Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:4994

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
K/4104/11923043
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:87 lid 1 BWArt. 6:96 lid 2 sub b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding wegens gebrekkige dakrenovatie en onvoldoende herstel door aannemer

Deze civiele zaak betreft een geschil over dakrenovatiewerkzaamheden uitgevoerd door een aannemer. De opdrachtgever vordert schadevergoeding wegens gebrekkige uitvoering en onvoldoende herstel. Diverse deskundigenrapporten stelden tekortkomingen vast, waaronder lekkages, ontbrekende verankering van dakpannen en niet-conforme loodaansluitingen.

De aannemer voerde verweer dat herstelwerkzaamheden waren overeengekomen en uitgevoerd, en betwistte de hoogte van de herstelkosten en de aansprakelijkheid voor bepaalde posten. De kantonrechter oordeelde dat de herstelwerkzaamheden niet volledig en naar behoren waren uitgevoerd en dat de aannemer tekort was geschoten in de nakoming van de overeenkomst.

De schadevergoeding werd vastgesteld op basis van een offerte van een derde en deskundigenrapporten, waarbij een deel van de kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat werkzaamheden niet voor rekening van de aannemer kwamen. De gevolgschade wegens lekkage werd deels toegewezen, evenals de expertisekosten. De aannemer werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 8.488,84, inclusief rente en incassokosten, met compensatie van proceskosten.

Uitkomst: De aannemer wordt veroordeeld tot betaling van een gedeeltelijke schadevergoeding van € 8.488,84 inclusief rente en incassokosten wegens gebrekkige dakwerkzaamheden en onvoldoende herstel.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11923043 \ CV EXPL 25-3077 (NE)
Vonnis van 30 april 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats 1] ,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J.R. Versluis,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: M. van der Tuuk.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over werkzaamheden aan het dak van een woning. De opdrachtgever vordert schadevergoeding van de aannemer, omdat het werk volgens hem niet deugdelijk is uitgevoerd en herstel is uitgebleven. De kantonrechter oordeelt dat de aannemer een schadevergoeding moet betalen, omdat de door de deskundigen vastgestelde gebreken onvoldoende zijn betwist door de aannemer. Het verweer van de aannemer tegen een deel van de schade slaagt. De schadevergoeding wordt door de kantonrechter bepaald aan de hand van een de overgelegde offerte en wordt voor een deel geschat.

1.De procedure

1.1.
[gedaagde] heeft bij inleidende dagvaarding van 19 juni 2025 een vordering ingesteld tegen [eiser] .
1.2.
[eiser] is niet verschenen, waarna [eiser] bij verstekvonnis van 24 juli 2025 is veroordeeld.
1.3.
Per dagvaarding van 7 oktober 2025 is [eiser] in verzet gekomen van dat verstekvonnis.
1.4.
Op 19 maart 2025 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft in juli 2024 contact opgenomen met [eiser] voor werkzaamheden aan het dak van zijn woning. [eiser] heeft vervolgens een offerte uitgebracht. [gedaagde] heeft per e-mail van 5 augustus 2024 aan [eiser] een projectbeschrijving gestuurd waarin onder andere over de huidige staat van het dak staat “Oude dakpannen met enkele lekkages”. Ook heeft [gedaagde] in een e-mail van 5 augustus 2024 aan [eiser] laten weten dat zijn dak kleiner is dan door [eiser] is geschat in de offerte. [eiser] heeft in reactie daarop uitgelegd dat de dakoppervlakte van 60 m² is gebaseerd op het aantal benodigde dakpannen met een kleine marge.
2.2.
[eiser] heeft op 7 augustus 2024 een aangepaste offerte naar [gedaagde] verzonden voor de uitvoering van renovatiewerkzaamheden van ca. 60 m² aan het hellende dak van de woning van [gedaagde] voor een aanneemsom van € 6.534,00 inclusief btw. De werkzaamheden bestaan uit het verwijderen en afvoeren van de huidige dakpannen en stof- en panlatten en het aanbrengen van damp-open folie, nieuwe stof- en panlatten en nieuwe dakpannen en nokvorsten. [gedaagde] is op dezelfde dag akkoord gegaan met de offerte en heeft de helft van de aanneemsom betaald.
2.3.
De werkzaamheden zijn aangevangen op 12 augustus 2024. Op 13 en 14 oktober 2024 heeft [gedaagde] zijn zorgen over de werkzaamheden geuit. Daarop heeft [eiser] gereageerd.
2.4.
Per e-mail van 16 augustus 2024 heeft [eiser] aan [gedaagde] laten weten dat de werkzaamheden zijn afgerond en heeft verzocht om betaling van de bijgevoegde factuur ter hoogte van de resterende aanneemsom.
2.5.
Per e-mail van 18 augustus 2024 heeft [gedaagde] aan [eiser] onder bijvoeging van foto’s kenbaar gemaakt dat verschillende belangrijke werkzaamheden niet zijn uitgevoerd. [eiser] heeft daarop geantwoord dat het werk conform de offerte is uitgevoerd.
2.6.
[gedaagde] heeft HuisAssist opdracht gegeven het werk van [eiser] te beoordelen. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2024 en daarvan is op dezelfde dag door HuisAssist een rapport uitgebracht. De conclusie in het rapport is:
“De dakpannen liggen niet goed op het dak aan de achterzijde van de woning.
Ook is er een lekkage ontstaan omdat het dak aan de achterzijde nu niet waterdicht is.
Er ontbreken waterdichte aansluitingen (loodaansluiting) van de onderzijde van het dakopbouw en de dakpannen.
Dakpannen liggen los. Deze zijn niet verankerd met schroeven.
Aan de voorzijde hebben we in verband met hoogte de dakopbouw niet kunnen controleren.
Ons advies is om door de aannemer aan te laten tonen dat er een nieuwe waterdichte folie en panlatten zijn toegepast.”
2.7.
Op 27 augustus 2024 heeft [gedaagde] [eiser] in gebreke gesteld voor verschillende gebreken in het uitgevoerde werk. [eiser] heeft daarop geantwoord dat het verankeren van dakpannen en de aanwezigheid van een loodaansluiting niet is overeengekomen en dat hij bereid is te kijken naar de overstekpannen, het folie dat tekort zou zijn en de overlap van nieuwe dakpannen naar de oude van de buren onder de voorwaarde dat na uitvoering van deze punten de openstaande factuur wordt betaald.
2.8.
Partijen hebben vervolgens met elkaar gecorrespondeerd. Uiteindelijk heeft [eiser] op 28 oktober 2024 aangeboden om de overstek pannen en folie bij te werken zodat het geheel lager komt te liggen, de aansluiting/overlap naar het dak van de buren te controleren en waar nodig bij te werken, een loodslab onder het kozijn te plaatsen en de onderste rij pannen onder het kozijn te verankeren. [gedaagde] is hiermee op 30 oktober 2024 akkoord gegaan.
2.9.
De herstelwerkzaamheden hebben plaatsgevonden op 1 november 2024.
2.10.
In opdracht van [gedaagde] heeft HuisAssist vervolgens opnieuw het werk beoordeeld. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op 7 november 2024 en daarvan is op dezelfde dag door HuisAssist een rapport uitgebracht. De conclusie in het rapport is dat de werkzaamheden niet conform de offerte en de bouwnormen/het bouwbesluit zijn uitgevoerd. Aan de achterzijde van de woning is de overlapping van dakpannen onvoldoende en is lekkage aannemelijk en steken de dakpannen te weinig over, waardoor het hout niet voldoende wordt beschermd. Aan de voorzijde van de woning zijn de dakpannen niet verankerd, zijn de dakpannen op de eerste verdieping niet goed gelegd, ontbreekt loodaansluiting en ontbreekt dampremmende folie op het dakbeschot.
2.11.
[gedaagde] heeft [eiser] op 6 januari 2025 wederom in de gelegenheid gesteld de gebreken te herstellen. Partijen hebben daarna gecorrespondeerd over een oplossing.
2.12.
[gedaagde] heeft opdracht gegeven aan Top Expertise het werk van [eiser] te beoordelen. Het onderzoek is op 24 maart 2025 uitgevoerd. [eiser] was niet aanwezig bij het onderzoek. Top Expertise heeft op 11 april 2025 een rapport uitgebracht. Top Expertise heeft verschillende gebreken vastgesteld en geconcludeerd dat het werk zeer onvakkundig is verricht. De herstelkosten heeft Top Expertise begroot op € 3.900,00 inclusief btw. Ook heeft Top Expertise vastgesteld dat
€ 1.089,00 inclusief btw te veel is betaald, omdat een prijs per m² is geoffreerd en is uitgegaan van een oppervlak van 60 m², terwijl het dakoppervlak 50 m² is. Ten slotte heeft Top Expertise herstel van gevolgschade begroot op € 2.000,00.
2.13.
[gedaagde] heeft per brief van 17 april 2025 aan [eiser] verzocht om tot herstel conform het rapport van Top Expertise over te gaan en heeft aanspraak gemaakt op de gevolgschade en de kosten van het deskundigenrapport. [eiser] heeft hierop niet gereageerd.
2.14.
Top Expertise heeft op 29 april 2025 de herstelkostenbegroting in het rapport aangepast van € 3.900,00 inclusief btw naar € 10.000,00 inclusief btw.
2.15.
Op 2 mei 2025 heeft [gedaagde] een omzettingsverklaring naar [eiser] gestuurd en bericht dat een derde de herstelwerkzaamheden wil uitvoeren voor € 12.463,00 inclusief btw. [gedaagde] heeft verzocht om betaling van € 11.711,00 inclusief btw, zijnde de kosten van de herstelwerkzaamheden en het deskundigenrapport, verminderd met de openstaande factuur.

3.Het geschil

3.1.
[gedaagde] heeft bij inleidende dagvaarding van [eiser] betaling gevorderd van € 15.916,83, met rente en kosten. [gedaagde] heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat de door [eiser] uitgevoerde werkzaamheden niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk voldoen. Het werk is gebrekkig, onvakkundig of niet uitgevoerd. Verder maken de verankering en loodslab - hoewel niet expliciet genoemd in de offerte - gelet op de geldende richtlijnen onderdeel uit van de overeenkomst. Dit alles blijkt uit het deskundigenrapport van Top Expertise. Daarmee is sprake van een toerekenbare tekortkoming van [eiser] . Aan [eiser] is gelegenheid tot herstel gegeven. Daarvan is geen gebruik gemaakt, zodat sprake is van verzuim. [gedaagde] heeft de vordering tot nakoming omgezet in een vordering tot schadevergoeding. De schade bedraagt € 14.800,00 (herstelkosten van € 12.463,00, expertisekosten van € 2.515,00, gevolgschade (lekkage) van € 2.000,00, onverschuldigde betaling van € 1.089,00, verminderd met de openstaande factuur van € 3.267,00). Daarnaast maakt [gedaagde] aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 1.116,83 inclusief btw.
3.2.
[eiser] is door de kantonrechter bij verstek veroordeeld tot betaling van het gevorderde. Ook de nevenvorderingen zijn toegewezen.
3.3.
[eiser] vordert, in de verzetdagvaarding, ontheffing van de veroordeling en afwijzing van de oorspronkelijke vordering. Primair stelt [eiser] zich op het standpunt dat overeenstemming is bereikt over de herstelwerkzaamheden, die op 1 november 2024 zijn uitgevoerd. Voor zover een tekortkoming wordt vastgesteld, stelt [eiser] dat de herstelwerkzaamheden ruim 2,5 keer duurder uitvallen dan eerder door Top Expertise begroot, zonder dat daarvoor een deugdelijke motivering is gegeven. Daarom moet worden aangesloten bij het oorspronkelijk begrote bedrag van € 3.900,00 inclusief btw. Ten tweede geldt dat de offerte van de door [gedaagde] ingeschakelde derde voor een groot deel werkzaamheden bevat die niet voor rekening van [eiser] komen. Er is sprake van dubbele werkzaamheden, van werkzaamheden die al deugdelijk door [eiser] zijn uitgevoerd en van werkzaamheden die niet zijn overeengekomen maar wel aan [eiser] worden doorbelast (zoals loodaansluitingen). Deze aanvullende kosten komen niet voor rekening van [eiser] . Ook betwist [eiser] dat de werkzaamheden niet voor een lager bedrag kunnen worden uitgevoerd. Verder voert [eiser] verweer tegen de (hoogte van de) expertisekosten, de gevolgschade en de gevorderde onverschuldigde betaling.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser] op tijd in verzet is gekomen, zodat de zaak opnieuw zal worden beoordeeld.
4.2.
De hoogte van de vordering van [gedaagde] is gebaseerd op het rapport van Top Expertise. [eiser] stelt dat hij de uitnodiging voor het deskundigenonderzoek van Top Expertise niet heeft ontvangen. Vast staat echter dat [eiser] het rapport bij de ingebrekestelling heeft ontvangen en daarop inhoudelijk heeft kunnen reageren en dat in deze procedure ook heeft gedaan. [eiser] is dan ook niet geschaad in zijn procesbelang.
Geen onverschuldigde betaling
4.3.
[gedaagde] vordert in de eerste plaats een bedrag van € 1.089,00 op grond van onverschuldigde betaling. Ter onderbouwing verwijst [gedaagde] naar het rapport van Top Expertise waarin staat dat het totaal dakoppervlakte 50 m² is, terwijl de aanneemsom is gebaseerd op een oppervlak van 60 m². Daardoor is volgens [gedaagde] te veel betaald. [gedaagde] wordt hierin niet gevolgd. [eiser] heeft in de e-mail van 5 augustus 2024 een toelichting gegeven hoe hij tot een oppervlakte van 60 m² is gekomen: de oppervlakte is gebaseerd op het aantal benodigde dakpannen (in totaal 58,75 m²), vermeerderd met een kleine marge. Daarna is de offerte aangepast en heeft [gedaagde] zijn akkoord gegeven op de aangepaste offerte. [gedaagde] heeft aldus ingestemd met de berekening en de aanneemprijs. Daarop kan hij niet achteraf terugkomen. Dit deel van de vordering van [gedaagde] wordt daarom afgewezen.
Tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst
4.4.
[gedaagde] heeft ter onderbouwing van de gestelde tekortkomingen drie deskundigenrapporten overgelegd. [eiser] heeft in de eerste plaats als verweer aangevoerd dat van een tekortkoming geen sprake is, omdat partijen naar aanleiding van het eerste rapport van HuisAssist de omvang van de herstelwerkzaamheden zijn overeengekomen en deze herstelwerkzaamheden vervolgens ook zijn uitgevoerd. Hierin wordt [eiser] niet gevolgd. Uit het tweede rapport van HuisAssist en uit het rapport van Top Expertise blijkt dat de herstelwerkzaamheden niet volledig en naar behoren zijn uitgevoerd en dat er bij nader onderzoek meer aan de hand bleek te zijn dan in eerste instantie gedacht. Ook heeft [gedaagde] , hoewel akkoord met het overeengekomen herstel, daarmee niet zijn aanspraak op verder herstel prijsgegeven. Van definitieve overeenstemming tussen partijen over (de omvang van het) herstel is niet gebleken.
4.5.
Op basis van de twee rapporten van HuisAssist en het rapport van Top Expertise kan worden vastgesteld dat [eiser] tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst. De conclusie in het tweede rapport van TuinAssist is dat de werkzaamheden niet conform offerte en de bouwnormen/het bouwbesluit zijn uitgevoerd. Top Expertise heeft vervolgens ook vastgesteld dat de werkzaamheden van [eiser] zeer onvakkundig en nalatig zijn uitgevoerd en dat de werkzaamheden in grote mate helemaal niet, enkel gedeeltelijk of niet zijn uitgevoerd.
4.6.
In deze procedure vordert [gedaagde] geen nakoming van de op [eiser] rustende herstelverplichting maar in plaats daarvan vervangende schadevergoeding. Voor zover nakoming niet blijvend onmogelijk is, wordt de verbintenis omgezet in een vervangende schadevergoeding, als de schuldenaar in verzuim is en de schuldeiser hem schriftelijk mededeelt dat hij schadevergoeding in plaats van nakoming vordert. [1] [gedaagde] heeft die mededeling met de brief van 2 mei 2025 gedaan. Omdat nakoming niet blijvend onmogelijk is, zal eerst worden beoordeeld of verzuim is ingetreden aan de zijde van [eiser] en zal daarna worden ingegaan op de gestelde gebreken en de daarvoor begrote herstelkosten.
Verzuim
4.7.
[gedaagde] heeft [eiser] per brief van 17 april 2025 in gebreke gesteld en in de gelegenheid gesteld overeenkomstig het rapport van Top Expertise de gebreken binnen twee weken te herstellen. Daaraan heeft [eiser] geen gevolg gegeven. [eiser] is daarom in verzuim komen te verkeren. [gedaagde] heeft dus de verbintenis tot nakoming rechtsgeldig omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding.
Gebreken en hoogte van de vervangende schadevergoeding
4.8.
[gedaagde] heeft de gebreken en herstelkosten onderbouwd met het rapport van Top Expertise en een offerte van een derde. De hoogte van de gevorderde herstelkosten heeft [gedaagde] gebaseerd op de gespecificeerde offerte van deze derde. Volgens [eiser] houden de geoffreerde werkzaamheden een gehele renovatie van het dak in en niet alleen herstel van gebreken. Dat blijkt volgens [eiser] ook uit het feit dat de geoffreerde herstelkosten 2,5 keer hoger zijn dan oorspronkelijk is begroot door Top Expertise en aanzienlijk hoger is dan de aanneemprijs van [eiser] .
4.9.
[gedaagde] heeft echter met het aanvullende rapport van Top Expertise de oorzaak van de prijsstijging voldoende toegelicht, namelijk het prijsverhogende effect van tijdsverloop, prijsstijgingen en de schaarste in de branche. Verder heeft [gedaagde] met de offerte van Mijn Dak Onderhoud een onderbouwing gegeven van de feitelijke prijzen. Hierna zal per post worden beoordeeld of en in hoeverre de offerte aansluit bij het rapport van Top Expertise. Daarbij geldt als uitgangspunt dat [eiser] gehouden was een dak met een veilige dakconstructie die waterdicht is te leveren.
4.10.
[eiser] heeft in de eerste plaats gemotiveerd verweer gevoerd tegen de in de offerte opgenomen posten “Demontage en voorbereiding” van € 1.000,00 en “Constructieopbouw” van € 2.450,00. Volgens [eiser] hebben deze posten betrekking op het gehele dak, terwijl volgens het rapport van Top Expertise een deel van het werk goed is uitgevoerd en hergebruik zou moeten plaatsvinden van het door [eiser] geleverde nieuwe materiaal, in het bijzonder van dakpannen en pan- en stoflatten. De kantonrechter constateert dat uit de offerte niet blijkt hoe de prijzen tot stand zijn gekomen en of, en in hoeverre, rekening is gehouden met (deels) goed uitgevoerd werk en met hergebruik van materiaal. Tijdens de zitting is dat namens [gedaagde] ook bevestigd en heeft [eiser] verklaard dat voor herstel niet het gehele dak opnieuw hoeft te worden gedaan, maar dat herstel per rij kan plaatsvinden. Dat sluit aan op wat in het rapport van Top Expertise staat vermeld. Gelet op het gemotiveerde verweer van [eiser] dat niet is weersproken door [gedaagde] , gaat de kantonrechter ervan uit dat de offerte op het gehele dak ziet. Een deel van de geoffreerde kosten komt daarom niet voor vergoeding in aanmerking. Rekening houdend met het rapport van Top Expertise waarin is vastgesteld dat een groot deel van het werk niet goed is uitgevoerd en rekening houdend met mogelijk hergebruik van de door [eiser] geleverde (nieuwe) materialen, zal de kantonrechter de schade in redelijkheid begroten op 60 % van het geoffreerde bedrag, zijnde € 2.070,00 exclusief btw en € 2.504,70 inclusief btw. Dat bedrag is toewijsbaar.
4.11.
Tegen de post “Nokconstructie en afwerking” van € 2.100,00 heeft [eiser] als verweer gevoerd dat het werk correct is gedaan. Namens [gedaagde] is tijdens de zitting verklaard dat deze post op de offerte inderdaad niet of niet voldoende lijkt te corresponderen met het rapport van Top Expertise. Dat betekent dat de noodzaak van deze (herstel)werkzaamheden niet is komen vast te staan en dit deel van de gevorderde vervangende schadevergoeding zal worden afgewezen.
4.12.
Verder is in de offerte een post “scheidingsafwerking van € 2.200,00 opgenomen. Vast staat dat de scheiding tussen het dak van [gedaagde] en dat van de buren nu niet goed is. Volgens [eiser] heeft hij met de buurman een regeling getroffen en heeft de buurman het herstelwerk gedaan (en dus niet hij zelf) en moet dit deel van de vordering daarom worden afgewezen. [eiser] kan niet worden gevolgd in dit verweer. Uit het eerste rapport van Huis Assist blijkt dat het werk op dit punt toen al niet in orde was. [gedaagde] heeft dus de aansluiting op het dak van de buren in eerste instantie al niet goed gedaan. HuisAssist zegt in dat rapport daarover dat de dakpannen geen tot weinig overlap ter plaatse van de buren hebben en de buren daarom lekkage hebben. Daarbij heeft [eiser] op 27 augustus 2024 ook aan [gedaagde] laten weten dat de scheidingsafwerking zal worden bekeken, terwijl het rapport van HuisAssist dateert van 26 augustus 2024. Deze vordering van € 2.200,00 exclusief btw en € 2.662,00 inclusief btw is toewijsbaar.
4.13.
Het verweer van [eiser] tegen de posten “Loodwerkzaamheden schoorsteen” en “Dakkapel – Achterzijde” en “Dakkapel – Voorzijde” is dat het aanbrengen van loodaansluitingen niet onder het overeengekomen werk valt. Volgens Top Expertise is echter het bestaande lood bij de schoorsteen niet vakkundig teruggeplaatst en moeten de loodaansluitingen beter worden uitgevoerd. [2] Dat is een gebrek waarvoor [eiser] aansprakelijk is. De offerte komt echter niet overeen met de bevindingen van Top Expertise; de offerte gaat namelijk uit van volledige vernieuwing en daarover is door [eiser] toegelicht dat dat werk een meerprijs oplevert, waarvoor [gedaagde] expliciet niet heeft gekozen. [gedaagde] wordt dan ook niet gevolgd in zijn standpunt dat ook nieuwe loodslabben onder de overeenkomst vallen. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter de post “Loodwerkzaamheden schoorsteen” in redelijkheid zal begroten op de helft, dus € 350,00 exclusief en € 423,50 inclusief btw.
4.14.
Verder blijkt uit het rapport van Top Expertise dat de oude loodaansluitingen gebrekkig zijn teruggeplaatst. [3] Daar is het werk dus niet correct uitgevoerd. Dat bij herstelwerkzaamheden een nieuwe loodslab is aangebracht, zoals [eiser] tijdens de zitting heeft verklaard, blijkt daar niet uit. De offerte gaat uit van het reinigen en ontvetten van het bestaande lood en het aanbrengen van een loodvervanger. Dat is herstel en geen vernieuwing en is dus toewijsbaar (€ 1.250 exclusief en € 1.512,50 inclusief btw).
4.15.
Ook bij de dakkapel aan de voorzijde zou volgens [eiser] bij de herstelwerkzaamheden een loodslab zijn aangebracht. Uit het tweede rapport van HuisAssist blijkt dat dat ook is gebeurd, maar uit het rapport van Top Expertise blijkt dat de loodaansluitingen niet goed zijn uitgevoerd. [4] Daarvoor is [eiser] aansprakelijk. Met de offerte heeft [gedaagde] onderbouwd dat de kosten van het aanbrengen van een waterdichte strip en het inwerken van een loodvlak wordt gevorderd. Dat sluit aan bij het rapport van Top Expertise en is toewijsbaar (€ 600,00 exclusief en € 726,00 inclusief btw).
4.16.
De conclusie is dat een bedrag van € 7.828,70 inclusief btw aan vervangende schadevergoeding toewijsbaar is.
Gevolgschade
4.17.
[gedaagde] maakt verder aanspraak op gevolgschade. Top Expertise heeft vastgesteld dat sprake is van lekkage als gevolg van het werk van [eiser] en heeft de gevolgschade begroot op € 2.000,00. Het verweer van [eiser] is dat het causaal verband tussen het werk en de gestelde schade ontbreekt. Uit het rapport van Top Expertise blijkt echter het causaal verband voldoende. Zo heeft Top Expertise natte plekken en dus actuele lekkage geconstateerd. Ook door HuisAssist is in het eerste rapport vastgesteld dat een lekkage is ontstaan omdat het dak aan de achterzijde niet waterdicht is. [eiser] is dus aansprakelijk voor de gevolgschade, maar niet voor alles. [eiser] heeft voldoende gemotiveerd betwist dat alle schade het gevolg is van zijn werk; hij heeft tijdens de zitting verklaard dat hij bij een thuisbezoek voorafgaand aan het werk heeft geconstateerd dat er al lekkage was. Dat strookt met de projectbeschrijving die [gedaagde] op 5 augustus 2024 aan [eiser] heeft gestuurd waarin staat “oude dakpannen met enkele lekkages”. Het verweer van de oude lekkages is verder tijdens de zitting niet weersproken. De kantonrechter zal de gevolgschade bij gebreke van nauwkeurige aanknopingspunten in redelijkheid schatten op € 500,00.
Expertisekosten
4.18.
De gevorderde expertisekosten van HuisAssist en Top Expertise van in totaal
€ 2.515,00 inclusief btw worden ook toegewezen. Omdat partijen er onderling niet uitkwamen, was [gedaagde] genoodzaakt de deskundigen in te schakelen die verschillende gebreken in het werk hebben geconstateerd. Dit zijn dus redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. [5]
Toewijsbare hoofdsom
4.19.
De schade wordt op grond van het voorgaande vastgesteld op € 10.843,70 inclusief btw. De openstaande factuur van € 3.267,00 moet op dit bedrag in mindering worden gebracht. [eiser] zal worden veroordeeld tot betaling het resterende bedrag van € 7.576,70 inclusief btw.
Nevenvorderingen
4.20.
De wettelijke rente over de herstelkosten wordt zoals gevorderd toegewezen vanaf 17 mei 2025, zijnde de datum waarop [eiser] in verzuim is geraakt met betaling van de gevorderde (vervangende) schadevergoedingen.
4.21.
[gedaagde] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [gedaagde] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten daarvan. De hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten zal worden gebaseerd op het toe te wijzen bedrag van in totaal € 7.576,70. Dit leidt tot een vergoeding aan buitengerechtelijke incassokosten van € 912,14 inclusief btw.
Het verzet is gedeeltelijk gegrond
4.22.
De conclusie is dat het verzet gedeeltelijk gegrond is. Het verstekvonnis kan daarom niet in stand blijven. De oorspronkelijke vordering is slechts toewijsbaar tot een bedrag van € 8.488,84 aan hoofdsom en buitengerechtelijke incassokosten.
4.23.
Omdat de oorspronkelijke vordering slechts ten dele toewijsbaar is, ziet de kantonrechter aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat iedere partij in zowel de verstek- als in de verzetprocedure de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
verklaart het verzet gedeeltelijk gegrond en vernietigt het verstekvonnis van 24 juli 2025 en, opnieuw rechtdoende:
veroordeelt [eiser] tot betaling aan [gedaagde] van € 8.488,84, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 7.576,70 vanaf 17 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten in de verstek- en de verzetprocedure draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op
30 april 2026.

Voetnoten

1.Artikel 6:87 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
2.Zie pagina 10 onderaan van rapport van Top Expertise.
3.Zie pagina 9 onderaan van het rapport van Top Expertise.
4.Zie pagina 7 van het rapport van Top Expertise.
5.Artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro.