Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
moet worden gesteld op 21 oktober 2023, de dag waarop de aanrijding plaatsvond en de verdachte voor het eerst is verhoord. Het eindvonnis wordt op 30 april 2026 gewezen. De redelijke termijn is daarmee met ruim zes maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan de verdachte valt toe te rekenen en dat niet anderszins is gebleken van bijzondere omstandigheden.
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
8(
acht) maanden.
4(
vier) maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
36 (zesendertig) maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
18 (achttien) maanden,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.