ECLI:NL:RBNHO:2026:498

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
10964414 \ CV EXPL 24-1571
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve vernietiging incassokostenbeding wegens oneerlijkheid in algemene voorwaarden

De Vijf Meren Kliniek B.V. heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij, die niet is verschenen. Bij tussenvonnis was reeds een voorlopig oordeel gegeven over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft hierop gereageerd met een akte.

De kantonrechter heeft het incassokostenbeding in artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden ambtshalve vernietigd voor zover het betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten, omdat dit beding oneerlijk is. Het rentebeding in hetzelfde artikel is getoetst en niet oneerlijk bevonden.

De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond zijn. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €751,88 plus wettelijke rente vanaf 22 februari 2024 en tot betaling van proceskosten, terwijl de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is verstekvonnis en uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Incassokostenbeding vernietigd wegens oneerlijkheid, hoofdsom en rente toegewezen, incassokosten afgewezen, gedaagde veroordeeld tot betaling en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10964414 \ CV EXPL 24-1571
Uitspraakdatum: 14 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
De Vijf Meren Kliniek B.V.
te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders
tegen
[gedaagde]
te gemeente [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het in dat tussenvonnis gegeven voorlopig oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In haar akte geeft de eisende partij aan zich te refereren aan het voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen.
2.2.
Artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden ziet ook op de wettelijke rente. Dit gedeelte van het beding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.3.
De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.4.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.5.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 751,88, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 686,90 vanaf 22 februari 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 137,38;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter