ECLI:NL:RBNHO:2026:500

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
23 januari 2026
Zaaknummer
11877316 \ CV FORM 25-5995
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 20 lid 2 Verordening (EG) nr. 861/2007Verordening (EU) 2015/2421
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens staking als buitengewone omstandigheid

De passagiers hebben compensatie gevorderd van de vervoerder voor de annulering van vlucht EJU4233 van Napels naar Amsterdam op 29 september 2023. De vervoerder stelde dat de annulering het gevolg was van een staking van het personeel van de vertrekluchthaven, een buitengewone omstandigheid waarop geen compensatieplicht rust.

De passagiers betwistten de duur en aard van de staking, maar de kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende had onderbouwd dat de staking de gehele dag duurde en dat de vlucht gepland stond binnen de stakingsperiode. De vervoerder had bovendien alle redelijke maatregelen getroffen, waaronder het aanbieden van alternatieve vluchten.

De kantonrechter wees het verzoek tot compensatie af en veroordeelde de passagiers tot betaling van de proceskosten. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze beschikking.

Uitkomst: Verzoek tot compensatie wegens geannuleerde vlucht afgewezen wegens staking als buitengewone omstandigheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11877316 \ CV FORM 25-5995
Uitspraakdatum: 21 januari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)
De zaak in het kort
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een staking van het personeel van de vertrekluchthaven. Het betoog van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het antwoordformulier (formulier C).

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 september 2023 vervoeren van Napels, Italië, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EJU4233 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden. [2]

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen. [3]
4.3.
Volgens de vervoerder moest de vlucht geannuleerd worden vanwege een staking bij (onder meer) de Italiaanse grondafhandeling. Deze zou 24 uur duren. Ter onderbouwing verwijst hij onder meer naar interne rapporten, waaronder het vluchtrapport.
4.4.
De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat de staking alleen tussen 13:00 en 17:00 uur heeft plaatsgevonden en dat de stakers verplicht waren om tussen 7:00 en 10:00 uur en tussen 18:00 en 21:00 uur te werken. Zij verwijzen hierbij naar nieuwsberichten.
4.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij een aantal dagen van tevoren is geïnformeerd dat de staking de gehele dag zou duren en dat hij daardoor genoodzaakt was om de vlucht te annuleren. Daarbij kan in het midden blijven of de staking uiteindelijk slechts op een gedeelte van de dag heeft plaatsgevonden. De vlucht stond immers gepland om 14:15 uur te vertrekken en dit valt in de door de passagiers genoemde perioden waarin gestaakt werd. Een dergelijke staking is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de annulering het gevolg van buitengewone omstandigheden.
4.6.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging vanwege de annulering te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat hij de annulering niet kon voorkomen maar dat hij de passagiers de mogelijkheid heeft gegeven om zich om te boeken naar een alternatieve vlucht. De passagiers hebben gekozen voor een vlucht een dag eerder.
4.7.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Hij heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Dat de passagiers zelf via een link in het annuleringsbericht een alternatief hebben moeten boeken, doet hier niet aan af. Ook hebben de passagiers onvoldoende concreet gemaakt wat de vervoerder had kunnen doen om de annulering te voorkomen. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.8.
De passagiers worden, gelet op het doel en het karakter van de EPGV-procedure, niet meer in de gelegenheid gesteld om op het verweer van de vervoerder te reageren.
4.9.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
3.Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van Pro de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.