ECLI:NL:RBNHO:2026:4874

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
C/15/371755 / HA ZA 25-746
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C. Sijm
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 721 RvArt. 143 lid 2 RvArt. 122 lid 1 RvArt. 1:432 lid 1 BWArt. 1:431 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding aannemingsovereenkomst wegens niet-nakoming en toewijzing beslagkosten

De zaak betreft een verzetprocedure tegen een verstekvonnis waarin [opposant] werd veroordeeld tot terugbetaling van vooruitbetaalde bedragen en schadevergoeding wegens niet-uitvoering van een aannemingsovereenkomst. [geopposeerde] had de overeenkomst ontbonden vanwege verzuim van [opposant].

[opposant] voerde onder meer aan dat de dagvaarding niet correct was betekend en dat [geopposeerde] niet bevoegd was om namens de eigenaar de overeenkomst te sluiten. De rechtbank oordeelde dat [geopposeerde] wel bevoegd was op grond van een lastgevingsovereenkomst en dat het beroep op nietigheid van de dagvaarding werd verworpen omdat [opposant] niet in zijn belangen was geschaad.

De rechtbank stelde vast dat [opposant] in verzuim was en de overeenkomst rechtsgeldig was ontbonden. De schadevergoeding wegens lekkageschade werd bevestigd. Tevens werden de beslagkosten alsnog toegewezen omdat [geopposeerde] inmiddels aan haar stelplicht had voldaan. Het verzet werd ongegrond verklaard, het verstekvonnis werd bekrachtigd behalve voor de beslagkosten die werden toegewezen. [opposant] werd veroordeeld tot betaling van proces- en beslagkosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard, het verstekvonnis wordt bekrachtigd behalve voor de beslagkosten die alsnog worden toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/371755 / HA ZA 25-746
Vonnis in verzet van 15 april 2026 (bij vervroeging)
in de zaak van
[opposant], handelend onder de naam [bedrijf],
te [plaats 1],
opposant,
hierna te noemen: [opposant],
advocaat: mr. R.R.G.M. van Beurden,
tegen
[geopposeerde],
te [plaats 2],
geopposeerde,
hierna te noemen: [geopposeerde],
advocaten: mr. M.E. Kingma en mr. W.D.M. van Tuyll van Serooskerken.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 3 december 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte erratum van [opposant]
- de akte indienen productie(s) van [geopposeerde]
- de akte aanvullende producties van [opposant]
- de tweede akte aanvullende producties van [opposant]
- de tweede akte indienen productie(s) van [geopposeerde]
- de derde akte indienen productie(s) van [geopposeerde]
- de mondelinge behandeling van 17 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[geopposeerde] is al meer dan vijftien jaar mantelzorger van dhr. [betrokkene 1]. [betrokkene 1] is eigenaar van een woning aan het adres [adres 1] te [plaats 2]. Sinds november 2023 wonen [geopposeerde] en haar man in de woning.
2.2.
[geopposeerde] heeft op 20 april 2023 een advertentie geplaatst op Homedeal.com voor het verrichten van werkzaamheden aan het dak van de woning van [betrokkene 1]. Op deze advertentie is gereageerd door [adres 1] (de eerdere handelsnaam van [opposant]). De vader van [opposant], [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2]), heeft vervolgens contact opgenomen met [geopposeerde] om een afspraak te maken om het dak van de woning te bekijken. Zowel [betrokkene 2] als [opposant] zijn meerdere malen langs geweest om het dak te bekijken.
2.3.
Op 6 mei 2023 heeft [opposant] een offerte uitgebracht voor het plaatsen van twee dakkappellen, het leggen van dakbedekking en het verrichten van overige herstelwerkzaamheden aan het dak van de woning. [geopposeerde] is daarmee akkoord gegaan. Op 12 mei 2023 is een aangepaste offerte uitgebracht in verband met het verrichten van aanvullende werkzaamheden ter versteviging van het dak. Na deze aanpassing bedroeg de totale aanneemsom € 51.522,00. De beide offertes zijn door [betrokkene 2] ondertekend. Op 12 mei 2023 mailt [opposant] aan [geopposeerde]: “
Bedankt voor de opdracht als u aanbetaling binnen is zetten wij alles gelijk in werking en kunnen we zo snel mogelijk beginnen”.
2.4.
[geopposeerde] heeft – vanaf het rekeningnummer van [betrokkene 1] – de volgende betalingen verricht:
- 13 mei 2023: € 25.761,00
- 23 mei 2023: € 4.997,00
- 29 juni 2023: € 12.880,00
- 18 juli 2023: € 4.200,00
- totaal: € 47,838,00.
2.5.
[geopposeerde] heeft vanaf juni 2023 meerdere malen gevraagd wanneer de werkzaamheden zouden starten. [betrokkene 2] heeft daarover herhaaldelijk toezeggingen gedaan, maar die toezeggingen zijn niet nagekomen.
2.6.
[geopposeerde] heeft [opposant] op 24 november 2023 gesommeerd om uiterlijk op 1 december 2023 over te gaan tot de uitvoering van de werkzaamheden. Naar aanleiding van deze aanmaning is een vaststellingsovereenkomst opgesteld door [geopposeerde]. Uit deze overeenkomst volgt dat [opposant] zich verplicht om op 8 december 2023 noodreparaties te verrichten aan de woning (in verband met ontstane lekkageschade) en om uiterlijk 10 januari 2024 te starten met de overeengekomen werkzaamheden. [betrokkene 2] heeft telefonisch aan [geopposeerde] laten weten dat hij de vaststellingsovereenkomst zou hebben getekend namens [bedrijf].
2.7.
[opposant] heeft de noodreparaties op 8 december 2023 uitgevoerd. De overeengekomen werkzaamheden zijn niet uiterlijk 10 januari 2024 aangevangen.
2.8.
Na sommaties op 15 januari 2024 en 23 januari 2024 heeft [geopposeerde] op 6 februari 2024 aan [opposant] bericht dat zij de overeenkomst ontbindt en het betaalde bedrag van € 47.838,00 terugvordert.
2.9.
TipTokDak B.V. heeft op 12 februari 2024 een offerte uitgebracht voor het verrichten van (onder meer) herstelwerkzaamheden aan het dak van de woning vanwege de ontstane lekkageschade (kosten: € 3.950,00).
2.10.
[geopposeerde] heeft op 14 februari 2024 – na verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam – ten laste van [opposant] conservatoir derdenbeslag laten leggen onder de Rabobank, ABN Amro Bank en ING Bank.
2.11.
[geopposeerde] heeft [opposant] op 28 februari 2024 gedagvaard. De deurwaarder heeft het exploot van dagvaarding openbaar betekend vanwege een onbekende woon- of verblijfplaats, omdat het eerder aanwezige chalet op de standplaats van [opposant] aan zijn geregistreerde adres ([adres 2] te [plaats 1]) was verwijderd.
2.12.
[betrokkene 1] heeft op 20 november 2025 verklaard dat hij [geopposeerde] last heeft gegeven om in eigen naam, dan wel namens hem, overeenkomsten aan te gaan met betrekking tot het verrichten van werkzaamheden aan de woning en vorderingen in rechte in te stellen die hij in verband met deze werkzaamheden op derden zou kunnen hebben, waaronder op [opposant].

3.Het geschil

3.1.
[geopposeerde] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank [opposant] veroordeelt tot betaling van 1) het vooruitbetaalde bedrag van € 47.838,00, 2) een schadevergoeding van € 3.950,00 en 3) de proceskosten (inclusief beslagkosten), vermeerderd met wettelijke rente. Daaraan heeft [geopposeerde] het volgende ten grondslag gelegd. [geopposeerde] heeft met [opposant] een aannemingsovereenkomst gesloten. Omdat de overeengekomen werkzaamheden niet zijn uitgevoerd en [opposant] in verzuim verkeerde, heeft [geopposeerde] de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden. [geopposeerde] heeft daarom recht op terugbetaling van het vooruitbetaalde bedrag. [geopposeerde] heeft bovendien recht op een schadevergoeding van € 3.950,00, omdat lekkageschade is ontstaan door het uitblijven van de benodigde werkzaamheden.
3.2.
Bij verstekvonnis van 26 juni 2024 is [opposant] veroordeeld tot betaling van 1) € 47.838,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 februari 2024, 2) een schadevergoeding van € 3.950,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 november 2023 en 3) de proceskosten. De gevorderde beslagkosten zijn afgewezen, omdat uit de beslagstukken niet kon worden opgemaakt of de dagvaarding was overbetekend aan de derdebeslagenen. [1]
3.3.
[opposant] vordert in verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [geopposeerde] alsnog worden afgewezen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [geopposeerde] in de proceskosten. [opposant] voert daartoe het volgende aan.
- De dagvaarding is ten onrechte openbaar betekend. De betekening had moeten plaatsvinden aan het geregistreerde adres van [opposant] ([adres 2] te [plaats 1]). Zijn oude chalet was weliswaar verwijderd en het nieuwe chalet was nog niet geplaatst, maar de brievenbus was goed zichtbaar en werd nagenoeg iedere dag geleegd. [opposant] heeft hierdoor geen kennis kunnen nemen van de dagvaarding. De dagvaarding is daarom nietig.
- [geopposeerde] was niet bevoegd om voor rekening van de eigenaar van de woning, [betrokkene 1], een aannemingsovereenkomst te sluiten. [betrokkene 1] is handelingsonbekwaam. De aannemingsovereenkomst is bovendien nietig of vernietigbaar, omdat [geopposeerde] misbruik maakt van [betrokkene 1]. [opposant] verzoekt daarom ook om voor [betrokkene 1] een bewindvoerder te benoemen.
- [betrokkene 2] was niet bevoegd om namens [opposant] overeenkomsten te sluiten of andere afspraken te maken. Onduidelijk is bovendien welke werkzaamheden precies moesten worden verricht.
- De betalingen zijn verricht vanaf de rekening van [betrokkene 1]. Omdat [geopposeerde] zelf geen betalingen heeft verricht, heeft zij geen vordering.
3.4.
[opposant] verzoekt de rechtbank ook om bij wege van voorlopige voorziening te gelasten dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis met onmiddellijke ingang wordt geschorst totdat onherroepelijk op het verzet is beslist.
3.5.
[geopposeerde] vordert dat de in het verstekvonnis afgewezen beslagkosten alsnog worden toegewezen, zo nodig na (gedeeltelijke) vernietiging van het verstekvonnis.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Tijdigheid verzet
4.1.
Het verzet is tijdig ingesteld. [opposant] is op de hoogte geraakt van het verstekvonnis omdat het vonnis op 10 oktober 2025 aan hem is betekend door middel van achterlating in een gesloten envelop. Niet gebleken is dat [opposant] eerder op de hoogte is geraakt van het verstekvonnis. Het verzet is vervolgens binnen vier weken (op 5 november 2025) ingesteld. [2]
Verzoek om een voorlopige voorziening
4.2.
Op het verzoek om bij wege van voorlopige voorziening te gelasten dat de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis wordt geschorst, is door de rechtbank niet eerder beslist, omdat [geopposeerde] heeft toegezegd om niet tot tenuitvoerlegging van het verstekvonnis over te gaan voordat eindvonnis is gewezen in de verzetprocedure. De advocaat van [opposant] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat [opposant] enkel belang heeft bij de voorziening tot aan de datum van het eindvonnis. [opposant] heeft inmiddels dus geen belang meer bij de voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Betekening van de dagvaarding
4.3.
In het midden kan worden gelaten of de dagvaarding ten onrechte openbaar is betekend. Als een gedaagde, na bij verstek te zijn veroordeeld, in verzet komt en zich beroept op de nietigheid van de dagvaarding, wordt dit beroep verworpen als het gebrek de gedaagde niet onredelijk in zijn belangen heeft geschaad. [3] Volgens de advocaat van [opposant] is [opposant] in zijn belangen geschaad, omdat hij zich eerder niet heeft kunnen verdedigen. [opposant] heeft dat echter wel kunnen doen in deze verzetprocedure. Niet gebleken is dat [opposant] daardoor op enige wijze in zijn belangen is geschaad. Het beroep op nietigheid van de dagvaarding wordt daarom verworpen.
Aannemingsovereenkomst tussen [geopposeerde] en [opposant]
4.4.
[geopposeerde] is in eigen naam, maar voor rekening van [betrokkene 1] een aannemingsovereenkomst aangegaan. Zij was daartoe bevoegd op grond van de tussen haar en [betrokkene 1] gesloten lastgevingsovereenkomst. Zij is op grond van de lastgevingsovereenkomst ook bevoegd om de vooruitbetaalde bedragen terug te vorderen en een schadevergoeding te vorderen in verband met lekkageschade, ook al is [betrokkene 1] eigenaar van de woning en zijn de bedragen vanaf zijn rekeningnummer betaald.
4.5.
Volgens [opposant] is [betrokkene 1] handelingsonbekwaam, maar dat is niet gebleken. Integendeel: [opposant] stelt zelf dat [betrokkene 1] niet voorkomt in het curatele- en bewindregister.
4.6.
[opposant] beroept zich op de nietigheid of vernietigbaarheid van de aannemingsovereenkomst, omdat [geopposeerde] misbruik zou maken van [betrokkene 1]. Zelfs als dat juist zou zijn, wat in deze procedure niet is gebleken, volgt niet uit de wet dat de aannemingsovereenkomst dan nietig is of dat [opposant] een vernietigingsbevoegdheid toekomt.
4.7.
[opposant] verzoekt om voor [betrokkene 1] een bewindvoerder te benoemen, maar dat verzoek kan niet door [opposant] worden gedaan [4] en de rechtbank is ook niet bevoegd om deze beslissing te nemen. [5] [opposant] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in dit verzoek.
4.8.
Uit de e-mail van [opposant] van 12 mei 2023 (zie 2.3) volgt dat hij partij is bij de aannemingsovereenkomst. Hij is ook gebonden aan de toezeggingen van zijn vader, [betrokkene 2]. Zelfs als [betrokkene 2] niet bevoegd was om [opposant] te vertegenwoordigen, geldt dat [opposant] op het ontbreken van een volmacht geen beroep kan doen, omdat [geopposeerde] op grond van de verklaringen en gedragingen van [opposant] mocht aannemen dat [betrokkene 2] vertegenwoordigingsbevoegd was. [6] [betrokkene 2] was degene die reageerde op de advertentie van [geopposeerde] op Homedeal.com en [opposant] heeft de uitvoering van de overeenkomst kennelijk ook overgelaten aan [betrokkene 2]. Als [betrokkene 2] niet bevoegd was om [opposant] te vertegenwoordigen, had [opposant] dat moeten melden bij [geopposeerde].
Ontbinding
4.9.
[opposant] heeft nagelaten om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, ook na herhaalde sommaties waarin een redelijke termijn voor de nakoming is gesteld. Hij is daardoor in verzuim komen te verkeren, [7] waarna [geopposeerde] de aannemingsovereenkomst op 6 februari 2024 rechtsgeldig heeft ontbonden. Onduidelijk is wat [opposant] beoogt met het betoog dat niet duidelijk is welke werkzaamheden precies zijn overeengekomen. Er zijn namelijk, behalve de later overeengekomen noodreparaties, helemaal geen werkzaamheden verricht. [opposant] is daarom verplicht om alle vooruitbetaalde bedragen aan [geopposeerde] terug te betalen. [8]
Schadevergoeding
4.10.
Als onbetwist staat vast dat lekkageschade is ontstaan omdat de werkzaamheden niet eerder zijn verricht. Als onbetwist staat ook vast dat de benodigde herstelwerkzaamheden € 3.950,00 kosten. [opposant] is vanwege zijn wanprestatie aansprakelijk voor deze schade. [9]
Toewijzing van wat in het verstekvonnis is afgewezen (beslagkosten)
4.11.
[geopposeerde] heeft in deze procedure alsnog de beslagstukken overgelegd waaruit blijkt dat de dagvaarding is overbetekend aan de Rabobank, ABN Amro Bank en ING Bank. Artikel 721 Rv Pro staat daarom inmiddels niet meer aan toewijzing van de beslagkosten in de weg.
4.12.
Naar het oordeel van de rechtbank is het in dit geval mogelijk om in de verzetprocedure toe te wijzen wat in het verstekvonnis is afgewezen. [10] De beslagkosten zijn in het verstekvonnis afgewezen omdat [geopposeerde] destijds niet had voldaan aan haar stelplicht. Inmiddels heeft [geopposeerde] wel voldaan aan haar stelplicht. Als [opposant] direct zou zijn verschenen in het geding en [geopposeerde] de beslagstukken vóór de mondelinge behandeling zou hebben overgelegd, net zoals zij in deze verzetprocedure heeft gedaan, zouden de beslagkosten zijn toegewezen. Gelet daarop is het het meest in overeenstemming met het karakter van het verzet – een heropening van de instantie [11] – om de beslagkosten alsnog toe te wijzen.
4.13.
De beslagkosten worden begroot op:
- salaris advocaat
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- griffierecht
320,00
- explootkosten
1153,53
Totaal
2.763,53
4.14.
Om de beslagkosten alsnog toe te wijzen, moet het verstekvonnis wat betreft de afwijzing van de beslagkosten worden vernietigd. De rechtbank zal daartoe op vordering van [geopposeerde] overgaan.
Conclusie
4.15.
Het verzet is ongegrond. De rechtbank zal het verstekvonnis vernietigen, maar uitsluitend wat betreft de afwijzing van de beslagkosten. De beslagkosten worden alsnog toegewezen. Het verstekvonnis wordt voor het overige bekrachtigd.
Proceskosten
4.16.
[opposant] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [geopposeerde] worden begroot op:
- salaris advocaat
1.290,00
(1 punt × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.479,00
4.17.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af,
5.2.
verklaart [opposant] niet-ontvankelijk in zijn verzoek om voor [betrokkene 1] een bewindvoerder te benoemen,
5.3.
verklaart het verzet ongegrond,
5.4.
vernietigt het op 26 juni 2024 onder zaak- en rolnummer C/15/352732 / HA ZA 24-291 tussen partijen gewezen verstekvonnis, maar uitsluitend wat betreft de afwijzing van de beslagkosten,
5.5.
bekrachtigt het verstekvonnis voor het overige,
5.6.
veroordeelt [opposant] in de beslagkosten van € 2.763,53 en de proceskosten van € 1.479,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [opposant] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.7.
veroordeelt [opposant] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de beslagkosten en de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.8.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Sijm en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 721 Rv Pro.
2.Artikel 143 lid 2 Rv Pro.
3.Artikel 122 lid 1 Rv Pro.
4.Artikel 1:432 lid 1 BW Pro.
5.Artikel 1:431 lid 1 BW Pro.
6.Artikel 3:61 lid 2 BW Pro.
7.Artikel 6:82 lid 1 BW Pro.
8.Artikel 6:271 BW Pro.
9.Artikel 6:74 BW Pro.
10.Zie Hof Amsterdam 14 januari 1999, ECLI:NL:GHAMS:1999:AD4195.
11.Artikel 147 lid 1 Rv Pro.