Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Ook de verdachte heeft bij de politie verklaard over emotie bij de aangeefster direct na het voorval. Hij benoemt namelijk dat zij boos opsprong, het tuinhuis verliet, een sigaretje ging roken en niet meer aanspreekbaar was voor hem.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
- het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 februari 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld;
- het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van 19 maart 2026 van [raadsonderzoeker] , als raadsonderzoeker verbonden aan de Raad.
9.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
honderdtachtig (180) urentaakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door negentig (90) dagen jeugddetentie.
één (1) maand.
Beveelt dat deze jeugddetentie
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij
een proeftijd vast van twee jaren.
[de benadeelde partij]geleden schade tot een bedrag van
€ 3.500,-, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 3 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling.