Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5260

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
12 mei 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
11689916 BM VERZ 25-1254 JM
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:449 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing bewind wegens voldoende zelfstandigheid en budgetbeheer

Betrokkene verzoekt om opheffing van het bewind omdat zij zelfstandiger en mentaal sterker is geworden. Uit onderzoek blijkt dat zij wilsbekwaam is en in staat om zelf financiële beslissingen te nemen. Met ondersteuning van een budgetcoach wil zij meer regie over haar financiën krijgen. Betrokkene woont sinds april 2025 samen met haar vriend en heeft vertrouwen in hun gezamenlijke huishouding en financiële beheer.

De moeder van betrokkene en de bewindvoerder uiten bezwaren tegen opheffing. De moeder vindt het verstandig eerst een jaar af te wachten vanwege spanningen door samenwonen en het belang van inzicht in inkomsten en uitgaven. De bewindvoerder erkent groei bij betrokkene maar benadrukt dat zij nog bescherming nodig heeft vanwege beïnvloedbaarheid en het niet kunnen overzien van financiële grenzen.

Betrokkene ervaart problemen in de samenwerking met de bewindvoerder en voelt zich onvoldoende ondersteund. Zij vindt haar leefgeld te laag en benadrukt het belang van een goede klik met de bewindvoerder vanwege haar autisme. Tijdens de zitting wordt besproken dat de bewindvoerder het geen goed idee vindt het bewind op te heffen vanwege financiële risico's, terwijl de moeder juist groei en motivatie ziet.

De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 1:449 lid 2 BW Pro het bewind kan worden opgeheven indien de noodzaak ontbreekt. Gezien de aangetoonde zelfstandigheid, het initiatief van betrokkene om begeleiding te regelen en het bijna een jaar durende verzoek, wordt het bewind opgeheven. Betrokkene wordt aangespoord daadwerkelijk hulp te blijven inschakelen om haar zelfstandigheid te waarborgen.

Uitkomst: Het bewind wordt opgeheven omdat betrokkene voldoende zelfstandigheid en wilsbekwaamheid heeft aangetoond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
zaaknummer : 11689916 BM VERZ 25-1254 JM
dossiernummer : BM 26537
datum :
beschikking op een verzoek tot opheffing van bewind
op verzoek van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene,
met als bewindvoerder Bergen Bewind B.V.,
correspondentieadres: postbus 195, 1860 AD Bergen (NH).

1.procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- het verzoek, ontvangen op 2 mei 2025;
- de brief van de moeder van betrokkene, ingekomen op 15 juni 2025;
- de schriftelijke reactie van de bewindvoerder, ingekomen op 19 juni 2025;
- de reactie van betrokkene op de reactie van de bewindvoerder, ingekomen op 25 november 2025.
1.2.
Het verzoek is mondeling behandeld op 24 maart 2026.

2.beoordeling

2.1.
Betrokkene vraagt om opheffing van het bewind. Betrokkene geeft aan zelfstandiger en mentaal sterker te zijn geworden. Er is onderzoek gedaan naar haar wilsbekwaamheid en daaruit blijkt, volgens betrokkene, dat zij wilsbekwaam is en in staat is om zelf beslissingen te nemen. Met behulp van een budgetcoach wil zij meer naar zelfredzaamheid toewerken. Zij wil meer de regie krijgen over haar financiën. Betrokkene woont sinds april 2025 samen met haar vriend en zij heeft er alle vertrouwen in dat zij samen met hem het huishouden en de financiën goed aankan.
2.2.
De moeder van betrokkene heeft in haar brief aangegeven dat het stoppen van het bewind op dit moment niet verstandig is. Zij wil eerst een jaar aankijken hoe het samenwonen verloopt. Moeder vindt het belangrijk dat betrokkene eerst inzicht krijgt in haar inkomsten- en uitgavenpatroon. Het samenwonen geeft spanningen. Moeder vindt het belangrijk dat betrokkene onder bewind blijft zodat zij fysiek en mentaal in balans blijft.
2.3.
De bewindvoerder erkent dat betrokkene de afgelopen tijd een duidelijke groei heeft doorgemaakt. De bewindvoerder vindt echter een opheffing van het bewind niet wenselijk. Samengevat geeft zij aan dat het voor betrokkene lastig is te overzien dat er grenzen zijn aan de financiële middelen. Betrokkene vraagt niet zelden – mede op aandringen van haar vriend- om extra geld. Betrokkene is beïnvloedbaar en heeft bescherming nodig.
2.4.
Betrokkene heeft op de reactie van de bewindvoerder gereageerd. Zij ervaart al langere tijd problemen in de samenwerking met de bewindvoerder. Zij voelt zich niet ondersteund. Het klopt niet dat haar vriend haar zou manipuleren en ook heeft zij geen gat in haar hand, zoals haar bewindvoerder heeft gezegd. Betrokkene vindt haar leefgeld van € 30 per week te laag, daar kan zij niet van leven. Betrokkene merkt dat haar bewindvoerder het te druk heeft en niet altijd duidelijk is in haar communicatie. Ook vindt betrokkene het jammer dat haar vriend niet bij de gesprekken aanwezig mag zijn. Vanwege haar autisme is het belangrijk dat ze een bewindvoerder heeft waarmee ze een klik heeft en haar helpt met het leren over budgetbeheer.
2.5.
Ter zitting heeft betrokkene een brief voorgelezen aan de kantonrechter. Betrokkene geeft aan dat zij vindt dat de bewindvoerder een aantal dingen niet goed heeft gedaan, zoals het op tijd betalen van een tandartsrekening en de huur. De hoge kosten voor het bewind maken dat er weinig financiële ruimte overblijft om de schulden af te lossen. Betrokkene wil, met behulp van haar moeder, stappen maken naar zelfstandigheid. De bewindvoerder geeft ter zitting aan dat zij het geen goed idee vindt om bewind op te heffen. Het spaargeld lijkt op te gaan aan kosten voor de vriend van betrokkene. De bewindvoerder is nu de enige die betrokkene op dit punt beschermt. Budgetbeheer lijkt haar niet voldoende bescherming te kunnen bieden. De moeder van betrokkene geeft aan dat betrokkene gemotiveerd raakt van nieuwe dingen leren en dat ze haar verantwoordelijkheid neemt. Moeder ziet enorme groei. Bij bewind heeft betrokkene niet zelf de regie en budgetbeheer lijkt moeder een goede uitdaging voor betrokkene.
2.6.
Op grond van artikel 1:449 tweede Pro lid van het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, het bewind opheffen.
2.7.
De kantonrechter zal het bewind opheffen omdat er geen noodzaak meer is om het bewind voort te zetten. De kantonrechter zal uitleggen waarom.
2.8.
Betrokkene heeft toegelicht waarom budgetbeheer voor haar passend is. Het opheffingverzoek is inmiddels bijna één jaar geleden ingediend. De kantonrechter ziet aanwijzingen dat betrokkene voldoende in staat is om zelf het beheer op te pakken. Zo heeft zij uitgesproken dat zij zich realiseert nog hulp nodig te hebben en heeft zij daartoe zelfcontact opgenomen met Zaffier om begeleiding te regelen. De kantonrechter wil betrokkene op het hart drukken dat zij ook daadwerkelijk hulp inschakelt, omdat zij nu zal moeten gaan laten zien dat ze het echt zelf kan. De kantonrechter beslist het volgende.

3.beslissing

3.1.
De kantonrechter:
- heft het bewind ten behoeve van
[betrokkene]op met ingang van twee weken na de datum van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovenvermelde datum.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.