Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarbij door [gedaagde] pleitaantekeningen zijn overgelegd en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Partijen hadden een geregistreerd partnerschap dat in 2015 werd ontbonden met een convenant waarin de woning aan de man werd toegewezen, met een verdeling van de overwaarde bij verkoop. De notariële toedeling en ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid van de vrouw jegens de hypotheekverstrekker hadden echter niet plaatsgevonden.
De vrouw vorderde in kort geding dat de man medewerking verleent aan de verkoop van de woning, wat werd toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De man stelde hoger beroep in en vroeg tevens schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad.
De rechtbank oordeelt dat het belang van de man bij behoud van de woning, mede gezien zijn persoonlijke omstandigheden en het feit dat het gerechtshof nog niet over de schorsingsvordering heeft beslist, zwaarder weegt dan het belang van de vrouw bij onmiddellijke tenuitvoerlegging. Daarom wordt de tenuitvoerlegging geschorst tot het gerechtshof heeft beslist.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot verkoop van de woning wordt geschorst totdat het gerechtshof heeft beslist over de schorsingsvordering.