Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:5266

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
20 april 2026
Publicatiedatum
12 mei 2026
Zaaknummer
C/15/376779 HA RK 26-74
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wrakingsprotocol Rechtbank Noord-Holland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking na einduitspraak is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard

Verzoekster heeft op 13 april 2026 schriftelijk een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die op 10 april 2026 een einduitspraak had gedaan in een zaak betreffende een verzoek om voorlopige voorziening.

De wrakingskamer heeft beoordeeld dat op grond van artikel 5, tweede lid, onder d, van het Wrakingsprotocol van de rechtbank een wrakingsverzoek niet kan worden ingediend nadat de einduitspraak is gedaan. Omdat het verzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

De wrakingskamer heeft daarom geen mondelinge behandeling vastgesteld en het verzoek inhoudelijk niet behandeld. De beslissing is op 20 april 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter en leden van de wrakingskamer.

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De griffier is bevolen om een afschrift van de beslissing aan verzoekster, de rechter en de wederpartij toe te zenden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de einduitspraak is ingediend.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK

/
Wrakingskamer
zaaknummer: C/15/376779 / HA RK 26-74

Beslissing van 20 april 2026

Op het verzoek tot wraking ingediend door:

[verzoekster] ,

wonende te Schagen,
verzoekster,
Het verzoek is gericht tegen:
mr. R.H.M. Bruin,
hierna te noemen: de rechter.

Procesverloop

1.1.
Verzoekster heeft op 13 april 2026 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Bestuursrecht, zittingsplaats Haarlem aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 26/1698, hierna te noemen: het verzoek om voorlopige voorziening.
1.2.
De wrakingskamer heeft op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van dit verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.
De beoordeling
2. Volgens artikel 5, tweede lid, onder d, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank (onder meer te vinden op www.rechtspraak.nl) kan een wrakingsverzoek niet worden ingediend na het tijdstip, waarop einduitspraak is of wordt gedaan.
3. De rechter heeft op het verzoek om voorlopige voorziening op 10 april 2026 einduitspraak gedaan. Verzoekster heeft de rechter pas na de einduitspraak gewraakt. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Omdat het verzoek tot wraking kennelijk niet-ontvankelijk is, komt de wrakingskamer niet aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek toe.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk; en
  • beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij in het verzoek om voorlopige voorziening een afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. H.A. Pott Hofstede en mr. J.L. Roubos, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van
drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2026.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.