6.3.Oordeel van de rechtbank
Inleiding
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de
rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de
omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van
een en ander uit het onderzoek ter zitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig heeft gemaakt aan twee geweldsdelicten, te weten openlijke geweldpleging en mishandeling.
De verdachte heeft samen met anderen aangever [de benadeelde partij 1] naar een locatie gelokt, waar hij door meerdere mensen is geschopt en geslagen tegen zijn hoofd en lichaam en zijn kleding is uitgetrokken. Vervolgens is hij onder dwang in het water gesprongen en is hij enige tijd onder water gehouden. De verdachte heeft hier een aandeel in gehad door zijn kleding uit te trekken en hem ook daartoe te dwingen.
Een maand later heeft de verdachte aangever [de benadeelde partij 2] meermaals tegen haar hoofd geslagen en aan haar haar getrokken waardoor zij een pluk haar is verloren. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat zij zich op deze gewelddadige manier met conflicten, waar zij aanvankelijk niet eens betrokkenheid bij had, heeft bemoeid.
Door zo te handelen heeft de verdachte ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke
integriteit en levenssfeer van de beide aangevers, waarbij zij hen grote angst heeft toegebracht. De ervaring leert dat de slachtoffers van dergelijke misdrijven nog lange tijd de nadelige gevolgen daarvan ondervinden. Dat blijkt ook hier het geval te zijn, gezien de aangiftes en de vorderingen van de aangevers als benadeelde partijen. Uit de vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 1] blijkt dat hij sinds het feit niet meer naar buiten durft en behandeling krijgt van een psycholoog. Ook uit de vordering van de benadeelde partij [de benadeelde partij 2] blijkt dat zij lang angstig is geweest en niet alleen naar buiten durft. Daarbij komt dat beide feiten zijn gefilmd en verspreid, waardoor de benadeelde partijen tot op heden met de incidenten worden geconfronteerd. Daarnaast tasten dit soort misdrijven ook het gevoel van veiligheid in de samenleving aan.
Persoonlijke omstandigheden
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:
- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, van
23 februari 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld;
- het onder 5 genoemde psychologisch onderzoeksrapport van 8 december 2025 opgesteld door [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog;
- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 17 maart 2026 van [raadsonderzoeker] raadsonderzoeker bij de Raad.
Uit het psychologisch onderzoek blijkt dat, zoals hierboven beschreven onder 5, de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Uit dit onderzoek blijkt verder dat het risico op grensoverschrijdend gewelddadig gedrag als hoog wordt ingeschat. De verdachte is opgegroeid in een onrustige en onveilige omgeving met uithuisplaatsingen, afwezigheid van de vader en pedagogische onmacht van de moeder. Daarnaast heeft zij onvoldoende emotionele en interpersoonlijke vaardigheden geleerd, waardoor zij niet adequaat om kan gaan met (interpersoonlijke) conflicten. De verdachte is daarom gebaat bij begeleiding en behandeling, waarbij de begeleiding aanvankelijk ingezet dient te worden op het gebied van wonen, scholing, dagbesteding en pro-sociale contacten. Daarnaast is zij gebaat bij behandeling gericht op het verbeteren van de emotie- en agressieregulatie, verminderen van impulsiviteit, verstevigen van zelfcontrole en versterken van copings- en interpersoonlijke vaardigheden. Er wordt geadviseerd te starten met laagdrempelige behandeling en op lange termijn in te zetten op een intensief behandelaanbod zoals Dialectische Gedragstherapie of een Mentaliseren Bevorderende Therapie. Het advies is om de begeleiding en behandeling plaats te laten vinden in het kader van een (deels) voorwaardelijke straf.
Met de conclusies van dit rapport kan de rechtbank zich verenigen.
De Raad heeft schriftelijk geadviseerd tot oplegging van een onvoorwaardelijke
jeugddetentie gelijk aan de duur van de voorlopige hechtenis en een voorwaardelijke
jeugddetentie met een proeftijd en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte meewerkt aan behandeling in de vorm van een psycholoog en/of coach, zich inzet voor het verkrijgen en behouden van positieve dagbesteding, verblijft bij [instelling] of een soortgelijke instelling, zich houdt aan een avondklok en zich ter controle hiervan onder elektronische monitoring stelt voor maximaal drie maanden en zich houdt aan contactverboden met de medeverdachten en slachtoffers. Er wordt gezien dat de verdachte duidelijke kaders en externe motivatie nodig heeft om zich te kunnen reguleren en de hulpverlening te accepteren. Er wordt ook geadviseerd de voornoemde voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren omdat zonder voorwaarden sprake is van een grote kans op recidive. Hoewel de verdachte gemotiveerd is om geen strafbare feiten te plegen, heeft zij weinig vertrouwen in zichzelf. Om deze reden is een verlenging van de elektronische monitoring geadviseerd. Zij zal echter middels hulpverlening moeten leren erop te vertrouwen dat zij de juiste keuzes kan maken.
De Raad heeft ter zitting het advies in het raadsrapport gehandhaafd.
Namens de jeugdreclassering is ter zitting naar voren gebracht dat het leven van de verdachte vrij complex en onrustig is, wat maakt dat de focus ligt op het creëren van een zo stabiel en rustig mogelijke thuissituatie. De verdachte verblijft momenteel tijdelijk in een studio met één-op-één begeleiding van [instelling] en er wordt gezien dat haar zorgelijke gedrag afneemt en de rust is toegenomen. Er is al een passende vervolgplek gevonden bij [vervolgplek] , met een vergelijkbare constructie als bij [instelling] , maar dan met minder begeleiding. Verder wordt het van belang geacht dat kleine en haalbare doelen gesteld worden, waarbij de nadruk momenteel vooral ligt op dingen die de verdachte wel lukken en de kleine positieve stapjes die zij zet. Daarnaast is het noodzakelijk dat de behandeling voor haar agressieregulatie voortgezet wordt.
Conclusie
In zijn algemeenheid geldt dat bij ernstige strafbare feiten als deze, te weten openlijke geweldpleging en mishandeling, een vrijheidsbenemende straf passend en geboden is. Bij oplegging van de straf houdt de rechtbank rekening met het feit dat de verdachte 34 dagen gedetineerd is geweest. In het nadeel van de verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat zij zich meermaals niet aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden en een tweede ernstig strafbaar feit heeft gepleegd. Ook houdt de rechtbank rekening met het psychologisch onderzoeksrapport, waaruit onder andere is gebleken dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Tot slot houdt de rechtbank rekening met het advies van de Raad om een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met algemene en bijzondere voorwaarden.
Alles afwegende ziet de rechtbank geen reden om in dit geval van het uitgangspunt af te wijken om een jeugddetentie op te leggen. Gezien de ernst van de feiten ziet de rechtbank ondanks dat de verdachte is vrijgesproken van de onder 2 en onder 3 primair ten laste gelegde feiten, evenmin reden om af te wijken van de eis van de officier van justitie.
De rechtbank is van oordeel dat een jeugddetentie van 90 dagen moet worden opgelegd, waarvan 56 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de verdachte zich gedurende de proeftijd dient te houden aan de hierna te noemen bijzondere voorwaarden, waaronder een avondklok met elektronische monitoring voor de duur van maximaal drie maanden, verblijf bij [instelling] of een soortgelijke instelling, meewerken aan behandeling en/of hulpverlening, het hebben van zinvolle dagbesteding en een contactverbod met de slachtoffers en de medeverdachten.
Ten aanzien van de elektronische monitoring merkt de rechtbank op dat hier uitvoering aan dient te worden gegeven voor zover en zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, en maximaal voor de duur van drie maanden. Dit maakt dat het de jeugdreclassering vrij staat om de elektronische monitoring tijdelijk te onderbreken, zodat de verdachte de mogelijkheid heeft om op vakantie te gaan, en bij terugkomst de monitoring direct weer aan te sluiten.
Dadelijke uitvoerbaarheid
De rechtbank zal bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht
dadelijk uitvoerbaar zijn. De verdachte heeft zich namelijk schuldig gemaakt aan een
misdrijf dat is gericht tegen, en gevaar veroorzaakt voor, de onaantastbaarheid van het
lichaam van een persoon, te weten openlijke geweldpleging en mishandeling.
De rechtbank is, mede gelet op de hoge recidivefactoren blijkens de persoonsrapportages en het feit dat de verdachte tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis een nieuw strafbaar feit heeft gepleegd, van oordeel dat zonder de voorwaarden er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan.