Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5013

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 april 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
K/4104/11992882
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 lid 3 Algemene Voorwaarden levering drinkwater versie 2002
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding schade door illegale aftakkingen waterleiding voor hennepkwekerij

Zeker Meten huurt een bedrijfspand en heeft een waterleveringsovereenkomst met PWN. In het pand werd een hennepkwekerij aangetroffen die water afnam via illegale aftakkingen, waardoor het verbruik niet werd geregistreerd. PWN stelde de schade vast op basis van een schatting en bracht dit in rekening bij Zeker Meten.

Zeker Meten betwistte de vordering, stelde onwetend te zijn van de kwekerij en vroeg om een betalingsregeling. De kantonrechter oordeelde dat Zeker Meten toerekenbaar tekort is geschoten door het niet voorkomen van de illegale aftakkingen, ondanks haar zorgplicht. De schatting van het waterverbruik werd als voldoende onderbouwd beoordeeld.

De contractuele boete werd gematigd omdat de toepasselijkheid van de gewijzigde algemene voorwaarden niet was aangetoond. De wettelijke rente werd deels afgewezen wegens een te hoog berekend bedrag. De buitengerechtelijke incassokosten werden toegewezen. Zeker Meten werd veroordeeld tot betaling van € 22.055,07 en de proceskosten.

Een betalingsregeling kon niet door de rechter worden opgelegd, maar partijen werd geadviseerd dit onderling te regelen.

Uitkomst: Zeker Meten wordt veroordeeld tot betaling van € 22.055,07 aan PWN wegens illegale aftakkingen op de waterleiding en de daarbij ontstane schade.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 11992882 \ CV EXPL 25-3563/MdV
Vonnis van 23 april 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap
N.V. PWN WATERLEIDINGBEDRIJF NOORD-HOLLAND,
te Velserbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: PWN,
gemachtigde: Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap
ZEKER METEN B.V.,
te Middenbeemster,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Zeker Meten,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 oktober 2025
- het proces verbaal van het mondelinge antwoord van Zeker Meten
- het tussenvonnis van 18 december 2025
- het bericht van 19 februari 2026 met productie(s) van PWN
- de mondelinge behandeling van 26 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Zeker Meten is huurder van een bedrijfspand in Purmerend en heeft ten behoeve van dat pand een overeenkomst met PWN gesloten voor de levering van water. Deze overeenkomst is ingegaan op 1 mei 2016. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
2.2.
Op 19 maart 2024 heeft PWN van de politie bericht ontvangen dat in de door Zeker Weten gehuurde bedrijfsruimte een hennepkwekerij is aangetroffen, waarbij is geconstateerd dat de hennepkwekerij van water werd voorzien door middel van twee illegale aftakkingen de waterleiding van PWN. Hierdoor werd het afgenomen water niet op de meter geregistreerd.
2.3.
PWN heeft vervolgens aan de hand van de aangetroffen watergekoelde installaties, het aantal planten en het aantal vermoedelijke kweken een schatting gemaakt van de hoeveelheid water die voor de kwekerij is gebruikt. Middels een factuur van 8 mei 2024 heeft PWN dit verbruik, vermeerderd met een contractuele boete en kosten voor schadeherstel, in totaal € 22.122,81, bij Zeker Meten in rekening gebracht.
2.4.
Zeker Meter heeft PWN vervolgens om een betalingsregeling van € 50,00 per maand verzocht. PWN is met dat voorstel niet akkoord gegaan, maar ondanks dat heeft Zeker Meten wel maandelijks € 50,00 aan PWN betaald.

3.Het geschil

3.1.
PWN vordert, nadat zij haar vordering heeft verminderd, - samengevat - veroordeling van Zeker Meten tot betaling van € 24.777,89, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag bestaat naast de hoofdsom van € 22.062,81 uit € 2.250,77 aan vervallen rente en € 996,13 aan buitengerechtelijke incassokosten. Op deze bedragen strekt, in verband met door Zeker Meten gedane betalingen, € 786,82 in mindering.
3.2.
PWN legt aan de vordering ten grondslag dat Zeker Meten in strijd heeft gehandeld met de met PWN gesloten overeenkomst, aangezien het op grond van de algemene voorwaarden verboden is om de watermeter te verwijderen en aftakkingen op de aansluiting aan te brengen. Doordat Zeker Meten dit verbod heeft overtreden heeft zij onrechtmatig jegens PWN gehandeld. PWN heeft hierdoor schade geleden. Deze schade bestaat uit kosten voor het herstellen van leidingen en het plaatsen van een nieuwe meter en de kosten van het verbruikte water. Doordat niet is vast te stellen hoeveel water er precies is verbruikt, heeft PWN het verbruik geschat. Verder moet Zeker Meten PWN een contractuele boete van € 350,00 betalen. Omdat Zeker Meten de factuur voor het schadebedrag niet tijdig aan PWN heeft voldaan, heeft PWN haar vordering uit handen gegeven. Zeker Meten moet daarom ook de door PWN gemaakte buitengerechtelijke incassokosten vergoeden.
3.3.
Zeker Meten betwist de vordering en voert daartoe aan dat zij niets wist van de hennepkwekerij die in het door haar gehuurde pand is aangetroffen. Verder snapt zij de schatting die PWN van het waterverbruik heeft gemaakt niet. Tot slot voert Zeker Meten aan dat zij graag een betalingsregeling wil treffen met PWN, maar dat vanwege andere schulden de mogelijkheden daartoe beperkt zijn.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In deze zaak draait het om de vraag of Zeker Meten de vordering van PWN moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is en wijst de vordering grotendeels toe. Dit wordt als volgt toegelicht.
4.2.
Vast staat dat er tussen partijen een overeenkomst is gesloten voor de levering van water en dat Zeker Meten uit hoofde van die overeenkomst verplicht is om het water dat zij afneemt aan PWN te betalen. Uit de algemene voorwaarden van PWN volgt verder dat het Zeker Meten niet is toegestaan de meter te verwijderen en aftakkingen te maken die de meter omzeilen. Uit de door PWN overgelegde bestuurlijke rapportage van de politie volgt dat dit verbod is overtreden en er sprake is geweest van diefstal van water. Op de zitting heeft Zeker Meten toegelicht dat zij niet wist dat er een hennepkwekerij in de door haar gehuurde bedrijfsruimte aanwezig was en dat zij nooit iets geks aan de watermeter heeft gezien, maar dat vindt de kantonrechter ongeloofwaardig. Onder de bedrijfsruimte is een aanzienlijke hennepkwekerij aangetroffen en de ingang naar de kwekerij zat in de door Zeker Meten gehuurde bedrijfsruimte. Zeker Meten dreef daarin een onderneming en was daar regelmatig aanwezig. Dat Zeker Meten geen weet had van de kwekerij is dan ook, zonder verder toelichting, die ontbreekt, niet geloofwaardig. Verder zijn de gemaakte aftakkingen op de waterleidingen duidelijk zichtbaar op de door PWN overgelegde foto’s waardoor dit Zeker Meten ook op had moeten vallen. Daar komt bij dat ook indien Zeker Weten van niets wist, de fraude met de waterleidingen voor haar rekening en risico komt. Gesteld noch gebleken is dat, en op welke wijze, zij toezicht heeft gehouden op de wateraansluiting in het pand om illegale handelingen te voorkomen dan wel een illegale situatie te beëindigen, terwijl dit wel op haar weg had gelegen krachtens de voor haar uit de overeenkomst met PWN voortvloeiende zorgplicht jegens PWN. [1]
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat uit het voorgaande volgt dat Zeker Meten toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst met PWN, waardoor zij aansprakelijk is voor de door PWN geleden schade.
4.4.
Nu het controlemiddel van PWN, te weten de watermeter, niet meer betrouwbaar is als gevolg van de aftakkingen die zijn gemaakt en correcte meting van het verbruik daardoor onmogelijk is gemaakt, mogen aan het bewijs van de omvang van het waterverbruik geen al te zware eisen worden gesteld.
4.5.
Naar aanleiding van het verweer van Zeker Meten dat zij niet snapt hoe PWN het waterverbruik heeft geschat, heeft PWN nog een nadere specificatie van het geschatte waterverbruik in het geding gebracht. Uit die specificatie volgt dat PWN, bij de berekening van het water wat buiten de meter om is afgenomen, is uitgegaan van de hoeveelheid aangetroffen planten (te weten 763), het waterverbruik van de aangetroffen watergekoelde installaties en de van de politie verkregen informatie dat er voorafgaande aan de ontdekking van de hennepkwekerij vermoedelijk zes eerdere oogsten zijn geweest. De kantonrechter vindt dat PWN daarmee voldoende inzichtelijk heeft gemaakt op welke wijze zij het watergebruik heeft geschat en Zeker Meten heeft de berekening verder ook niet weersproken.
4.6.
De kantonrechter zal de door PWN gestelde schade dan ook toewijzen, met dien verstande dat de contractuele boete van € 350,00 die PWN bij Zeker Meten in rekening heeft gebracht zal worden gematigd tot € 135,00. PWN heeft de door haar gevorderde boete gebaseerd op artikel 20 van Pro haar algemene voorwaarden uit 2021. PWN heeft echter onvoldoende gesteld en onderbouwd dat die algemene voorwaarden op de met Zeker Meten gesloten overeenkomst van toepassing zijn. Toen de overeenkomst werd gesloten golden deze algemene voorwaarden immers nog niet. In de algemene voorwaarden uit 2002 die van toepassing waren toen de overeenkomst werd gesloten staat weliswaar dat deze gewijzigd kunnen worden, maar er staat ook dat wijzigingen pas in werking treden nadat deze bekend zijn gemaakt aan een klant. PWN heeft onvoldoende toegelicht en onderbouwd hoe en wanneer zij Zeker Meten op de hoogte heeft gebracht van de wijziging in haar algemene voorwaarden. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat de algemene voorwaarden uit 2002 van toepassing zijn gebleven op de met Zeker Meten gesloten overeenkomst. Aangezien in die algemene voorwaarden staat vermeld dat de verbruiker in het geval van toerekenbaar tekortschieten een boete verbeurt van € 135,00, zal de boete tot dat bedrag worden gematigd.
4.7.
PWN heeft verder nog aanspraak gemaakt op vergoeding van wettelijke rente. Gelet op wat hiervoor is overwogen heeft PWN deze rente echter over een te hoog bedrag berekend en gevorderd. Daarom wordt dit deel van de vordering afgewezen.
4.8.
PWN vordert tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien vaststaat dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zal Zeker Meten veroordeeld worden tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten die horen bij de hoofdsom die PWN bij Zeker Meten in rekening had mogen brengen, te weten € 994,08.
4.9.
De conclusie is dat Zeker Meten zal worden veroordeeld tot betaling van € 22.055,07.
4.10.
Zeker Meten is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van PWN worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.881,35
4.11.
Zeker Meten heeft op de zitting nogmaals herhaald dat zij graag een betalingsregeling wil treffen met PWN. De wet biedt de kantonrechter echter niet de mogelijkheid PWN een betalingsregeling op te leggen. Zeker Meten zal dan ook samen met (de gemachtigde van) PWN moeten kijken of zij alsnog tot een betalingsregeling kunnen komen.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Zeker Meten om aan PWN te betalen een bedrag van € 22.055,07,
5.2.
veroordeelt Zeker Meten in de proceskosten van € 2.881,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Zeker Meten niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2026.

Voetnoten

1.Zie artikel 19 lid 3 van Pro de Algemene Voorwaarden levering drinkwater versie 2002