Vergunninghouder heeft op 5 november 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van vier padelbanen op een perceel in Kwadijk. Het college van burgemeester en wethouders verleende deze vergunning op 6 november 2025. Verzoekers maakten hiertegen bezwaar op 17 december 2025, aangevuld op 21 januari 2026.
Naar aanleiding van de start van werkzaamheden door vergunninghouder op 17 februari 2026, verzochten verzoekers op 20 februari 2026 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de vergunning te schorsen totdat op bezwaar is beslist. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 23 april 2026.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed bestaat. Omdat vergunninghouder de werkzaamheden heeft stilgelegd en schriftelijk heeft verklaard deze te staken totdat op bezwaar is beslist, ontbrak het spoedeisend belang. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.