ECLI:NL:RBNHO:2026:499

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11258423 \ CV EXPL 24-2753
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Richtlijn 93/13/EEGArt. 6:83 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing transparantie en eerlijkheid prijsbeding en algemene voorwaarden in consumentenzaken

In deze bodemzaak heeft de kantonrechter ambtshalve de transparantie en eerlijkheid van het prijsbeding en de toepasselijke algemene voorwaarden getoetst. De eisende partij stelde dat zij haar tarieven op haar website vermeldt en via een link in de afspraakbevestiging aan de gedaagde partij kenbaar maakt. De kantonrechter oordeelde echter dat onvoldoende is aangetoond dat de gedaagde partij voorafgaand aan de overeenkomst duidelijkheid had over de prijs, waardoor het prijsbeding niet transparant is.

Desondanks werd het beding niet als oneerlijk beoordeeld, omdat het niet leidt tot een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument, zoals bedoeld in de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG. Ook de relevante artikelen uit de algemene voorwaarden werden ambtshalve getoetst en niet oneerlijk bevonden.

De eisende partij vorderde onder meer wettelijke rente wegens verzuim van de gedaagde partij. Omdat geen expliciete betalingstermijn was overeengekomen, werd verzuim pas vastgesteld vanaf het verstrijken van de termijn in de laatste ingebrekestelling. De kantonrechter wees de hoofdsom, incassokosten en wettelijke rente vanaf die datum toe, maar wees de vervallen rente af.

De gedaagde partij werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten, waarbij de kosten van de akte voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is verstek gewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De gedaagde partij wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf verzuimdatum en proceskosten, met afwijzing van de vervallen rente.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11258423 \ CV EXPL 24-2753
Uitspraakdatum: 14 januari 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
te [plaats]
de eisende partij
gemachtigde: S. van Hirtum
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 27 augustus 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de transparantie van het prijsbeding en om de toepasselijke algemene voorwaarden te overleggen. Daartoe heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft in haar akte toegelicht dat zij haar eigen tarieven hanteert en dat deze staan vermeld op haar website. Na het maken van de afspraak heeft eisende partij gedaagde partij een afspraakbevestiging gestuurd. Onderaan de afspraakbevestiging is een link opgenomen naar de tarievenlijst. Daarmee was het voor de gedaagde partij mogelijk om kennis te nemen van de tarieven, aldus de eisende partij.
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit deze toelichting echter onvoldoende dat de gedaagde partij voorafgaand aan de behandeling over de prijs is geïnformeerd. Weliswaar is de tarievenlijst overgelegd, maar de eisende partij heeft niet gesteld dat zij de gedaagde partij voorafgaand aan het tot stand komen van de overeenkomst heeft geïnformeerd over welke van deze tarieven van toepassing zouden zijn. Dit blijkt ook niet zonder meer uit de door de eisende partij overgelegde afspraakbevestiging. Het is daarom maar de vraag of de gedaagde partij in staat was om op basis van deze tarievenlijst de prijs voor de behandeling vast te stellen. Daarmee is het prijsbeding niet transparant en moet het op oneerlijkheid worden getoetst.
2.3.
Dat een prijsbeding niet transparant is, leidt nog niet direct tot het oordeel dat het beding ook oneerlijk is, maar het is wel een (belangrijk) element binnen die toets. Volgens artikel 3 lid 1 van Pro de Richtlijn oneerlijke bedingen 93/13/EEG is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat hier niet het geval. Er is daarmee geen sprake van een oneerlijk beding. Het beding zal daarom in stand worden gelaten.
De algemene voorwaarden
2.4.
De kantonrechter is ook gehouden om ambtshalve onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [1]
2.5.
Uit de akte van de eisende partij blijkt dat op de overeenkomst(en) de ‘Algemene voorwaarden en betalingsvoorwaarden’ van de eisende partij van april 2017 (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing zijn verklaard.
2.6.
De bedingen uit de algemene voorwaarden die verband houden met de vordering, te weten de artikelen 3, 5 en 6, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.7.
De eisende partij maakt onder meer aanspraak op vergoeding van wettelijke rente. Ter onderbouwing van haar vordering stelt de eisende partij dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt na het verstrijken van de betalingstermijn zoals vermeld op de desbetreffende nota/factuur. Een betaaltermijn op een nota/factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef Pro en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen de betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat de gedaagde partij niet na het verstrijken van deze betalingstermijn in verzuim is geraakt. Uit de dagvaarding blijkt dat de eisende partij de gedaagde partij nog verschillende ingebrekestellingen heeft gestuurd waarvan minstens een voor het versturen van de veertiendagenbrief. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf het moment dat de in de laatste ingebrekestelling gestelde betalingstermijn is verstreken, omdat vast staat dat de gedaagde partij in ieder geval vanaf dat moment in verzuim verkeert.
2.8.
De gevorderde hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde vervallen rente wordt gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.9.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.10.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 295,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 247,50 vanaf 14 mei 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 137,39;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 82,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).