. Verzoekers hebben hun leven om dat van betrokkene heen gebouwd om ervoor te zorgen dat betrokkene thuis kan blijven wonen. Zo doet [verzoeker 1] alleen nog nachtdiensten en heeft [verzoeker 2] tijdelijk haar studie op een laag pitje gezet om voor haar moeder te kunnen zorgen. De zorg die verzoekers verlenen is helemaal op betrokkene afgestemd en wordt met veel aandacht en liefde gegeven.
Ter zitting is gebleken dat betrokkene zich niet kan uitspreken over het verzoek, gelet op het ziektebeeld.
Dochter [betrokkene 2] voert verweer. Zij stelt dat verzoekers geen goede zorg verlenen en dat zij niet geschikt zijn als mentor van betrokkene. Zo was in 2019 de ouderlijke woning vervuild en heeft [betrokkene 2] een professioneel bedrijf moeten inschakelen om de woning schoon te maken. Ook vindt [betrokkene 2] dat zij door verzoekers onvoldoende op de hoogte wordt gehouden van zaken die haar moeder aangaan. [betrokkene 2] zou graag zien dat een professionele mentor wordt benoemd.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene vanwege haar geestelijke of lichamelijke toestand onvoldoende in staat is haar niet-vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Daarom zal de kantonrechter een mentorschap instellen.
De kantonrechter zal verzoekers tot mentoren benoemen. De kantonrechter gaat daarbij voorbij aan de bezwaren van [betrokkene 2], nu deze zich met name richten op haar eigen wens om informatie te ontvangen over haar moeder. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat verzoekers niet geschikt zijn om tot mentor te worden benoemd. Verzoekers hebben hun eigen leven ingrijpend gewijzigd om voor betrokkene te kunnen (blijven) zorgen. Naar het oordeel van de kantonrechter is het passend en wenselijk dat verzoekers tot mentoren worden benoemd, nu zij de dagelijkse (intensieve) zorg voor betrokkene uitvoeren.
De kantonrechter acht het voorts van belang erop te wijzen dat de mentoren niet verplicht zijn om informatie te vertrekken aan familieleden. Een mentor legt –op grond van de wet– verantwoording af aan de rechtbank, en niet aan familieleden.

beslissing

De kantonrechter:
- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een mentorschap in ten behoeve van
[betrokkene 1]vanwege de geestelijke of lichamelijke toestand van betrokkene;
- benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot mentoren: [verzoeker 1], wonende te [postcode 2] [plaats 1], [adres], en [verzoeker 2], wonende te [postcode 2] [plaats 1], [adres].
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P. de Valk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.