Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4673

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
30 april 2026
Zaaknummer
C/15/375475
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens onstabiele gezags- en omgangssituatie

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige. De ouders zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag, maar kampen met ernstige communicatieproblemen en spanningen, mede door het gedrag van de vader. De omgang tussen de vader en de minderjarige is recent herstart met begeleide bezoeken, maar verloopt nog fragiel.

De vader heeft ernstige derdegraads brandwonden opgelopen bij het redden van mensenlevens en verblijft in een onhygiënische woonomgeving die zijn herstel belemmert en ongeschikt is voor omgang met de minderjarige. De moeder heeft een verzoek ingediend tot eenhoofdig gezag, wat tot onduidelijkheid en spanning leidt. De minderjarige ondervindt stress door de situatie en wacht op traumabehandeling.

De kinderrechter oordeelt dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door de situatie en dat de GI als buffer en begeleider noodzakelijk blijft. De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt toegewezen voor de duur van een jaar, met als doelen stabiliteit, traumaverwerking, duidelijkheid over gezag en uitbreiding van de omgang met de vader. De GI wordt ook opgedragen de vader te ondersteunen bij het vinden van passende woonruimte.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige voor de duur van een jaar tot 24 april 2027.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/375475 / JU RK 26-380
Datum uitspraak: 15 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
briefadres in [briefadres] ,
advocaat: mr. J.J.C. Engels uit Heerhugowaard.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI, ingekomen op 5 maart 2026;
  • de brief van [de minderjarige] aan de kinderrechter van 9 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. De ouders zijn gescheiden gehoord.
Om 14.00 uur zijn verschenen en gehoord:
- de moeder;
- [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
Om 16.00 uur zijn verschenen en gehoord:
  • de vader, bijgestaan door mr. J.J.C. Engels;
  • [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft een brief gestuurd aan de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft geschreven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 januari 2024 [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld. De kinderrechter heeft bij beschikking van 24 april 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld. Deze maatregel is bij beschikking van 10 april 2025 verlengd tot 24 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI heeft in eerste instantie verzocht om de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI heeft dit verzoek, met instemming van beide ouders, op de zitting gewijzigd en zij verzoekt nu de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De GI brengt ter onderbouwing van haar verzoek naar voren dat de meeste van de door de GI gestelde doelen nog niet of nog niet volledig zijn behaald. De communicatieproblemen en spanningen tussen de ouders, die mede verband hielden met onvoorspelbaar en boos (stalking)gedrag van de vader, zijn nog steeds een probleem en een belasting voor [de minderjarige] . De ouders hebben sinds juli 2025 geen contact met elkaar en het lukt hen niet om op een constructieve wijze samen te werken en te communiceren in het belang van [de minderjarige] . Onduidelijk is wie er in de toekomst het gezag zal/zullen uitoefenen over [de minderjarige] , nu de moeder een verzoek heeft ingediend ter verkrijging van het eenhoofdig gezag. [de minderjarige] heeft ook nog geen duidelijkheid over de verdeling van de zorg- en opvoedtaken tussen haar ouders. De omgang tussen [de minderjarige] en haar vader heeft een tijd stilgelegen en sinds kort is er sprake van eenmaal per drie weken gedurende twee uur begeleide omgang. De omgang verloopt nu goed en [de minderjarige] wenst uitbreiding van de omgang, maar in het verleden veroorzaakte de omgang met de vader veel spanningen voor [de minderjarige] . De opbouw van de omgang raakte verstoord doordat vader bij het redden van mensenlevens 25% van zijn lichaam heeft verbrand (derdegraads brandwonden) en hij nu bij [locatie] verblijft. [de minderjarige] heeft begeleiding van een paardencoach en binnenkort kan zij gaan starten met EMDR-traumabehandeling. Een ondertoezichtstelling is nog noodzakelijk om tot stabiliteit voor [de minderjarige] te komen en deze te waarborgen

4.De standpunten

De mening van [de minderjarige]
4.1.
[de minderjarige] verzet zich niet tegen het verzoek van de GI.
[de minderjarige] vindt het wel moeilijk dat er een nieuwe jeugdbeschermer is, aan wie zij opnieuw moet wennen en in wie zij weer vertrouwen moet opbouwen. Ook vindt zij het vervelend dat de EMDR-therapie met de paardencoach niet kon doorgaan. [de minderjarige] wil haar vader weer eenmaal per twee weken zien. Zij wil graag tijdig weten of de omgang doorgaat, omdat zij anders veel spanning ervaart.
Het standpunt van de moeder
4.2.
De moeder stemt in met het gewijzigde verzoek van de GI. De moeder ervaart ondersteuning van de GI, aangezien er duidelijke afspraken worden gemaakt. Dat is wezenlijk anders dan de adviezen die in het vrijwillig kader worden gegeven. De moeder verwacht niet dat de situatie stabiel blijft als de GI wegvalt. Dat heeft te maken met de rol van de vader. De moeder gunt [de minderjarige] meer rust en meer continuïteit in de omgang met de vader. De moeder hoopt dat het uiteindelijk mogelijk is om de zorgregeling aan te houden die in de echtscheidingsbeschikking is vastgesteld, inhoudende dat [de minderjarige] om de week een weekend bij de vader verblijft. De moeder heeft geen contact met de vader en er loopt op dit moment een beroepsprocedure over een contactverbod voor de vader richting de moeder.
De moeder heeft in januari een verzoek tot het beëindigen van het gezamenlijk gezag ingediend, zodat het gezag over [de minderjarige] alleen bij haar komt te liggen. De moeder verwacht dat het nemen van gezagsbeslissingen op die manier gemakkelijker wordt.
Het standpunt van de vader
4.3.
Door en namens de vader is naar voren gebracht dat hij instemt met het gewijzigde verzoek van de GI. De vader vindt dat de huidige jeugdbeschermer rust in de situatie heeft gebracht en hij wil dat de rust gewaarborgd blijft. De vader wil het beste voor [de minderjarige] en hij heeft niets tegen de moeder. De omgangsmomenten met [de minderjarige] verlopen positief en [de minderjarige] is op haar gemak bij de vader. De vader is in goed contact met de GI en staat open voor hulpverlening en ondersteuning. De vader wil de omgang met [de minderjarige] opbouwen en hoopt toe te kunnen werken naar de zorgregeling die in de echtscheidingsbeschikking is vastgesteld, namelijk dat [de minderjarige] om de week in het weekend bij hem verblijft.
De vader heeft derdegraads brandwonden op 25% van zijn lichaam opgelopen bij het redden van mensenlevens. Hij is langdurig opgenomen geweest in het brandwondenziekenhuis en slikt op dit moment oxycodon wegens forse zenuwpijnklachten. De vader verblijft nu bij [locatie] , waar het lastig is om de wonden schoon te houden en te verzorgen. Die woonomgeving belemmert door de gebrekkige hygiëne zijn herstel. Ook is het geen passende plek voor de omgang met [de minderjarige] .

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De ouders zijn niet in staat om samen te werken en te communiceren in het belang van [de minderjarige] en aan de vader zal mogelijk opnieuw een contactverbod met de moeder worden opgelegd. Ook bestaat er onduidelijkheid over de gezagssituatie, aangezien de moeder een verzoek tot het beëindigen van het gezamenlijk gezag heeft ingediend en de vader zich daartegen verzet en erdoor gekwetst is. In deze situatie is het voor [de minderjarige] ingewikkeld om zich te bewegen tussen de ouders. Daarnaast moet [de minderjarige] nog starten met traumabehandeling voor het verwerken van de trauma’s die zij heeft opgelopen door gebeurtenissen uit het verleden.
Verder heeft de omgang tussen [de minderjarige] en haar vader een tijd stilgelegen en stagneert de opbouw van de omgang tussen de vader en [de minderjarige] door de woon- en leefomstandigheden van de vader. De vader heeft ernstige brandwonden opgelopen en zijn huisvesting bij de [locatie] is onhygiënisch. Deze plek is ongeschikt voor omgang met [de minderjarige] en vanwege infectiegevaar ongeschikt voor de wondgenezing en revalidatie van de vader.
De kinderrechter ziet enerzijds dat de ouders positieve stapjes zetten omdat zij elkaar een rol gunnen in het leven van [de minderjarige] , maar anderzijds dat de situatie nog kwetsbaar is. De kinderrechter is van oordeel dat de GI nog nodig is als buffer tussen de ouders en heeft er op dit moment geen vertrouwen in dat de ouders de situatie voor [de minderjarige] in het vrijwillig kader kunnen verbeteren. De ouders hebben nog behoefte aan en baat bij de ondersteuning en sturing vanuit de GI.
5.3.
Daarom acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] noodzakelijk. De focus zal de komende periode moeten liggen op de traumaverwerking, helderheid verkrijgen over de gezagssituatie en onderzoeken of er nog een mogelijkheid is om een verbetering te bewerkstelligen in de communicatie tussen de ouders. Ook de opbouw van de omgang tussen de vader en [de minderjarige] blijft een belangrijk doel. De zorgregeling dient opgebouwd en uitgebreid te worden, waarbij de behoefte en draagkracht van [de minderjarige] leidend moeten zijn. Voor [de minderjarige] is het belangrijk dat enkele dagen voorafgaand aan de geplande omgang duidelijk wordt of de omgang daadwerkelijk kan plaatsvinden. Zowel de ouders als de GI streven ernaar dat de vader op termijn onbegeleide omgang kan hebben met [de minderjarige] volgens de in de echtscheidingsbeschikking vastgestelde weekendregeling. Daarvoor is nodig dat de vader over huisvesting beschikt waar de vader zo goed mogelijk kan herstellen en [de minderjarige] ook kan overnachten.
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat de GI het in dit geval ook tot haar taak dient te rekenen om de vader te ondersteunen bij het vinden van passende woonruimte, die voldoende hygiënisch is om zijn brandwonden te laten genezen en die ook geschikt is voor omgang met [de minderjarige] (met inbegrip van overnachtingen). Zo zou de GI zich kunnen inspannen om de vader te helpen bij het aanvragen van een urgentie op medische gronden. De kinderrechter is van oordeel dat het de overheid zou sieren als zij de vader, die mensenlevens heeft gered met ernstige derdegraads brandwonden en forse langdurige pijnklachten als gevolg, met voorrang aan een passende woonruimte helpt.
5.5.
De kinderrechter wijst het gewijzigde verzoek van de GI toe en verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] voor de duur van een jaar, te weten tot 24 april 2027. Deze termijn is, gelet op de gestelde doelen en de huidige problematiek, noodzakelijk.
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , tot 24 april 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026 door mr. W.P. van der Haak, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. E.J. Thomas als griffier, en op schrift gesteld op 24 april 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.