Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
Rechtbank Noord-Holland
Velison Wonen, een sociale woningcorporatie, vorderde ontruiming van een woning die door eiser zonder toestemming werd bewoond nadat de oorspronkelijke huurder de huurovereenkomst had opgezegd. Het vonnis tot ontruiming van 19 november 2025 gaf echter geen blijk van de noodzakelijke belangenafweging met betrekking tot de aanwezigheid van minderjarige kinderen in de woning, zoals vereist op grond van artikel 3 lid 1 IVRK Pro en de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 28 november 2025.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het vonnis berust op een kennelijke juridische misslag omdat het onderzoek naar de belangen van de kinderen en de mogelijkheden van alternatieve huisvesting ontbrak. Daarom werd de executie van het ontruimingsvonnis geschorst tot het moment waarop hoger beroep of de kantonprocedure is afgerond of ingetrokken.
Velison Wonen werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten, terwijl de schorsing van de executie vervalt indien eiser niet tijdig hoger beroep instelt. De beslissing benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging bij ontruimingsvorderingen waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn.
Uitkomst: De executie van het ontruimingsvonnis wordt geschorst wegens het ontbreken van een vereiste belangenafweging met betrekking tot minderjarige kinderen.