Uitspraak
1.De procedure
- de productie van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 29 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Wooncompagnie vordert ontruiming van de woning van [gedaagde] wegens structurele overlast die sinds oktober 2023 is gemeld door omwonenden. Ondanks meerdere waarschuwingen en herhaalde GGZ-opnames blijft de overlast bestaan, waaronder hard schreeuwen en intimiderend gedrag. De huurovereenkomst bevat bepalingen die overlast verbieden.
De kantonrechter oordeelt dat de overlast ernstig en structureel is, waardoor [gedaagde] tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst. Hoewel [gedaagde] een kwetsbare persoon is die zorg ontvangt en een stabiele woonomgeving nodig heeft, weegt het belang van Wooncompagnie en de omwonenden zwaarder. De ontruiming wordt daarom toegewezen met een termijn van één maand om een alternatieve woonvorm te vinden.
Het gevorderde straatverbod wordt afgewezen omdat het contact tussen [gedaagde] en zijn minderjarige dochter alleen in de woning van zijn vriendin kan plaatsvinden. Een straatverbod zou dit contact onmogelijk maken, wat een zwaarwegend belang van [gedaagde] is. De kantonrechter waarschuwt dat bij toekomstige incidenten een straatverbod alsnog kan worden opgelegd.
[gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van de woning binnen één maand wegens structurele overlast en wijst het straatverbod af.