Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5067

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
8 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
C/15/377716 / JU RK 26-702
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JwArt. 6.1.3 Jw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp voor dertienjarige met ernstige gedragsproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers namens het college van B&W van Alkmaar om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een dertienjarige jongen met ernstige gedragsproblemen. De minderjarige verblijft momenteel bij Eigen Kracht! Jeugd en gezin (EKJ), waar ondanks intensieve begeleiding meerdere incidenten hebben plaatsgevonden, waaronder agressie, vernieling en brandstichting.

De kinderrechter constateert dat de minderjarige ernstige trauma- en hechtingsproblematiek heeft, mede veroorzaakt door een belast verleden van de ouders en onveilige thuissituaties. De situatie thuis is sinds april 2026 geëscaleerd met meerdere politie-interventies. De crisisplaatsing bij EKJ wordt stopgezet vanwege onhoudbare gedragsproblemen en veiligheidsrisico's.

Gezien de ernst van de opgroei- en opvoedproblemen en het falen van minder ingrijpende hulpverlening, acht de kinderrechter gesloten jeugdhulp noodzakelijk om verdere ontregeling te voorkomen en stabilisatie te bevorderen. De spoedmachtiging wordt verleend voor vier weken, met de mogelijkheid tot verlenging. De moeder stemt in, waardoor ondertoezichtstelling niet vereist is. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling op een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: Spoedmachtiging voor gesloten jeugdhulp verleend voor vier weken wegens ernstige gedragsproblemen en veiligheidsrisico's.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/377716 / JU RK 26-702
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
namens het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente waar de jeugdige zijn
woonplaats heeft, zijnde Alkmaar,
hierna te noemen: het college van B&W,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2026.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] verblijft op dit moment bij Eigen Kracht! Jeugd en gezin (EKJ).

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van twee maanden.
3.3.
Op 7 mei 2026 is door de gedragswetenschapper een instemmingsverklaring tot gesloten plaatsing van [de minderjarige] afgegeven.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is een dertienjarige jongen die opgroeit bij zijn moeder en sinds kort weer in contact is met zijn vader (zonder gezag). Er is al lange tijd sprake van inzet van hulpverlening voor [de minderjarige] . Dit is al gestart in zijn peuter-/kleutertijd waarin met name boosheid zichtbaar was die zijn omgeving moeilijk kon reguleren. Moeder kent een belast verleden en bij vader zijn vermoedens van persoonlijkheidsproblematiek daarnaast begeeft hij zich in het criminele circuit. Vader is tijdens [de minderjarige] zijn leven afwisselend in beeld geweest wegens detentie en onveiligheid. Vader heeft langere tijd een dreiging gevormd voor moeder en [de minderjarige] , waarbij [de minderjarige] ook getuige is geweest van agressie van vader richting moeder waarvan [de minderjarige] getuige is geweest. Door de stressfactoren in zijn leven en de moeilijke situaties die [de minderjarige] al sinds jonge leeftijd mee heeft gemaakt is er bij hem inmiddels sprake van trauma- en hechtingsproblematiek. [de minderjarige] is ook extreem gevoelig voor afwijzing en ziet gedrag van anderen snel als afwijzing. Hij kan dan heftig boos worden en onvoorspelbaar reageren. Sinds de aanvang van zijn schoolgang gaat [de minderjarige] naar speciaal onderwijs. Hij is begonnen op de [school] en van daaruit achtereenvolgens bij Toekomststopper en Fourzorg terecht gekomen. Vanaf september 2025 gaat [de minderjarige] naar [dagbesteding] (dagbesteding).
4.2.
Uit de stukken blijkt verder dat sinds 9 april 2026 de situatie thuis escaleert. Er zijn meerdere keren fysieke incidenten geweest bij zowel de moeder, als bij opa en oma, thuis waarbij de politie heeft moeten ingrijpen. Sinds 17 april 2026 verblijft [de minderjarige] op een crisisplek bij EKJ. Hier hebben zich, ondanks de inzet van heel intensieve (2 op 1) begeleiding, meerdere incidenten afgespeeld. Er is sprake van 22 incidenten in een periode van 18 dagen. EKJ schrijft: ‘Er is sprake van herhaaldelijk ernstig externaliserend gedrag, waaronder fysieke en er agressie (schelden, bedreigen), vernieling van eigendommen (gaten in deuren en muren, kast kapotgeslagen) en pogingen tot brandstichting (wc-rol en houten platen in brand steken). De incidenten hebben zich in korte tijd meerdere malen voorgedaan en laten een patroon zien van escalaties die moeilijk te voorspellen en nauwelijks te begrenzen zijn binnen een open setting. [de minderjarige] brengt met zijn gedrag structureel de veiligheid van anderen in gevaar. Dit blijkt onder andere uit een incident waarbij hij een mes heeft geprobeerd te bemachtigen tijdens een conflict, evenals het gooien van voorwerpen (naar buiten vanaf het balkon), het veroorzaken van brandgevaarlijke situaties en het uitstappen uit een rijdende auto. Ondanks intensieve begeleiding en het inzetten van extra personeel is het niet gelukt om de veiligheid op de groep duurzaam te waarborgen.
4.3.
EKJ heeft inmiddels aangegeven de crisisplaatsing stop te zetten. Zij zien een duidelijke en zorgwekkende toename van gedragsproblemen en er bestaan ernstige zorgen over de veiligheid van zowel [de minderjarige] zelf als zijn omgeving.
4.4.
Op basis van voorgaande concludeert de kinderrechter dat er sprake is van dusdanige opgroei- en opvoedproblemen dat opneming en verblijf binnen een gesloten setting noodzakelijk is. [de minderjarige] heeft erg veel moeite om zijn gedrag en emoties te reguleren. Dit lukt hem zelfstandig niet en (op dit moment) ook niet met ondersteuning binnen een open klinisch of ambulant kader. Bij [de minderjarige] en zijn moeder is reeds langdurig hulpverlening actief met als doel te ondersteunen bij de opvoeding en het zorgelijke gedrag om te buigen naar gezond gedrag. Een gesloten setting lijkt op dit moment de enige passende en verantwoorde optie om verdere ontregeling te voorkomen en te kunnen komen tot stabilisatie. De gesloten setting kan de overprikkeling verminderen door duidelijke structuur, intensieve observaties en diagnostiek mogelijk te maken.
4.5.
De kinderrechter is van oordeel dat onmiddellijke verlening van gesloten jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- en/of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [1]
4.6.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.
4.7.
Omdat de moeder instemt met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist. [2]
4.8.
De GI, [de minderjarige] , zijn advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een spoedmachtiging om
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 8 mei 2026 tot 5 juni 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.3.
bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder, [de minderjarige] en zijn advocaat tijdig zal oproepen voor die zitting.
Deze beschikking is gegeven door mr. N. Cuvelier, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet (Jw).
2.Artikel 6.1.2, derde lid, Jw.